IPO-reactie Miljoenennota: de kunst van het loslaten

Den Haag – Decentraal wat kan, centraal wat moet. Dit uitgangspunt heeft het kabinet gekozen om provincies en gemeenten meer ruimte te bieden. Toetsing van dit uitgangspunt aan de vandaag gepresenteerde rijksbegroting leidt tot een teleurstellende conclusie. Het kabinet pakt niet door. Integendeel, bij een aantal beleidsvoornemens is een duidelijke centraliserende tendens waarneembaar. Het IPO is daar bezorgd over: het kabinet beheerst nog niet de Kunst van het loslaten.

Centraliserende tendens
In de eerste plaats geldt dat natuurlijk het voornemen tot verkleining van het gemeentelijk belastinggebied, zonder dat perspectief wordt geboden op een alternatief belastinggebied. De bestuurlijke ruimte voor de lokale democratie wordt daarmee ernstig beperkt. Het IPO steunt de gemeenten en de VNG in hun verzet daartegen. In provinciaal perspectief zijn drie andere voorbeelden van belang.

1. Het kabinet zet (vooralsnog tegen de wil van de Tweede Kamer) de privatisering van de ambulancezorg (in combinatie met centrale sturing) door. De publieke rol van de provincie voor spreiding en financiering van de ambulancezorg vervalt daarmee.

2. Het nieuwe beleid voor de verdeling van de cultuursubsidies. Overheveling van een deel van deze subsidies naar fondsen leidt tot centralisatie, waar veel regionale initiatieven nu steunen op een integrale afweging tussen rijk en decentrale overheden.

3. Het voornemen tot oprichting van een rijksontwikkelbedrijf onder verantwoordelijkheid van de minister van VROM. Als dat nieuwe bedrijf primair de coordinatie tussen rijksdepartementen beoogt, is sprake van een positieve ontwikkeling. Maar de voorbeeldprojecten die worden genoemd, geven de indruk dat het bedrijf zich gaat bezighouden met projecten op regionaal en zelfs op lokaal niveau. Daartegen hebben wij fundamentele bezwaren.

Gebrek aan focus in discussie over provinciaal bestuur
In het bijzonder missen wij een duidelijke focus van het kabinet op de positie van het provinciaal bestuur. Weliswaar wordt een discussienotitie over het middenbestuur aangekondigd (eind 2006), maar het lijkt erop alsof die notitie over van alles en nog wat gaat (alles tussen rijk en gemeenten), over een veelheid aan bestuurlijke problemen en ten slotte ook nog een beetje over het provinciaal bestuur. Als daarbij als vertrekpunt ook nog een onderscheid wordt gemaakt tussen oude en nieuwe territoriale bestuurlijke verbanden lijkt het alsof de grondwettelijke positie van de provincie daarbij van weinig belang is. Gebrek aan focus blijkt ook als de status van de aangekondigde notitie wordt afgedaan als een eerste aftrap voor een breder debat over het middenbestuur.

Positieve punten
Het IPO is positief over wetgeving die op de fysieke beleidsterreinen in voorbereiding is (nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening, grondexploitatiewet, Wet Inrichting Landelijk Gebied, Waterwet) Maar een spoedige parlementaire afronding van deze wetgeving is nodig om de positie van decentrale overheden daadwerkelijk te kunnen versterken. Nu al worden van provincies resultaten verwacht, waarvoor het nieuwe wettelijke instrumentarium onontbeerlijk is. Het IPO is positief over de aangekondigde beleidsintensiveringen op het terrein van de jeugdzorg. Ook het maatregelenpakket dat het kabinet aankondigt voor de verbetering van de luchtkwaliteit, heeft onze instemming. Wij verwachten dat verdere vertraging bij bouwprojecten daarmee kan worden voorkomen.

Wensenlijst
Ten slotte vragen wij bij de Tweede Kamer aandacht voor de volgende wensen:

– de enorme stijging van de benzinekosten maakt compensatie voor de regionale budgetten voor openbaar vervoer noodzakelijk. Anders zal (zeker op termijn) sprake zijn van een verdere en onaanvaardbare daling van het voorzieningenniveau, zeker op het platteland. Om dit te voorkomen is eenmalig een extra bedrag van 60 miljoen euro noodzakelijk. Daarna moet de olieprijs beter in de indexering worden verwerkt.

– meer urgentie, ook financieel, is nodig voor de aanpak van zwakke schakels in onze primaire waterkeringen. Een gegarandeerde veiligheid moet het uitgangspunt zijn.

– het programma voor regionale structuurversterking vanaf 2007 wordt door het kabinet nog steeds verbonden met het streven naar verbetering van de nettobetalerpositie van Nederland. De provincies herhalen: als het geld voor regionale structuurversterking niet meer uit Brussel komt, dan zal het kabinet zelf over de brug moeten komen. De nu beschikbare nationale middelen zijn volstrekt ontoereikend.

– er is onderuitputting op budgetten in het MIT voor filebestrijding rond regionale knelpunten op het hoofdwegennet. In plaats van prioritaire projecten op het hoofdwegennet naar voren te schuiven zoals het kabinet doet, kunnen ook kansrijke regionale projecten via de BDU worden versneld

– het IPO pleit ervoor dat het kabinet een concrete datum van invoering van de kilometerheffing noemt.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Interprovinciaal Overleg (IPO)