Kamervragen over ontoegankelijkheid brievenbussen

Den Haag – Kamervragen Smits en van Dijken (PVDA) over ontoegankelijkheid brievenbussen. De Minister van Economische Zaken, mr. L.J. Brinkhorst heeft deze vragen als volgt beantwoord.

1. Bent u bekend met de plaatsing van nieuwe brievenbussen door TPG ter vervanging
van oude brievenbussen?
Ja, daar ben ik mee bekend.

2. Hoe oordeelt u over het feit dat de nieuwe brievenbussen door hun hoogte,
informatieverstrekking (onduidelijk en niet in braille) ontoegankelijk zijn voor
mensen met een handicap?
In het Besluit algemene richtlijnen post (Barp) worden in het kader van de universele
postdienstverlening eisen gesteld aan de brievenbussen van TPG. De eisen betreffen
echter niet de hoogte van de brievenbussen of de informatieverstrekking in braille. Dit is onderdeel van de bedrijfsvrijheid van TPG. Niettemin acht ik het van belang dat bij de postvoorzieningen zoveel mogelijk wordt tegemoet gekomen aan de wensen en behoeften van doelgroepen in de samenleving. Ik vind het, net als u, dan ook wenselijk dat met de plaatsing van de nieuwe brievenbussen rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid van de nieuwe brievenbussen voor mensen met een handicap. TPG heeft, zoals u weet, in een reactie aan de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad) en Makkers Unlimited aangegeven dat zij bereid zijn 500
brievenbussen op rolstoelhoogte (120 cm) te laten plaatsen. Deze brievenbussen
worden geplaatst op de locaties waar brievenbussen pas om 19.00 uur worden gelicht. De brievenbussen die om 19.00 uur worden geleegd zijn eenvoudig via internet te
vinden en de locatie van deze, dichtstbijzijnde, brievenbus wordt vermeld op iedere
andere brievenbus. Tevens is TPG bereid nog 500 brievenbussen te verlagen op nader
te bepalen locaties, zoals bij revalidatiecentra. De standaardhoogte van de nieuwe
brievenbussen (157 cm) zal met de uitrol van de nieuwe nog te plaatsen brievenbussen
vanaf medio 2005 worden verlaagd naar de hoogte van oude brievenbussen (150 cm).
Overigens kan ook post worden afgegeven op alle 2100 postvestigingen. Daarnaast
is TPG voornemens om op alle nieuwe brievenbussen opnieuw een aanduiding voor
blinden en slechtzienden aan te brengen zoals ook bij de oude brievenbussen het
geval was.

3. Stemt dit overeen met het kabinetsstreven zoveel mogelijk design for all
toe te passen?
Met het aanvaarden van het ‘Actieplan gelijke behandeling in de praktijk’, Kamerstukken
II, 2003-2004, 29 355, nr 1, heeft het kabinet een omslag in het denken over mensen
met beperkingen gemaakt. Gelijke behandeling en participatie staan daarbij voorop.
Het kabinet wil met dit ‘inclusieve beleid’ rekening houden met de verschillende
mogelijkheden en beperkingen van mensen. Tegelijkertijd wordt met de instelling
van de Taskforce Handicap en Samenleving gewerkt aan het vergroten van het maatschappelijk bewustzijn dat er veel nodeloze drempels worden opgeworpen die participatie van mensen met beperkingen belemmeren. De samenstelling en de doelen van deze Taskforce zijn ook gericht op bedrijven, waarbij inclusief beleid een uitgangspunt is en wordt vertaald in design for all.

4. Is het waar, zoals TPG stelt, dat de hoogte van de brievenbussen samenhangt
met de arbowetgeving? Zo ja, bent u bereid de arbowetgeving aan te passen, zodat
TPG dit excuus niet meer kan gebruiken en mensen met een handicap weer zoals gebruikelijk hun brief kunnen posten?
TPG houdt bij het ontwerp van de brievenbussen rekening met verschillende belangen,
waaronder het voorkomen van rugbelasting bij de chauffeurs die brievenbussen legen.
TNO-Arbeid heeft in opdracht van TPG de ideale werkhoogte voor het legen van brievenbussen onderzocht. Uit het onderzoek bleek dat 157 cm. de ideale werkhoogte is en dat 150 cm. nog verantwoord is. TPG is derhalve bereid om, zoals in antwoord op vraag 2 beschreven, de nog te plaatsen nieuwe brievenbussen te verlagen naar 150 cm.
en een aantal naar 120 cm.. Hierdoor kunnen mensen met een handicap bij de meeste
brievenbussen weer zoals gebruikelijk hun brief posten. Ik zie geen aanleiding
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te verzoeken de arbowetgeving
aan te passen.

5. Bent u ook bereid de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische
ziekte uit te breiden met het terrein goederen en diensten, zodat TPG en andere
bedrijven en dienstverleners gehouden zijn bij wijziging van hun dienstverlening de toegankelijkheid voor mensen met een handicap eerder te verbeteren dan te verslechteren?
Bij verschillende gelegenheden heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de
mogelijkheden tot uitbreiding van de WGBH/CZ. Het kabinet heeft begrip voor de
wens van de Kamer om te komen tot uitbreiding van deze wet met het onderdeel aanbieden van goederen en diensten. Het kabinet wil echter eerst zicht hebben op de juridische, maatschappelijke en financiële gevolgen van deze uitbreiding.

6. Deelt u de mening dat mensen met een handicap naar speciale brievenbussen
worden gestuurd, zoals blijkt uit het antwoord van TPG aan de CG-raad en Makkers
Unlimited, terwijl voor andere Nederlanders op de hoek van bijna elke straat een
brievenbus staat?
7. Indien TPG niet zal overgaan tot het toegankelijk maken van de brievenbussen,
op welke wijze kunnen mensen met een handicap dan hun brief posten?
Antwoord op vraag 6 en 7: Het is de verantwoordelijkheid van TPG ervoor te zorgen dat iedereen daadwerkelijk post kan verzenden. In overleg met de belangenorganisaties kunnen knelpunten worden voorkomen of worden opgelost. Ik deel de mening dat bij de hoogte van brievenbussen een balans moet worden gevonden tussen de positie van mensen met beperkingen en andere belangen, zoals verantwoorde werkomstandigheden voor het personeel van TPG. Door de hoogte van de nieuwe brievenbussen die vanaf medio 2005 worden geplaatst, te verlagen naar de oorspronkelijke hoogte, een aantal speciale brievenbussen te plaatsen en een aanduiding voor slechtzienden en blinden op de brievenbussen aan te brengen, maakt TPG de brievenbussen toegankelijker voor mensen met een handicap.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie Economische Zaken