Bouwbonden willen handhaven vakantiebon

Woerden – De actie van bouwwerkgevers tegen de vakantiebon is juridisch niet houdbaar. Doordat eind december over de hoogte van de premie voor het Vakantiefonds overeenstemming was, kan er geen sprake zijn van ‘opblazen’ van dit fonds. Dat standpunt hebben de bouwbonden aan Bouwend Nederland laten weten. Zij sommeren de werkgevers het systeem te handhaven. Zo nodig spannen de bonden daarvoor een kort geding aan.

Ook nu moeten bouwbedrijven normaal vakantierechten storten in het Vakantiefonds, voor al hun werknemers die vallen onder de bouw-CAO. Ze zijn dat juridisch verplicht, zoals FNV Bouw, Hout- en Bouwbond CNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps in hun sommatie duidelijk aangeven. Immers, op 21 december waren de bonden bereid de premie van het Vakantiefonds vast te stellen volgens het voorstel van de werkgevers, ondanks andersluidende adviezen van de onafhankelijke adviseurs van het fonds. Daarmee is in het bestuur van het Vakantiefonds feitelijk de premie voor 2005 tot stand gekomen. Dat staat los van de vraag of en hoe voor andere fondsen de premie wordt vastgesteld. Overigens: ook met een verlaging van de premie van het Risicofonds voor vorstverlet waren de bonden bereid in te stemmen. Alleen voor de drie overige premies, voor onderzoek en ontwikkeling, scholing en aanvulling WW, wilden de bonden het CAO-overleg afwachten; tot die tijd wilden zij deze premies op het huidige niveau houden. De patstelling ontstond doordat werkgevers overeenstemming eisten over álle premies en dan ook nog uitsluitend volgens hún model, ondanks de onafhankelijke adviezen.

Tot nu toe is slechts van één bedrijf, Ballast Nedam, bekend dat het zijn werknemers onder de bouw-CAO voorlopig een ‘voorschot’ wil betalen; dit in afwachting van verdere ontwikkelingen rond de bouw-CAO. Over deze actie bellen boze leden hun bond. Zij beseffen goed dat niet de bonden de vakantiebon ‘opblazen’. Zij zijn dan ook verontwaardigd dat werkgevers kennelijk proberen langs deze weg een van hun CAO-voorstellen binnen te halen. FNV Bouw, Hout- en Bouwbond CNV en HZC vinden dat een volstrekt fout signaal naar de werknemers. Nog afgezien van de juridische grond zijn er immers méér redenen voor handhaving van de vakantiebon. Zo is het systeem bij uitstek voor deze ene bedrijfstak het ‘maatwerk’ waarom werkgevers telkens zo nadrukkelijk vragen. Werknemers in de bouw hechten er groot belang aan; ook jongeren zien het als een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde. Het biedt immers zekerheid, het hele jaar door controleerbaar, over de vakantierechten. Velen zien het ook als een aantrekkelijk ‘spaarpotje’. De bouwbonden vinden dan ook dat werkgevers spoedig bij zinnen moeten komen: welke bedrijfstak schaft nu een arbeidsvoorwaarde af die over een paar jaar hard nodig is in de concurrentie om schaarse jonge werknemers.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht FNV Bouw