IPO mist visie Kabinet interbestuurlijke verhoudingen

Den Haag РHet IPO mist een duidelijke visie van het Kabinet als geheel op de interbestuurlijke verhoudingen. Waar de ministers van VROM, LNV, OCW en Verkeer & Waterstaat provincies en gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheden, doet de minister van Binnenlandse Zaken er hardnekkig het zwijgen toe. In de beleidsagenda van de beide ministers op dit departement wordt geen woord aan de interbestuurlijke verhoudingen gewijd. Van de verantwoordelijk minister voor de co̦rdinatie van het rijksbeleid dat provincies en gemeenten raakt, verwacht het IPO een meer daadkrachtige inzet. Het is een veeg teken dat zestien maanden na het aantreden van het nieuwe Kabinet nog steeds geen gezamenlijke afspraken tussen Kabinet, provincies en gemeenten zijn gemaakt.

Positief
Het Kabinet doet sectoraal een stevig beroep op de inzet van de provincies, zoals bij de ruimtelijke ontwikkeling, de mobiliteit en de inrichting van het landelijk gebied. Het IPO is daarover uiteraard positief. Regionale problemen kunnen immers beter op regionaal niveau opgelost èn aangepakt worden, dan op basis van centrale regie. Positief is ook dat de betreffende ministers werk maken van het instrumentarium dat noodzakelijk is voor versterking van de regionale regierol. In dit verband kan gewezen worden op de voornemens voor de grondexploitatiewet (regionaal kostenverhaal en verevening), de totstandkoming en de vulling van een brede doeluitkering voor mobiliteit (BDU) en een investeringsbudget voor het landelijk gebied (ILG).

EMU-saldo
De forse inzet die van de provincies voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling wordt gevraagd, betekent dat provincies, nog meer dan in het verleden, investeren. De investeringsprogramma’s van de twaalf provincies voor 2005 laten dat zien: een inventarisatie overschrijdt ruimschoots een € 0,5 miljard. Die inzet draagt bij aan de Kabinetsdoelstelling om de economie te versterken. De provincies rekenen er daarom op dat zij daartoe ook door de minister van Financiën in de gelegenheid worden gesteld. Het stellen van een plafond aan het EMU-saldo van de decentrale overheden betekent dat de provinciale ambities, die bij die investeringen passen en binnen een sluitende begroting worden gerealiseerd, worden gefrustreerd. Ook worden zo de voornemens van de ministers van VROM (ontwikkelingsplanologie en ruimtelijke inrichting), LNV (voorfinanciering provincies voor de totstandkoming van de ecologische hoofdstructuur) en Verkeer & Waterstaat (regionale infrastructuur) gedwarsboomd. Ook hier mist het IPO daarom een samenhangende Kabinetsvisie op de rol van de medeoverheden.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht IPO

IPO mist visie Kabinet interbestuurlijke verhoudingen | Infrasite

IPO mist visie Kabinet interbestuurlijke verhoudingen

Den Haag РHet IPO mist een duidelijke visie van het Kabinet als geheel op de interbestuurlijke verhoudingen. Waar de ministers van VROM, LNV, OCW en Verkeer & Waterstaat provincies en gemeenten aanspreken op hun verantwoordelijkheden, doet de minister van Binnenlandse Zaken er hardnekkig het zwijgen toe. In de beleidsagenda van de beide ministers op dit departement wordt geen woord aan de interbestuurlijke verhoudingen gewijd. Van de verantwoordelijk minister voor de co̦rdinatie van het rijksbeleid dat provincies en gemeenten raakt, verwacht het IPO een meer daadkrachtige inzet. Het is een veeg teken dat zestien maanden na het aantreden van het nieuwe Kabinet nog steeds geen gezamenlijke afspraken tussen Kabinet, provincies en gemeenten zijn gemaakt.

Positief
Het Kabinet doet sectoraal een stevig beroep op de inzet van de provincies, zoals bij de ruimtelijke ontwikkeling, de mobiliteit en de inrichting van het landelijk gebied. Het IPO is daarover uiteraard positief. Regionale problemen kunnen immers beter op regionaal niveau opgelost èn aangepakt worden, dan op basis van centrale regie. Positief is ook dat de betreffende ministers werk maken van het instrumentarium dat noodzakelijk is voor versterking van de regionale regierol. In dit verband kan gewezen worden op de voornemens voor de grondexploitatiewet (regionaal kostenverhaal en verevening), de totstandkoming en de vulling van een brede doeluitkering voor mobiliteit (BDU) en een investeringsbudget voor het landelijk gebied (ILG).

EMU-saldo
De forse inzet die van de provincies voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling wordt gevraagd, betekent dat provincies, nog meer dan in het verleden, investeren. De investeringsprogramma’s van de twaalf provincies voor 2005 laten dat zien: een inventarisatie overschrijdt ruimschoots een € 0,5 miljard. Die inzet draagt bij aan de Kabinetsdoelstelling om de economie te versterken. De provincies rekenen er daarom op dat zij daartoe ook door de minister van Financiën in de gelegenheid worden gesteld. Het stellen van een plafond aan het EMU-saldo van de decentrale overheden betekent dat de provinciale ambities, die bij die investeringen passen en binnen een sluitende begroting worden gerealiseerd, worden gefrustreerd. Ook worden zo de voornemens van de ministers van VROM (ontwikkelingsplanologie en ruimtelijke inrichting), LNV (voorfinanciering provincies voor de totstandkoming van de ecologische hoofdstructuur) en Verkeer & Waterstaat (regionale infrastructuur) gedwarsboomd. Ook hier mist het IPO daarom een samenhangende Kabinetsvisie op de rol van de medeoverheden.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht IPO