Peijs: Spoedwet wegverbreding werkt

Den Haag – De Spoedwet wegverbreding, die 25 juni 2003 van kracht is geworden, werkt. Dat schrijft minister Peijs aan de Tweede Kamer in de eerste voortgangsrapportage over de projecten vallend onder de Spoedwet wegverbreding.
In deze rapportage is nog niet de uitspraak meegenomen die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 september 2004 heeft gedaan inzake het Besluit luchtkwaliteit. De minister beraadt zich op dit moment op de consequenties van deze uitspraak. Over de wijze waarop zij met de uitspraak zal omgaan, zal zij de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk nader informeren.

De Spoedwet wegverbreding heeft als doel om projecten sneller te kunnen aanleggen door een verkorte besluitvormingsprocedure. Hierdoor kunnen binnen korte tijd daadwerkelijk de wegaanpassingen ten behoeve van de doorstroming op cruciale plekken in het netwerk worden gerealiseerd. Die doelstelling is in de ogen van de minister bereikt. Binnen iets meer dan een jaar zijn in totaal 15 wegaanpassingbesluiten (WAB’s) ondertekend waarvan er 7 inmiddels onherroepelijk zijn geworden.
De eerste spitsstroken zijn inmiddels in gebruik. Later dit jaar worden er nog twee geopend en volgend jaar twaalf. De planning zoals die beoogd is voor de uitvoering van alle projecten lijkt nog steeds gehaald te kunnen worden, aldus de minister.

De snelheid bij de besluitvorming gaat volgens haar echter niet ten koste van de zorgvuldigheid. Er is bijvoorbeeld veel energie gestoken in het overleg met andere partijen. Zo zijn per project calamiteitenplannen op maat vastgesteld, na constructief overleg met de hulpdiensten. Dit om de hulpverlening bij ongevallen te waarborgen.

De besluitvormingsprocedure loopt met name vlot bij de B-projecten (opgenomen in bijlage B van de Spoedwet wegverbreding). Voor deze projecten geldt dat de Wet geluidhinder (tijdelijk) niet van toepassing is. Voor de projecten opgenomen in bijlage A van de spoedwet Wegverbreding (A-projecten) is in de praktijk, zo blijkt, vaak meer tijd nodig. Deze projecten waren al in voorbereiding onder het regime van de Tracéwet en zijn vervolgens onder de spoedwet zijn gebracht. Deze wisseling van procedure is, zo schrijft minister Peijs, ingewikkelder dan vooraf kon worden ingeschat, waardoor het lastig is de wettelijke termijnen te halen. Deze ervaringen zijn meegenomen bij de herziening van de Tracéwet, met name waar het gaat om de overgangsregeling. Daarnaast is voor deze projecten de Wet geluidhinder onverkort van toepassing en moet in een groot aantal gevallen een MER-procedure doorlopen worden.

Een lastig punt bij alle projecten is het omgaan met het Besluit luchtkwaliteit. Het is een relatief nieuwe Europese richtlijn en het onderwerp is veel minder ver ontwikkeld dan bijvoorbeeld het onderwerp geluid. Recente en aankomende jurisprudentie is van grote invloed op de wijze waarop in de toekomst omgegaan moet worden met dit thema. Hierover verwacht de minister de Tweede Kamer binnenkort meer te kunnen melden.

Peijs: Spoedwet wegverbreding werkt | Infrasite

Peijs: Spoedwet wegverbreding werkt

Den Haag – De Spoedwet wegverbreding, die 25 juni 2003 van kracht is geworden, werkt. Dat schrijft minister Peijs aan de Tweede Kamer in de eerste voortgangsrapportage over de projecten vallend onder de Spoedwet wegverbreding.
In deze rapportage is nog niet de uitspraak meegenomen die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 september 2004 heeft gedaan inzake het Besluit luchtkwaliteit. De minister beraadt zich op dit moment op de consequenties van deze uitspraak. Over de wijze waarop zij met de uitspraak zal omgaan, zal zij de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk nader informeren.

De Spoedwet wegverbreding heeft als doel om projecten sneller te kunnen aanleggen door een verkorte besluitvormingsprocedure. Hierdoor kunnen binnen korte tijd daadwerkelijk de wegaanpassingen ten behoeve van de doorstroming op cruciale plekken in het netwerk worden gerealiseerd. Die doelstelling is in de ogen van de minister bereikt. Binnen iets meer dan een jaar zijn in totaal 15 wegaanpassingbesluiten (WAB’s) ondertekend waarvan er 7 inmiddels onherroepelijk zijn geworden.
De eerste spitsstroken zijn inmiddels in gebruik. Later dit jaar worden er nog twee geopend en volgend jaar twaalf. De planning zoals die beoogd is voor de uitvoering van alle projecten lijkt nog steeds gehaald te kunnen worden, aldus de minister.

De snelheid bij de besluitvorming gaat volgens haar echter niet ten koste van de zorgvuldigheid. Er is bijvoorbeeld veel energie gestoken in het overleg met andere partijen. Zo zijn per project calamiteitenplannen op maat vastgesteld, na constructief overleg met de hulpdiensten. Dit om de hulpverlening bij ongevallen te waarborgen.

De besluitvormingsprocedure loopt met name vlot bij de B-projecten (opgenomen in bijlage B van de Spoedwet wegverbreding). Voor deze projecten geldt dat de Wet geluidhinder (tijdelijk) niet van toepassing is. Voor de projecten opgenomen in bijlage A van de spoedwet Wegverbreding (A-projecten) is in de praktijk, zo blijkt, vaak meer tijd nodig. Deze projecten waren al in voorbereiding onder het regime van de Tracéwet en zijn vervolgens onder de spoedwet zijn gebracht. Deze wisseling van procedure is, zo schrijft minister Peijs, ingewikkelder dan vooraf kon worden ingeschat, waardoor het lastig is de wettelijke termijnen te halen. Deze ervaringen zijn meegenomen bij de herziening van de Tracéwet, met name waar het gaat om de overgangsregeling. Daarnaast is voor deze projecten de Wet geluidhinder onverkort van toepassing en moet in een groot aantal gevallen een MER-procedure doorlopen worden.

Een lastig punt bij alle projecten is het omgaan met het Besluit luchtkwaliteit. Het is een relatief nieuwe Europese richtlijn en het onderwerp is veel minder ver ontwikkeld dan bijvoorbeeld het onderwerp geluid. Recente en aankomende jurisprudentie is van grote invloed op de wijze waarop in de toekomst omgegaan moet worden met dit thema. Hierover verwacht de minister de Tweede Kamer binnenkort meer te kunnen melden.