AVBB maakt balans kabinetsbeleid op

Gouda – Prinsjesdag 2004 is in zicht. Het AVBB maakt de balans op voor belangrijke punten voor de bouw van het tot nu toe gevoerde beleid van het kabinet Balkenende II. Het AVBB is positief over de voornemens op het gebied van infrastructuur en over het verschijnen van de Nota Ruimte. Over de voornemens tot premiedifferentiatie WW en het niet algemeen verbindend verklaren van cao’s is het AVBB minder te spreken. In BouwNieuws nummer 15, dat dit weekend verschijnt, komen de verschillende onderwerpen aan de orde.

Ommezwaai in infrabeleid

Een beheer- en onderhoudsprogramma voor wegen, spoor- en vaarwegen en extra middelen voor de gerichte aanpak van files via benuttingsmaatregelen vormen een ommezwaai van minister Peijs van Verkeer en Waterstaat in haar infrabeleid.
Een terechte ommezwaai, aldus het AVBB. De evaluatie van het Structuurschema Verkeer en Vervoer-II van enige jaren geleden wees immers al uit dat enorme achterstanden zijn ontstaan in de infrastructuur. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het accent in de komende jaren blijvend wordt gelegd op beheer en onderhoud.
Er zijn echter ook zorgen. De Voorjaarsnota 2004 kondigt een structurele correctie aan op het bouwbudget vanwege ‘doelmatig aanbesteden’. Het AVBB pleit ervoor het beheer- en onderhoudsbudget voor wegen, spoor- en vaarwegen te vrijwaren van eventuele ombuigingen voor 2005.

Voor het verbeteren van de bereikbaarheid in Nederland zijn méér middelen nodig dan thans worden geboden. Knelpunten blijven als geen extra maatregelen worden getroffen. Het AVBB vraagt het kabinet om met voorrang na te gaan hoe extra middelen voor infrastructuur gefaciliteerd kunnen worden. In dit verband zijn de lopende acties en resultaten van de Taskforce PPS uitermate relevant. Met name de optie van versnelling van investeringsprojecten door middel van private voorfinanciering kan op de korte termijn een oplossing zijn voor enkele capaciteitsknelpunten.
Voor de langere termijn is een structurele intensieve betrokkenheid van de markt bij de uitvoering van infrastructuurprojecten noodzakelijk. Het Ondernemingsplan van RWS biedt daarvoor de nodige bouwstenen. Ook in de ambtelijke Nota Mobiliteit wordt publiek private samenwerking genoemd als interessant uitvoeringsinstrument binnen het bredere palet van innovatieve aanbestedingsvormen.

Exploitatieplan biedt uitkomst

Wanneer gemeente en ontwikkelaar er langs privaatrechtelijke weg niet uitkomen, kan er in de toekomst een exploitatieplan worden opgesteld. Deze “smalle” exploitatievergunning kan eindeloze vertraging voor nieuwbouwplannen voorkomen. De procedure voor het vaststellen van het exploitatieplan wordt parallel geschakeld aan de bestemmingsplanprocedure. Het AVBB is positief over deze veranderingen.
Met het exploitatieplan kunnen kosten worden getoetst en in het plan kan eventueel uitruil van kosten worden gerealiseerd. Daarnaast kunnen regels worden opgenomen voor het bouwrijp maken, de nutsvoorzieningen en de openbare ruimte.
Het exploitatieplan is veel beknopter dan eerdere voorstellen voor grondexploitatie waarin ook sprake was van het opnemen van eisen op het gebied van sociale woningbouw en particulier opdrachtgeverschap. Mede door druk vanuit het AVBB zijn deze eisen geschrapt.

Woningbouw tussen hoop en vrees

Over de woningbouw steekt het AVBB nog niet de vlag uit. In de eerste helft van dit jaar zijn ruim 21.000 woningen gerealiseerd. Dat zijn er slechts 1.600 meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Het dieptepunt van 2003 (nog geen 60.000 gebouwde woningen) lijkt weliswaar te zijn gepasseerd, maar de productie blijft schommelen tussen hoop en vrees.
Een jaar geleden constateerde het AVBB dat de “jarenlange dramatische daling van het aantal nieuwbouwwoningen niet daadkrachtig wordt aangepakt”. In de kabinetsplannen staan geen concrete maatregelen om de woningbouw te stimuleren. Het blijft bij voornemens en “zachte” middelen als het versterken van aanjaagteams”. In het voorjaar heeft de Tweede Kamer in een debat met minister Dekker aangegeven een aanscherping van de afspraken te willen. De minister bleef echter bij haar eerdere standpunt, dat zij geen huizen bouwt, maar alleen het beleid bepaalt en dus niet aan te spreken is op de woningaantallen. De vraag blijft dus of minister Dekker in staat is voldoende ‘harde’ afspraken met gemeenten, provincies en stedelijke regio’s te maken.

Geen Algemeen Verbindend-verklaring voor CAO-afspraken

Het voorstel van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om eventuele loonsverhogingen in 2005 niet algemeen verbindend te verklaren, kan op weinig sympathie rekenen van de bouwwerkgevers. In de praktijk zullen de werkgevers echter geen loonsverhoging afspreken omdat dit niet verantwoord is gezien de huidige economische situatie in de bedrijfstak.
De bouwwerkgevers hechten aan het avv’en van de CAO, omdat een onderscheid tussen leden en niet-leden niet als wenselijk wordt beschouwd. Bovendien zijn ze van mening dat de verantwoordelijkheid voor arbeidsvoorwaarden bij de sociale partners ligt. Tenslotte gaan de CAO-onderhandelingen over veel meer dan alleen de lonen: het gaat om het totale arbeidsvoorwaardenpakket. Voor de continuïteit van de ondernemingen is de loonkostenontwikkeling van veel belang.

Premiedifferentiatie slecht voor de bouw

De voorgenomen premiedifferentiatie in de WW voor nieuwe dienstverbanden, zoals het kabinet die voor ogen staat, zal slecht uitpakken voor de bouw. Het aantrekken van nieuw personeel wordt in feite bestraft. Een groot deel van de 17.000 bouwbedrijven moet lijden onder maatregelen die in feite slechts tegen enkele honderden bedrijven is gericht.
Het AVBB wijst het voorgestelde systeem van premiegroepen dan ook integraal af.
Het AVBB vindt wel dat de afwenteling van werkloosheidslasten, veroorzaakt door cyclische arbeidspatronen, op het collectief voorkomen moet worden. Het zou beter zijn maatregelen te treffen die specifiek op deze problematiek gericht zijn. Bijvoorbeeld een systeem dat voorziet in een directe koppeling tussen het veroorzaken van deze specifieke cyclische werkloosheidslasten en de hoogte van de wachtgeldpremie. Het AVBB heeft hiertoe een voorstel gedaan.

Nota Ruimte schept verwachtingen

De Nota Ruimte is positief voor het belang van de economie en voor de verdere ontwikkeling van het ruimtelijk beleid in Nederland. Deze eerste Grote Nota van het kabinet-Balkenende II schept ruimte voor zowel grote woningbouwlocaties als uitbreidingsmogelijkheden voor kleinere gemeenten.
Het AVBB heeft de komst van de Nota Ruimte over het algemeen juichend begroet. Ontwikkelingsplanologie heeft het gewonnen van toelatingsplanologie. Deze ommezwaai in het beleid schept ook verwachtingen. Het vraagt immers een overheid die zich meer gedraagt als zakelijk en gelijkwaardig partner van private partijen. Een actieve en financiële bijdrage van de overheid blijft in veel gevallen noodzakelijk voor de uitvoering van grote(re) ruimtelijke plannen.
Er zijn ook kritische kanttekeningen te plaatsen bij de Nota. Zo lijkt een streefgetal van 40% van alle nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied geen haalbare kaart. Zo’n generieke norm houdt geen rekening met verschillen tussen gemeenten en regio’s ten aanzien van uitbreidingsmogelijkheden, bevolkingssamenstelling etc.
Het rijk zal erop moeten toezien dat er voldoende harde plancapaciteit is voor de voorgenomen nieuwe woningbouwlocaties in bestemmingsplannen en streekplannen. Datzelfde geldt voor gebieden met een verstedelijkingsopgave. Anders zal de doelstelling van jaarlijks 80.000 nieuwe woningen niet worden gerealiseerd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht AVBB