Grontmij in eerste halfjaar op koers

De Bilt – Grontmij realiseerde in de eerste zes maanden van 2004 een resultaat na belastingen van EUR 5,1 miljoen (2003: EUR 2,1 miljoen). De stijging van het resultaat na belastingen is voornamelijk toe te schrijven aan een structurele kostenreductie bij de Advies- & Ingenieursbureaus, zoals aangekondigd in het persbericht van 17 november 2003.

Omzet en resultaat eerste halfjaar 2004
De omzet van Grontmij in de eerste helft van 2004 bedroeg EUR 250 miljoen (2003: EUR 242 miljoen). Deze lichte stijging is geheel het gevolg van een toename van de omzet van Ontwikkeling & Exploitatie. Het resultaat na belastingen is in de eerste helft van 2004 gestegen tot EUR 5,1 miljoen (2003: EUR 2,1 miljoen). Het resultaat na belastingen per aandeel komt daarmee uit op EUR 1,26 (2003: EUR 0,51).

De bruto-opbrengsten (omzet -/- projectkosten van derden) zijn de eerste zes maanden van 2004 met 3% gedaald naar EUR 155 miljoen (2003: EUR 160 miljoen). Het totale aantal fte’s is met circa 190 afgenomen ten opzichte van ultimo 2003. De bedrijfslasten zijn dientengevolge gedaald met 4% naar EUR 149 miljoen (2003: EUR 156 miljoen).

De marge voor rente en belastingen was in het eerste halfjaar van 2004 voor de Advies- & Ingenieursbureaus 3,4% (2003: 2,0%). Voor Ontwikkeling & Exploitatie kwam deze uit op 5,6% (2003: 7,5%).

Balans en financiering
Het balanstotaal per 30 juni 2004 is ten opzichte van ultimo 2003 met 8% toegenomen tot EUR 324 miljoen (ultimo 2003: EUR 299 miljoen). De ratio groepsvermogen/balanstotaal is afgenomen tot 35% (ultimo 2003: 38%).

De toename van het balanstotaal is in zijn geheel het gevolg van een wijziging in de rechtspositie van één vastgoedproject van Ontwikkeling & Exploitatie. De vorderingen en de kortlopende schulden zijn hierdoor tijdelijk toegenomen. Aangezien het betreffende vastgoedproject verkocht is, zal de afwikkeling voor het einde van het boekjaar plaatsvinden.

In juni 2004 is EUR 3,1 miljoen in contanten als dividend uitgekeerd. De langlopende schulden zijn door aflossing verder verlaagd tot EUR 16,9 miljoen (ultimo 2003: EUR 20,8 miljoen).

Reorganisatie
De ingezette reorganisatie met als doel een structurele kostenverlaging van de winstgevendheid van de Advies- & Ingenieursbureaus met EUR 15-20 miljoen op jaarbasis vanaf 2005 voltrekt zich volgens plan.
Door de reorganisatie gaat het aantal kantoorlocaties in Nederland in de loop van 2004-2005 terug van dertig naar circa twintig en wordt het aantal managers en medewerkers in ondersteunende diensten met in totaal 235 verminderd. Per 30 juni 2004 is het aantal managers en medewerkers in ondersteunende diensten met circa 125 verlaagd ten opzichte van ultimo 2003.

Van de doelstelling om de kosten structureel te verlagen met EUR 15-20 miljoen op jaarbasis vanaf 2005 (exclusief autonome kostenstijgingen), wordt minimaal 50% in 2004 gerealiseerd.

Aanpassing portfolio
In haar persbericht van 11 maart 2004 heeft Grontmij aangekondigd dat zij de omvang van de kapitaalsintensieve activiteiten, gebundeld in Ontwikkeling & Exploitatie, stapsgewijs zal verkleinen via desinvesteringen. Deze wijzigingen in de portfolio worden in 2004 en 2005 doorgevoerd. De opbrengsten zullen worden aangewend om de rentedragende schulden verder te reduceren dan wel de kaspositie te versterken om in de groei van de Advies- & Ingenieursbureaus te investeren.

Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders d.d. 19 mei 2004 is het voorgenomen besluit tot desinvestering van de kapitaalsintensieve activiteiten door de aandeelhouders goedgekeurd.

De voorbereidingen voor de verkoop van de bedrijfsonderdelen die zich bezig houden met vastgoedontwikkeling en delfstoffenwinning zijn in volle gang. Voor beide activiteiten hebben diverse gegadigden hun interesse getoond. In 2005 zal de verkoop van de activiteiten op het gebied van reststoffenverwerking ter hand worden genomen. Er wordt op dit moment geen nadere indicatie gegeven over de opbrengst en timing van de desinvesteringen.

Invoering IFRS
Grontmij is gestart met de conversie van haar financiële rapportage standaarden naar International Financial Reporting Standards (IFRS). De invoering van IFRS per 1 januari 2005 zal met name invloed hebben op de volgende vier posten in de jaarrekening:

Pensioenen
Onder IFRS worden de pensioentoezeggingen aan de medewerkers gezien als eigen verplichtingen van de onderneming, ongeacht of de uitvoering van de regeling is ondergebracht bij een pensioenfonds. Het verschil tussen de gekwantificeerde verplichting berekend volgens de IFRS voorschriften en de marktwaarde van de beleggingen van het pensioenfonds, dient in de balans te worden getoond. De jaarlijkse mutatie, welke in de winst- en verliesrekening in aanmerking zal worden genomen, zal worden berekend met in achtneming van de toegestane corridor. In de toelichting zullen de veronderstellingen voor de berekening worden vermeld.

Financiële vaste activa
Onder IFRS bestaat er een keuze om joint ventures proportioneel te consolideren of volgens de ‘equity method’ te verwerken. Grontmij heeft ervoor gekozen alle joint ventures te verwerken volgens de ‘equity method’. Als gevolg hiervan zal een aantal nu nog proportioneel geconsolideerde deelnemingen onder de IFRS niet langer worden geconsolideerd, maar worden opgenomen onder de financiële vaste activa.

Onderhanden werk
Onder IFRS wordt onderhanden werk gedefinieerd als ‘werken tot het bouwen van een actief waarvoor een contract is afgesloten’. Daarnaast zijn er stringentere voorwaarden gesteld aan het activeren van kosten. Als gevolg hiervan zal een deel van het onderhanden werk classificeren als ‘dienstverlening’, daarnaast zal bij de berekening van het onderhanden werk niet meer de volledige integrale kostprijs in aanmerking worden genomen. Een correctie op genoemde kostprijs voor het in aanmerking genomen gedeelte voor overhead zal plaats dienen te vinden. Ook zal een expliciet onderscheid worden gemaakt tussen ‘turnkey’ en overige contracten.

Voorzieningen
Onder IFRS dienen alle bestaande toekomstige verplichtingen die betrouwbaar te meten zijn volledig vooraf te worden voorzien. Waar onder de oude systematiek de voorziening voor stortplaatsen geleidelijk werd opgebouwd zal deze voorziening bij het aangaan van de verplichting tegen de maximale verplichting worden getoond. Hiertegenover wordt een actiefpost in aanmerking genomen die het effect van de opbouw gedurende de geschatte economische levensduur weergeeft, welke gedurende deze levensduur wordt afgeschreven.

Vooruitzichten 2004
De marktomstandigheden in Nederland zijn moeilijk, waardoor omzet en marges onder druk staan, en zullen in de tweede helft van 2004 niet substantieel wijzigen. Gelet op de ingezette kostenbesparingen verwacht Grontmij bij gelijkblijvende marktomstandigheden, conform de eerder uitgesproken verwachting, een aanmerkelijke verbetering van het resultaat na belastingen ten opzichte van 2003.

De verwachting betreffende het resultaat na belastingen is exclusief de effecten die verband houden met de voorgenomen verkoop van bedrijfsonderdelen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Grontmij NV