Concept Samenwerkingsovereenkomst Zuiderzeelijn

Den Haag – In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Peijs dat zij op verzoek van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat ter bespreking tijdens het Algemeen Overleg op 23 juni 2004 de concept Samenwerkingsovereenkomst tussen Rijk en Regio inzake het project Zuiderzeelijn aan de Tweede Kamer doet toekomen.

De Samenwerkingsovereenkomst wordt met betrokken provincies en gemeenten gesloten, aldus de minister. Het betreft de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland en Groningen en de gemeenten Almere, Lelystad, Noordoostpolder, Smallingerland, Heerenveen, Leeuwarden en Groningen.

De minister beschouwt de Samenwerkingsovereenkomst als een belangrijk instrument voor kosten- en risicobeheersing.

De overeenkomst heeft nog de conceptstatus. Het kabinet heeft onlangs ingestemd met de conceptovereenkomst, opdat in de periode juni t/m augustus 2004 besluitvorming kan plaatsvinden door provincies en gemeenten. In 2002 hebben provincies en gemeenten reeds ingestemd met de conceptovereenkomst, de komende besluitvorming wordt beschouwd als aanvullend en heeft betrekking op enkele wijzigingen ten opzichte van 2002, aldus de minister.

In de conceptovereenkomst staat onder meer dat het kabinet voor de geïntegreerde Tracé-/MER-aanbestedingsprocedure € 2,73 miljard (netto contante waarde 2010, prijspeil 2002) heeft gereserveerd. Dit betreft een maximum bijdrage met een all-in karakter, dat wil zeggen inclusief alle kostencomponenten gebonden aan de investering (onder meer voor inpassing, stations, en dergelijke). Het rijk draagt nooit meer bij aan het project dan dit bedrag. Het kabinet is bij deze reservering destijds uitgegaan van een tracé over de Hollandse Brug voor het traject Schiphol–Almere en een regionale bijdrage van € 1,13 miljard voor een magneetzweefbaan c.q. een magneetzweefmetro en € 0,45 miljard voor een hogesnelheidslijn (netto contante waarde 2010, prijspeil 2000).

Tevens staat in de overeenkomst dat partijen van mening zijn dat het project Zuiderzeelijn door rijk en regio gezamenlijk dient te worden uitgevoerd in die zin dat zij in alle opzichten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor alle projectgerelateerde activiteiten en aspecten, behoudens uiteraard de wettelijke bevoegdheden die door alle partijen worden voorbehouden.

Partijen streven naar ingebruikname van de Zuiderzeelijn in 2015. Ook zullen de partijen na inwerkingtreding van de Samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk de Projectorganisatie Zuiderzeelijn oprichten. De Projectorganisatie Zuiderzeelijn is een gezamenlijke organisatie van de Staat en de Regio, zo staat in de conceptovereenkomst.

In de conceptovereenomst is opgenomen dat de Staat en/of de Minister van V&W in beginsel optreedt als aanbesteder in de aanbesteding en als concessieverlener en/of opdrachtgever.

De Samenwerkingsovereenkomst wordt pas na definitieve instemming van alle in de overeenkomst genoemde partijen juridisch bindend.

Concept Samenwerkingsovereenkomst Zuiderzeelijn | Infrasite

Concept Samenwerkingsovereenkomst Zuiderzeelijn

Den Haag – In een brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Peijs dat zij op verzoek van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat ter bespreking tijdens het Algemeen Overleg op 23 juni 2004 de concept Samenwerkingsovereenkomst tussen Rijk en Regio inzake het project Zuiderzeelijn aan de Tweede Kamer doet toekomen.

De Samenwerkingsovereenkomst wordt met betrokken provincies en gemeenten gesloten, aldus de minister. Het betreft de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland en Groningen en de gemeenten Almere, Lelystad, Noordoostpolder, Smallingerland, Heerenveen, Leeuwarden en Groningen.

De minister beschouwt de Samenwerkingsovereenkomst als een belangrijk instrument voor kosten- en risicobeheersing.

De overeenkomst heeft nog de conceptstatus. Het kabinet heeft onlangs ingestemd met de conceptovereenkomst, opdat in de periode juni t/m augustus 2004 besluitvorming kan plaatsvinden door provincies en gemeenten. In 2002 hebben provincies en gemeenten reeds ingestemd met de conceptovereenkomst, de komende besluitvorming wordt beschouwd als aanvullend en heeft betrekking op enkele wijzigingen ten opzichte van 2002, aldus de minister.

In de conceptovereenkomst staat onder meer dat het kabinet voor de geïntegreerde Tracé-/MER-aanbestedingsprocedure € 2,73 miljard (netto contante waarde 2010, prijspeil 2002) heeft gereserveerd. Dit betreft een maximum bijdrage met een all-in karakter, dat wil zeggen inclusief alle kostencomponenten gebonden aan de investering (onder meer voor inpassing, stations, en dergelijke). Het rijk draagt nooit meer bij aan het project dan dit bedrag. Het kabinet is bij deze reservering destijds uitgegaan van een tracé over de Hollandse Brug voor het traject Schiphol–Almere en een regionale bijdrage van € 1,13 miljard voor een magneetzweefbaan c.q. een magneetzweefmetro en € 0,45 miljard voor een hogesnelheidslijn (netto contante waarde 2010, prijspeil 2000).

Tevens staat in de overeenkomst dat partijen van mening zijn dat het project Zuiderzeelijn door rijk en regio gezamenlijk dient te worden uitgevoerd in die zin dat zij in alle opzichten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor alle projectgerelateerde activiteiten en aspecten, behoudens uiteraard de wettelijke bevoegdheden die door alle partijen worden voorbehouden.

Partijen streven naar ingebruikname van de Zuiderzeelijn in 2015. Ook zullen de partijen na inwerkingtreding van de Samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk de Projectorganisatie Zuiderzeelijn oprichten. De Projectorganisatie Zuiderzeelijn is een gezamenlijke organisatie van de Staat en de Regio, zo staat in de conceptovereenkomst.

In de conceptovereenomst is opgenomen dat de Staat en/of de Minister van V&W in beginsel optreedt als aanbesteder in de aanbesteding en als concessieverlener en/of opdrachtgever.

De Samenwerkingsovereenkomst wordt pas na definitieve instemming van alle in de overeenkomst genoemde partijen juridisch bindend.