Peijs: ‘Geen keuze tussen Brabantse projecten’

Den Haag – In een brief aan de Tweede Kamer reageert minister Peijs op vragen over het bericht dat de provincie Noord-Brabant moet kiezen tussen twee projecten van Rijkswaterstaat.

De provincie Noord-Brabant werkt momenteel samen met de gemeenten Veghel, Oss, Den Bosch, Tilburg en Helmond aan een integrale visie op het totale stelsel van de Brabantse vaarwegen, zo schrijft de minister.
Tijdens een werkbezoek, dat zij op
1 juni 2004 op uitnodiging van de provincie Noord-Brabant aan de Brabantse kanalen bracht, zijn de voorlopige hoofdlijnen van deze visie mondeling toegelicht. De provincie heeft haar daarbij gemeld dat zij de komende twee maanden werkt aan de verdere concretisering van de visie, waarbij zij met name voor de gemeente Den Bosch (vanwege de voorgenomen omleiding van de Zuid-Willemsvaart) en de gemeente Tilburg (vanwege de voorgenomen verruiming van het Wilhelminakanaal) een actieve rol ziet weggelegd. In de integrale visie wil de provincie duidelijke keuzes maken over de manier waarop de gereserveerde middelen voor de gezamenlijke Brabantse vaarwegprojecten de komende jaren zo efficiënt mogelijk besteed kunnen worden en wat de regio daar zelf immaterieel en materieel aan bij kan dragen. Een dergelijke integrale visie die wordt gedragen door alle regionale betrokken partijen juicht de minister van harte toe en biedt voor haar een goed uitgangspunt voor het maken van bestuurlijke afspraken en weloverwogen keuzes, aldus minister Peijs.