Voorkeur ruimtelijke variant Ruimte voor de Rivier

Den Haag – De landelijke Stuurgroep Ruimte voor de Rivier (SRVR), onder voorzitterschap van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, Melanie Schultz van Haegen heeft besloten twee alternatieven verder uit te werken voor de Planologische Kernbeslissing (PKB) ‘Ruimte voor de Rivier’. De stuurgroepleden hebben hun voorkeur uitgesproken voor een alternatief dat grotendeels is gebaseerd op het regioadvies. Daarnaast is voorgesteld om vooruitlopend op de vaststelling van de definitieve PKB te starten met het project de Overdiepse Polder.

Staatssecretaris Schultz: ”Door de beide regio’s is prima werk verricht en er ligt een alternatief met draagvlak. Wel zal een nadere optimalisatie moeten plaatsvinden om ervoor te zorgen dat dit alternatief haalbaar is binnen de gestelde termijn en dat het via medefinanciering betaalbaar is. In het op 2 juni 2004 gevoerde overleg hebben de stuurgroepleden uitgesproken dat zij zich hiervoor actief inzetten”.

De Overdiepse Polder wordt een koploperproject: een project dat vooruitlopend op de vaststelling van de definitieve PKB start met een gedetailleerde uitwerking (de planstudie). Resultaat is dat de uitvoering kort nadat de PKB (in 2006) onherroepelijk is, kan starten. De aanwijzing tot koploper is mogelijk dankzij de medefinanciering door de provincie Noord-Brabant. Over andere potentiële koploperprojecten is nog geen besluit genomen, eerst vindt nog nader onderzoek plaats.

Staatssecretaris Schultz: “In de PKB dienen we een zorgvuldige besluitvorming te doorlopen, dit kost tijd. Echter als blijkt dat een project in alle alternatieven voorkomt, kosteneffectief is en veel draagvlak heeft, moeten we als Rijk kunnen doorpakken en starten met de realisatie van ruimte voor de rivier. Ook de bewoners, die zich zeer constructief en actief hebben opgesteld, verdienen deze duidelijkheid”.

De alternatieven

Het alternatief dat de voorkeur van de stuurgroepleden heeft, bevat een breed pakket aan ruimtelijke maatregelen, waaronder een dijkverlegging bij Westenholte en uiterwaardmaatregelen langs de IJssel, de dijkverlegging bij Veur-Lent, ruimtelijke maatregelen in de uiterwaarden tussen Arnhem en Amerongen (Nederrijn/Lek), het meestromend maken van de Noordwaard in de Biesbosch en het meestromend maken van de Overdiepse Polder. In deze variant ligt het accent op ruimtelijke rivierverruimende maatregelen die rondom 2015 gereed kunnen zijn; kosten hiervan zijn geraamd op circa € 2,2 miljard. Dit alternatief voldoet aan beide doelstellingen van Ruimte voor de Rivier, te weten veiligheid en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Aangezien deze variant het beschikbare budget van € 1,9 miljard overstijgt, is er vooralsnog ook een alternatief beschikbaar dat binnen dit budget valt. Het gaat om een pakket van technische maatregelen en enkele ruimtelijke maatregelen, zoals de dijkverlegging Veur-Lent (Waal) en het meestromend maken van de Overdiepse Polder. Technische maatregelen zijn dijkaanpassingen, kribverlaging en zomerbedverdieping. Hiermee wordt alleen aan de veiligheidsdoelstelling van Ruimte voor de Rivier voldaan.

Proces

Eind september 2004 bespreekt de stuurgroep de beide uitgewerkte alternatieven opnieuw. Eind 2004 volgt het kabinetsbesluit over PKB deel 1. Voorjaar 2005 volgt hierover de inspraak. In 2006 zal na verwachting de PKB definitief worden vastgesteld. Daarna worden de maatregelen verder uitgewerkt en tenslotte uitgevoerd in de periode 2009 – 2015.

Achtergrond PKB Ruimte voor de Rivier

Het kabinet heeft in 2000 gekozen voor een nieuwe aanpak van hoogwater: in plaats van de traditionele verhoging en versterking van de dijken moeten rivieren meer ruimte krijgen. Het doel is om uiterlijk in 2015, 16.000 m3/sec water veilig af te voeren. Daarvoor moet een pakket maatregelen worden samengesteld, dat en de veiligheid waarborgt en bijdraagt aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied.

In de stuurgroep Ruimte voor de Rivier vindt bestuurlijk overleg plaats over het project. Deelnemers aan de stuurgroep zijn de voorzitters van de regionale stuurgroepen, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van waterschappen, de Vereniging van Nederlandse riviergemeenten en vertegenwoordigers van het Rijk. De stuurgroep heeft een adviserende functie. Definitieve besluitvorming vindt plaats in het Kabinet.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Voorkeur ruimtelijke variant Ruimte voor de Rivier | Infrasite

Voorkeur ruimtelijke variant Ruimte voor de Rivier

Den Haag – De landelijke Stuurgroep Ruimte voor de Rivier (SRVR), onder voorzitterschap van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, Melanie Schultz van Haegen heeft besloten twee alternatieven verder uit te werken voor de Planologische Kernbeslissing (PKB) ‘Ruimte voor de Rivier’. De stuurgroepleden hebben hun voorkeur uitgesproken voor een alternatief dat grotendeels is gebaseerd op het regioadvies. Daarnaast is voorgesteld om vooruitlopend op de vaststelling van de definitieve PKB te starten met het project de Overdiepse Polder.

Staatssecretaris Schultz: ”Door de beide regio’s is prima werk verricht en er ligt een alternatief met draagvlak. Wel zal een nadere optimalisatie moeten plaatsvinden om ervoor te zorgen dat dit alternatief haalbaar is binnen de gestelde termijn en dat het via medefinanciering betaalbaar is. In het op 2 juni 2004 gevoerde overleg hebben de stuurgroepleden uitgesproken dat zij zich hiervoor actief inzetten”.

De Overdiepse Polder wordt een koploperproject: een project dat vooruitlopend op de vaststelling van de definitieve PKB start met een gedetailleerde uitwerking (de planstudie). Resultaat is dat de uitvoering kort nadat de PKB (in 2006) onherroepelijk is, kan starten. De aanwijzing tot koploper is mogelijk dankzij de medefinanciering door de provincie Noord-Brabant. Over andere potentiële koploperprojecten is nog geen besluit genomen, eerst vindt nog nader onderzoek plaats.

Staatssecretaris Schultz: “In de PKB dienen we een zorgvuldige besluitvorming te doorlopen, dit kost tijd. Echter als blijkt dat een project in alle alternatieven voorkomt, kosteneffectief is en veel draagvlak heeft, moeten we als Rijk kunnen doorpakken en starten met de realisatie van ruimte voor de rivier. Ook de bewoners, die zich zeer constructief en actief hebben opgesteld, verdienen deze duidelijkheid”.

De alternatieven

Het alternatief dat de voorkeur van de stuurgroepleden heeft, bevat een breed pakket aan ruimtelijke maatregelen, waaronder een dijkverlegging bij Westenholte en uiterwaardmaatregelen langs de IJssel, de dijkverlegging bij Veur-Lent, ruimtelijke maatregelen in de uiterwaarden tussen Arnhem en Amerongen (Nederrijn/Lek), het meestromend maken van de Noordwaard in de Biesbosch en het meestromend maken van de Overdiepse Polder. In deze variant ligt het accent op ruimtelijke rivierverruimende maatregelen die rondom 2015 gereed kunnen zijn; kosten hiervan zijn geraamd op circa € 2,2 miljard. Dit alternatief voldoet aan beide doelstellingen van Ruimte voor de Rivier, te weten veiligheid en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.

Aangezien deze variant het beschikbare budget van € 1,9 miljard overstijgt, is er vooralsnog ook een alternatief beschikbaar dat binnen dit budget valt. Het gaat om een pakket van technische maatregelen en enkele ruimtelijke maatregelen, zoals de dijkverlegging Veur-Lent (Waal) en het meestromend maken van de Overdiepse Polder. Technische maatregelen zijn dijkaanpassingen, kribverlaging en zomerbedverdieping. Hiermee wordt alleen aan de veiligheidsdoelstelling van Ruimte voor de Rivier voldaan.

Proces

Eind september 2004 bespreekt de stuurgroep de beide uitgewerkte alternatieven opnieuw. Eind 2004 volgt het kabinetsbesluit over PKB deel 1. Voorjaar 2005 volgt hierover de inspraak. In 2006 zal na verwachting de PKB definitief worden vastgesteld. Daarna worden de maatregelen verder uitgewerkt en tenslotte uitgevoerd in de periode 2009 – 2015.

Achtergrond PKB Ruimte voor de Rivier

Het kabinet heeft in 2000 gekozen voor een nieuwe aanpak van hoogwater: in plaats van de traditionele verhoging en versterking van de dijken moeten rivieren meer ruimte krijgen. Het doel is om uiterlijk in 2015, 16.000 m3/sec water veilig af te voeren. Daarvoor moet een pakket maatregelen worden samengesteld, dat en de veiligheid waarborgt en bijdraagt aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied.

In de stuurgroep Ruimte voor de Rivier vindt bestuurlijk overleg plaats over het project. Deelnemers aan de stuurgroep zijn de voorzitters van de regionale stuurgroepen, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van waterschappen, de Vereniging van Nederlandse riviergemeenten en vertegenwoordigers van het Rijk. De stuurgroep heeft een adviserende functie. Definitieve besluitvorming vindt plaats in het Kabinet.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie van Verkeer en Waterstaat