Friesland onderzoekt mogelijkheden vraaggericht OV

Leeuwarden – Het college van gedeputeerde staten van Friesland gaat onderzoeken of het invoeren van vraaggericht openbaar vervoer een oplossing kan zijn om de rijksbezuinigingen op het openbaar vervoer op te vangen. Dit is een van de reacties van het college op het statenvoorstel “Ynfolling fan de Ryksbesuniging op it Iepenbier Ferfier”. Het voorstel, opgesteld door een projectgroep uit Provinciale Staten, is op verzoek van de projectgroep door het college van inhoudelijk commentaar voorzien. Ook op het rapport “Eenheid in het openbaar vervoer”, opgesteld in opdracht van het PvdA, is door het college gereageerd.

Reactie op “Ynfolling fan de Ryksbesuniging op it Iepenbier Ferfier”
Het college concludeert dat de projectgroep een aantal duidelijke kaders biedt, zoals het standpunt dat het rijk verantwoordelijk is voor de financiering van het openbaar vervoer en dat het bijpassen uit eigen kas niet aan de orde is. Volgens het college moet de noodzakelijke bezuiniging gezocht worden in de door projectgroep voorgestelde verschuiving van aanbodgericht naar vraaggericht openbaar vervoer, plus het laten vervallen van onrendabele lijnen, haltes en ritten. Dat heeft, zo stelt het college, wel forse consequenties voor het openbaar vervoer in het landelijk gebied: de vraag naar openbaar vervoer is in landelijk gebied in het algemeen laag en het aantal onrendabele lijnen en ritten relatief hoog. Het college gaat nu uitwerken wat het, bij een bezuiniging van € 3 miljoen, betekent om vraaggericht openbaar vervoer in te voeren. Daarbij doet zij ook een voorstel voor een ondergrens voor onrendabele lijnen en ritten en geeft aan welke (financiële) effecten daarbij te verwachten zijn. Ook is het college bereid mee te denken over de mogelijkheden en consequenties van het laten vervallen van parallelle lijnen.

Het college heeft minder hoge verwachtingen van de effecten van de door de projectgroep voorgestelde efficiencymaatregelen. Het ontschotten van geldstromen, een door de projectgroep voorgestelde efficiencymaatregel die op de langere termijn soelaas kan bieden, onderschrijft het college wel en gaat dit waar mogelijk oppakken.

Reactie op “Eenheid in het openbaar vervoer”
De analyse die de auteurs in het rapport “Eenheid in het openbaar vervoer” hebben verwoord wordt niet gedeeld door het college, zij kan zich daar niet in vinden. Er wordt naar de mening van Gedeputeerde Staten een negatief beeld geschetst dat niet aansluit bij de werkelijkheid. De veronderstellingen en voorstellen van de auteurs worden niet onderbouwd met gegevens. Daardoor worden de aanbevelingen, zo vindt GS, soms meer een mening van de auteurs dan een feitelijke aanbeveling.

Het perspectief van inzetten op sterke lijnen, zoals dat uit het rapport naar voren komt, kan naar de mening van het college als basis dienen voor het uitwerken van het openbaarvervoerbeleid en het openbaarvervoernetwerk. Het voorgestelde netwerk, zo stelt GS echter vast, komt voor een belangrijk deel overeen met het huidige verbindende en ontsluitende net. Het rapport gaat echter op geen enkele wijze in op de ontsluiting van het landelijk gebied. Dat sluit niet aan bij de uitspraak van de auteurs dat het openbaar vervoer primair een maatschappelijke functie heeft.

Naar aanleiding van dit rapport gaat het college de mogelijkheden en de gevolgen na van het opheffen van parallelle lijnen, extra inzet op sterke lijnen en een systeem van “feederen” waarbij reizigers overstappen op de sterke lijnen. De uitkomsten worden meegenomen in het voorstel voor vraaggericht openbaar vervoer.

Op 30 juni 2004 wordt in de staten gedebatteerd over de toekomst van het openbaar vervoer. Het statenvoorstel, het rapport en de reactie van het college liggen dan op tafel.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Fryslân

Friesland onderzoekt mogelijkheden vraaggericht OV | Infrasite

Friesland onderzoekt mogelijkheden vraaggericht OV

Leeuwarden – Het college van gedeputeerde staten van Friesland gaat onderzoeken of het invoeren van vraaggericht openbaar vervoer een oplossing kan zijn om de rijksbezuinigingen op het openbaar vervoer op te vangen. Dit is een van de reacties van het college op het statenvoorstel “Ynfolling fan de Ryksbesuniging op it Iepenbier Ferfier”. Het voorstel, opgesteld door een projectgroep uit Provinciale Staten, is op verzoek van de projectgroep door het college van inhoudelijk commentaar voorzien. Ook op het rapport “Eenheid in het openbaar vervoer”, opgesteld in opdracht van het PvdA, is door het college gereageerd.

Reactie op “Ynfolling fan de Ryksbesuniging op it Iepenbier Ferfier”
Het college concludeert dat de projectgroep een aantal duidelijke kaders biedt, zoals het standpunt dat het rijk verantwoordelijk is voor de financiering van het openbaar vervoer en dat het bijpassen uit eigen kas niet aan de orde is. Volgens het college moet de noodzakelijke bezuiniging gezocht worden in de door projectgroep voorgestelde verschuiving van aanbodgericht naar vraaggericht openbaar vervoer, plus het laten vervallen van onrendabele lijnen, haltes en ritten. Dat heeft, zo stelt het college, wel forse consequenties voor het openbaar vervoer in het landelijk gebied: de vraag naar openbaar vervoer is in landelijk gebied in het algemeen laag en het aantal onrendabele lijnen en ritten relatief hoog. Het college gaat nu uitwerken wat het, bij een bezuiniging van € 3 miljoen, betekent om vraaggericht openbaar vervoer in te voeren. Daarbij doet zij ook een voorstel voor een ondergrens voor onrendabele lijnen en ritten en geeft aan welke (financiële) effecten daarbij te verwachten zijn. Ook is het college bereid mee te denken over de mogelijkheden en consequenties van het laten vervallen van parallelle lijnen.

Het college heeft minder hoge verwachtingen van de effecten van de door de projectgroep voorgestelde efficiencymaatregelen. Het ontschotten van geldstromen, een door de projectgroep voorgestelde efficiencymaatregel die op de langere termijn soelaas kan bieden, onderschrijft het college wel en gaat dit waar mogelijk oppakken.

Reactie op “Eenheid in het openbaar vervoer”
De analyse die de auteurs in het rapport “Eenheid in het openbaar vervoer” hebben verwoord wordt niet gedeeld door het college, zij kan zich daar niet in vinden. Er wordt naar de mening van Gedeputeerde Staten een negatief beeld geschetst dat niet aansluit bij de werkelijkheid. De veronderstellingen en voorstellen van de auteurs worden niet onderbouwd met gegevens. Daardoor worden de aanbevelingen, zo vindt GS, soms meer een mening van de auteurs dan een feitelijke aanbeveling.

Het perspectief van inzetten op sterke lijnen, zoals dat uit het rapport naar voren komt, kan naar de mening van het college als basis dienen voor het uitwerken van het openbaarvervoerbeleid en het openbaarvervoernetwerk. Het voorgestelde netwerk, zo stelt GS echter vast, komt voor een belangrijk deel overeen met het huidige verbindende en ontsluitende net. Het rapport gaat echter op geen enkele wijze in op de ontsluiting van het landelijk gebied. Dat sluit niet aan bij de uitspraak van de auteurs dat het openbaar vervoer primair een maatschappelijke functie heeft.

Naar aanleiding van dit rapport gaat het college de mogelijkheden en de gevolgen na van het opheffen van parallelle lijnen, extra inzet op sterke lijnen en een systeem van “feederen” waarbij reizigers overstappen op de sterke lijnen. De uitkomsten worden meegenomen in het voorstel voor vraaggericht openbaar vervoer.

Op 30 juni 2004 wordt in de staten gedebatteerd over de toekomst van het openbaar vervoer. Het statenvoorstel, het rapport en de reactie van het college liggen dan op tafel.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Fryslân