Afspraken over wereldwijd aardobservatienetwerk

Den Haag – Tijdens een topontmoeting in Tokio over aardobservatie zijn gisteren afspraken gemaakt over een wereldwijd waarneemnetwerk voor aardobservatiegegevens dat wordt gebouwd op bestaande systemen en expertise. Aardobservatie vanuit satellieten aangevuld met gegevens uit aardse netwerken heeft als doel klimaat- en milieugegevens te verzamelen om beleid en beheer op het gebied van klimaatverandering, waterbeheer en luchtkwaliteit te verbeteren.

De Japanse premier Kozumi opende de topontmoeting waaraan 43 landen, 26 internationale organisaties en de Europese Unie deelnamen. Staatssecretaris Schultz van Haegen van Verkeer en Waterstaat was afgevaardigd namens de Nederlandse regering. De huidige afspraken zijn een voortzetting van eerdere afspraken gemaakt tijdens de wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg en de G8-ontmoeting in Evian.

Staatssecretaris Schultz van Haegen benadrukte in haar toespraak dat ze tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie vooral prioriteit wil geven aan de hoogwaterproblematiek en de daarbij behorende maatregelen tegen mogelijke toekomstige overstromingen. Voedselschaarste, luchtvervuiling en droogte zijn andere voorbeelden waarvoor het toekomstige waarneemnetwerk kan bijdragen aan preventiemaatregelen.

De aardobservatietop in Tokio was het vervolg op de eerste topontmoeting die in 2003 plaatsvond in Washington. Tijdens de tweede top zijn de plannen voor de inrichting van een waarneemnetwerk aangenomen door de deelnemende landen. Tevens zijn de landen die nog niet aan dit initiatief deelnamen uitgenodigd om alsnog mee te doen.

In februari 2005 zal de EU de volgende topontmoeting organiseren. De definitieve inrichting van het wereldomvattende waarneemnetwerk zal dan voor goedkeuring op de agenda staan. De verwachte effecten van klimaatverandering op de infrastuctuur en de maatregelen die nodig zijn om de veiligheid van de Nederlandse bevolking te waarborgen onderstrepen het belang van aardobservatie.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie van Verkeer en Waterstaat