Richtsnoeren inzake trans-Europese vervoersnetwerken

Brussel – De Raad heeft via de schriftelijke procedure met eenparigheid van stemmen het gemeenschappelijk standpunt inzake een beschikking betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet (de zogeheten TEN-richtsnoeren) aangenomen.

De Raad onderschrijft de noodzaak, het wettelijk kader voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk aan te passen aan het nieuwe Europa van na de uitbreiding, teneinde een samenhangend, doelmatig en duurzaam vervoerssysteem tot stand te brengen. De Raad steunt derhalve volledig de globale doelstellingen van het Commissievoorstel, alsook, in grote lijnen, de inhoud van het voorstel.

Ten aanzien van de door het Europees Parlement op 30 mei 2002 in eerste lezing voorgestelde amendementen en de nieuwe parlementaire behandeling op 11 maart 2004 merkt de Raad op, dat een groot deel van de amendementen in het gemeenschappelijk standpunt gedeeltelijk of volledig is overgenomen, naar de letter dan wel naar de geest. De Raad is dan ook van oordeel dat het doel van de amendementen bereikt is door middel van de aanpassingen in het gemeenschappelijk standpunt.

De voorgestelde beschikking is bedoeld om de communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet uit 1996 te actualiseren met het oog op de groei van het verkeer en de daarmee gepaard gaande problemen van overbelasting die zich naar verwachting in 2010 zullen voordoen, alsmede met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie. De beschikking bevat een lijst van prioritaire projecten die in 2020 tot stand gebracht zouden moeten zijn. Deze lijst behelst de door de Europese Raad van Essen in 1994 goedgekeurde projecten, waaraan nog een aantal andere projecten zijn toegevoegd. Dit overzicht is opgesteld aan de hand van de aanbevelingen in het rapport van de groep op hoog niveau die onder voortzitterschap stond van Karel Van Miert.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Raad van de Europese Unie

Richtsnoeren inzake trans-Europese vervoersnetwerken | Infrasite

Richtsnoeren inzake trans-Europese vervoersnetwerken

Brussel – De Raad heeft via de schriftelijke procedure met eenparigheid van stemmen het gemeenschappelijk standpunt inzake een beschikking betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet (de zogeheten TEN-richtsnoeren) aangenomen.

De Raad onderschrijft de noodzaak, het wettelijk kader voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk aan te passen aan het nieuwe Europa van na de uitbreiding, teneinde een samenhangend, doelmatig en duurzaam vervoerssysteem tot stand te brengen. De Raad steunt derhalve volledig de globale doelstellingen van het Commissievoorstel, alsook, in grote lijnen, de inhoud van het voorstel.

Ten aanzien van de door het Europees Parlement op 30 mei 2002 in eerste lezing voorgestelde amendementen en de nieuwe parlementaire behandeling op 11 maart 2004 merkt de Raad op, dat een groot deel van de amendementen in het gemeenschappelijk standpunt gedeeltelijk of volledig is overgenomen, naar de letter dan wel naar de geest. De Raad is dan ook van oordeel dat het doel van de amendementen bereikt is door middel van de aanpassingen in het gemeenschappelijk standpunt.

De voorgestelde beschikking is bedoeld om de communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet uit 1996 te actualiseren met het oog op de groei van het verkeer en de daarmee gepaard gaande problemen van overbelasting die zich naar verwachting in 2010 zullen voordoen, alsmede met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie. De beschikking bevat een lijst van prioritaire projecten die in 2020 tot stand gebracht zouden moeten zijn. Deze lijst behelst de door de Europese Raad van Essen in 1994 goedgekeurde projecten, waaraan nog een aantal andere projecten zijn toegevoegd. Dit overzicht is opgesteld aan de hand van de aanbevelingen in het rapport van de groep op hoog niveau die onder voortzitterschap stond van Karel Van Miert.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Raad van de Europese Unie