Platform Stedelijke Distributie eervol uitgeluid

Den Haag – Op 22 april 2004 hebben de deelnemende partijen aan het Platform Stedelijke Distributie na 9 succesvolle jaren de samenwerking
beëindigd. Met nieuw elan worden andere paden betreden om de Nederlandse binnensteden bereikbaar te houden.

Het Platform Stedelijke Distributie heeft pionierswerk verricht op het gebied van stedelijke distributie en is vooruitstrevend geweest als publiek-privaat samenwerkingsverband. De succesvolle projecten hebben
geresulteerd in de ontwikkeling van standaardmethoden, zoals de procesaanpak. Ruim 60% van de gemeenten in Nederland kent het PSD en bij 56% van alle gemeenten staat stedelijke distributie inmiddels op de
politieke agenda. Het PSD heeft ertoe bijgedragen dat stedelijke distributie in de Verkeers- en Vervoerplannen van gemeenten, provincie en rijk is opgenomen. Dat komt mede door in het oog springende successen waarvan medegebruik busbanen voor het vrachtverkeer in Groningen, De Schone Stad in Den Haag waar ondernemers op eigen initiatief samenwerken en een nieuw ontheffingsregime in de Amsterdamse binnenstad, goede voorbeelden zijn. Het PSD is succesvol geweest, maar nu is het moment aangebroken om de volgende stap te zetten.

De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zetten het werk van het PSD
verder voort in een gezamenlijke aanpak van de bereikbare binnenstad. Het
goede werk van het Platform Stedelijke Distributie gaat niet verloren. De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uit het Platform (EVO, Koninklijk Nederlands Vervoer, MKB-Nederland, Raad Nederlandse Detailhandel en
Transport en Logistiek Nederland) willen de opgedane kennis levend houden
en beschikbaar stellen aan alle partijen die zich bezig houden met stedelijke bereikbaarheid. Zij zullen daartoe de websites van het PSD –
www.psd-online.nl en www.levedestad.nl – overnemen en actueel houden. Via deze websites kan iedereen ondersteuning vragen bij het bereikbaar houden van onze binnensteden.

Met de ondertekening van de verklaring “Naar een gezamenlijke aanpak van de bereikbare binnenstad” in oktober 2003 benadrukken de partijen, waaronder het ministerie van Verkeer en Waterstaat, het belang om een nationaal
proceskader voor stedelijke distributie op te stellen. In dit nationale kader worden kwaliteitseisen gesteld aan lokale regelgeving, over bijvoorbeeld venstertijden en voertuigeisen. Centraal daarbij staat de afstemming met onder meer buurgemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De heer Lemstra (eerste kamerlid CDA) is bezig met een verkenning en brengt in mei advies uit aan de minister van Verkeer &
Waterstaat.

Verder bereiden het ministerie en de vertegenwoordigers van het
bedrijfsleven een gebiedsgerichte pilot voor, die zich richt op het ontwikkelen van een gezamenlijke aanpak om de bereikbaarheid van stedelijke regio’s in heel Nederland te versterken. Tot slot spannen de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zich middels drie brancheprojecten in om de voertuigbewegingen ten behoeve van de detailhandel met 10 procent te verminderen.

Platform Stedelijke Distributie eervol uitgeluid | Infrasite

Platform Stedelijke Distributie eervol uitgeluid

Den Haag – Op 22 april 2004 hebben de deelnemende partijen aan het Platform Stedelijke Distributie na 9 succesvolle jaren de samenwerking
beëindigd. Met nieuw elan worden andere paden betreden om de Nederlandse binnensteden bereikbaar te houden.

Het Platform Stedelijke Distributie heeft pionierswerk verricht op het gebied van stedelijke distributie en is vooruitstrevend geweest als publiek-privaat samenwerkingsverband. De succesvolle projecten hebben
geresulteerd in de ontwikkeling van standaardmethoden, zoals de procesaanpak. Ruim 60% van de gemeenten in Nederland kent het PSD en bij 56% van alle gemeenten staat stedelijke distributie inmiddels op de
politieke agenda. Het PSD heeft ertoe bijgedragen dat stedelijke distributie in de Verkeers- en Vervoerplannen van gemeenten, provincie en rijk is opgenomen. Dat komt mede door in het oog springende successen waarvan medegebruik busbanen voor het vrachtverkeer in Groningen, De Schone Stad in Den Haag waar ondernemers op eigen initiatief samenwerken en een nieuw ontheffingsregime in de Amsterdamse binnenstad, goede voorbeelden zijn. Het PSD is succesvol geweest, maar nu is het moment aangebroken om de volgende stap te zetten.

De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zetten het werk van het PSD
verder voort in een gezamenlijke aanpak van de bereikbare binnenstad. Het
goede werk van het Platform Stedelijke Distributie gaat niet verloren. De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uit het Platform (EVO, Koninklijk Nederlands Vervoer, MKB-Nederland, Raad Nederlandse Detailhandel en
Transport en Logistiek Nederland) willen de opgedane kennis levend houden
en beschikbaar stellen aan alle partijen die zich bezig houden met stedelijke bereikbaarheid. Zij zullen daartoe de websites van het PSD –
www.psd-online.nl en www.levedestad.nl – overnemen en actueel houden. Via deze websites kan iedereen ondersteuning vragen bij het bereikbaar houden van onze binnensteden.

Met de ondertekening van de verklaring “Naar een gezamenlijke aanpak van de bereikbare binnenstad” in oktober 2003 benadrukken de partijen, waaronder het ministerie van Verkeer en Waterstaat, het belang om een nationaal
proceskader voor stedelijke distributie op te stellen. In dit nationale kader worden kwaliteitseisen gesteld aan lokale regelgeving, over bijvoorbeeld venstertijden en voertuigeisen. Centraal daarbij staat de afstemming met onder meer buurgemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De heer Lemstra (eerste kamerlid CDA) is bezig met een verkenning en brengt in mei advies uit aan de minister van Verkeer &
Waterstaat.

Verder bereiden het ministerie en de vertegenwoordigers van het
bedrijfsleven een gebiedsgerichte pilot voor, die zich richt op het ontwikkelen van een gezamenlijke aanpak om de bereikbaarheid van stedelijke regio’s in heel Nederland te versterken. Tot slot spannen de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zich middels drie brancheprojecten in om de voertuigbewegingen ten behoeve van de detailhandel met 10 procent te verminderen.