Aanleg Noord/Zuidlijn moeilijker, langer en duurder

Amsterdam – Na een jaar ervaring met de aanleg van de Noord/Zuidlijn in de moeilijkste delen van de stad is een nieuwe, verfijnde prognose gemaakt van de kosten van de nieuwe metrolijn. Uit deze Rapportage Financiële Prognose tot 2012, opgesteld in opdracht van Mark van der Horst (wethouder Noord/Zuidlijn), blijkt dat de aanleg van de Noord/Zuidlijn 6%, oftewel € 92 miljoen, duurder kan worden. Deze prognose betekent een toename van de projectkosten van € 1.460 miljoen naar € 1.552 miljoen. Onder meer veroorzaakt door langdurige juridische procedures, maar ook door de tijd die nodig was om onvoorziene obstakels in de ondergrond te verwijderen zal de nieuwe metrolijn in oktober 2011, 7 maanden later dan gepland, worden opgeleverd. Om mogelijk financiële tegenvallers bij de bouw van de Noord/Zuidlijn te kunnen opvangen, wil het Amsterdamse college van B&W een extra voorziening treffen.

De voorziene kostenstijging bestaat voor een groot deel uit een hogere raming van de bouwkosten ( € 44 miljoen). Daarnaast zorgen hogere VAT-kosten (onder meer als gevolg van juridische procedures (€ 38 miljoen), extra uitgaven voor archeologie ( € 6 miljoen), en extra maatregelen om de leefbaarheid rond de bouwplaatsen te vergroten ( € 4 miljoen) voor een stijging van de kosten.

De Rapportage Financiële Prognose tot 2012 Noord/Zuidlijn zal vanaf dit jaar jaarlijks worden opgesteld. Wethouder Van der Horst (Noord/Zuidlijn) wil een veel scherpere kostenbewaking: ‘Met de jaarlijkse prognose kunnen we in een vroeg stadium signaleren of en waar kostenoverschrijdingen en niet voorziene risico’s dreigen. Met die kennis kunnen we eventueel (bij)sturen. Het gemeentebestuur komt dan niet voor verrassingen te staan en kostenoverschrijdingen “achteraf” zijn daarmee normaal gesproken uitgesloten”.

Berekening prognose
Volgens Mark van der Horst is het project van de tekentafel in de uitvoeringsfase gekomen. Dat maakt een verfijning van het bestaande financiële model voor de Noord/Zuidlijn noodzakelijk. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds zekere en te verwachten financiële ontwikkelingen en anderzijds meer onzekere financiële risico’s. Er is een risico-analysemodel ontwikkeld, waarin de aard van het risico, de kans dat het zich voordoet en het potentieel effect zijn meegenomen. Daarin zijn de verwachte uitvoeringskosten geraamd tot en met de oplevering van het project in oktober 2011 en is bovendien een vergelijking gemaakt met de prognose in oktober 2002.

Sturingsmogelijkheden
Er is door de gemeente gekeken of er een aantal van de verwachte kostenstijgingen en risico’s geheel of gedeeltelijk stuurbaar zijn om de mogelijke kosten te beperken. Enkele sturingsmogelijkheden zijn:

Het risico van kostbare
geluidsbesparende bouwmethoden kan worden beperkt door de bouwplanning zoveel mogelijk af te stemmen op de activiteiten in de omgeving.
VAT-kosten kunnen beperkt worden door eerder te starten met de afbouw van de projectorganisatie.
Door aanbestedingen in kleine contracten in de markt te zetten kan tot een positief aanbestedingsresultaat leiden.
Kosten als gevolg van vertragingen worden gereduceerd door het aantal werkbare uren te vergroten. Een mogelijkheid daarvoor biedt het werken op de zaterdag.
De extra kosten voor de grondafvoer kunnen aanzienlijk beperkt worden door een optimale binnengemeentelijke afstemming van vraag en aanbod van grond.
Ook is bekeken of het mogelijk is om de kosten te beperken door de bouw van minder stations. Omdat de lijn daardoor niet goedkoper wordt is door het College hier niet voor gekozen.

Dekking prognose
Met het Rijk is afgesproken dat de gemeente Amsterdam eventuele extra kosten van de aanleg van de Noord/Zuidlijn zelf moet betalen (de zogenaamde lump sum-regeling). Om mogelijk financiële tegenvallers bij de bouw van de Noord/Zuidlijn te kunnen opvangen, wil het Amsterdamse college van B&W een extra voorziening van € 92 miljoen treffen.

De Rapportage wordt betrokken bij de behandeling van de Voorjaarsnota Begroting 2005. Behandeling van deze Rapportage is op 21 april en 19 mei in de raadscommissie Verkeer, Vervoer & Infrastructuur. In het kader van de Voorjaarsnota wordt het behandeld in de raadscommissie Financiën op 27 mei en eventueel 24 juni en in de gemeenteraad op 7 & 8 juli 2004.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht gemeente Amsterdam