Nieuwe spelregels OV in Brabant

‘s-Hertogenbosch – De provincie Noord-Brabant zal vanaf heden voorbereidingen treffen voor nieuwe concessieverleningen in het openbaar vervoer in zowel Westelijk als Oostelijk Noord- Brabant. Deze concessies gaan dan met ingang van 1 januari 2006 van start. Mede naar aanleiding van actuele ontwikkelingen en de financiële (on)zekerheid in het openbaar vervoer hebben zowel Gedeputeerde Staten als de Statencommissie voor Mobiliteit (EMG) er behoefte aan de “spelregels” opnieuw te bepalen.

De provincie is van plan om een deel van de ontwikkelfunctie van het openbaar vervoer terug te halen. Het gaat dan met name om de ontwikkeling van nieuwe vormen van openbaar vervoer en de afstemming op de vraag. Hiermee wordt een deel van de huidige verantwoordelijkheid van de concessiehouder ingeperkt en komt er meer eindverantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer terug bij de provincie. De gemeenten uit beide concessiegebieden worden nadrukkelijk betrokken bij de voorbereiding. De Statencommissie EMG heeft driemaal gesproken over de toekomst van de concessies in Noord-Brabant.

In december 2001 heeft de BBA de concessiebeschikkingen Openbaar Vervoer voor West en Noordoost Brabant aanvaard. In deze beschikkingen is opgenomen dat de concessie eindigt op 31 december 2005. Verder is bepaald dat indien naar het oordeel van de provincie blijkt dat de uitvoering van de concessie voldoende heeft bijgedragen aan de provinciale beleidsdoelstellingen, deze met maximaal twee jaar verlengd kan worden tot 1 januari 2008. Gesprekken over verlenging zijn thans niet aan de orde. Op basis van onderzoek kan worden geconcludeerd dat de huidige uitvoering van de concessies onvoldoende bijdraagt aan de gestelde beleidsdoelstellingen. Over de oorzaak daarvan wil de provincie een neutrale positie innemen. Enerzijds is geconstateerd dat de BBA en haar partners de nodige inspanningen hebben verricht om de uitvoering van de concessie tot een succes te maken. Anderzijds is de concessiehouder ook afhankelijk van de medewerking van andere actoren en externe factoren die de uitvoering van de concessie negatief kunnen beïnvloeden, zoals de recente rijksbezuinigingen.
Verder zijn de door de BBA uitgesproken verwachtingen niet uitgekomen. Mede in het kader van het te actualiseren Provinciale Verkeers en Vervoersplan zal de provincie Noord-Brabant zich over de beleidsdoelstellingen in het openbaar vervoer bezinnen. De provincie gaat er vanuit en heeft er vertrouwen in dat de BBA van de partij zal zijn bij een eerlijke en competitieve strijd in de race naar de nieuwe concessies.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Noord-Brabant

Nieuwe spelregels OV in Brabant | Infrasite

Nieuwe spelregels OV in Brabant

‘s-Hertogenbosch – De provincie Noord-Brabant zal vanaf heden voorbereidingen treffen voor nieuwe concessieverleningen in het openbaar vervoer in zowel Westelijk als Oostelijk Noord- Brabant. Deze concessies gaan dan met ingang van 1 januari 2006 van start. Mede naar aanleiding van actuele ontwikkelingen en de financiële (on)zekerheid in het openbaar vervoer hebben zowel Gedeputeerde Staten als de Statencommissie voor Mobiliteit (EMG) er behoefte aan de “spelregels” opnieuw te bepalen.

De provincie is van plan om een deel van de ontwikkelfunctie van het openbaar vervoer terug te halen. Het gaat dan met name om de ontwikkeling van nieuwe vormen van openbaar vervoer en de afstemming op de vraag. Hiermee wordt een deel van de huidige verantwoordelijkheid van de concessiehouder ingeperkt en komt er meer eindverantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer terug bij de provincie. De gemeenten uit beide concessiegebieden worden nadrukkelijk betrokken bij de voorbereiding. De Statencommissie EMG heeft driemaal gesproken over de toekomst van de concessies in Noord-Brabant.

In december 2001 heeft de BBA de concessiebeschikkingen Openbaar Vervoer voor West en Noordoost Brabant aanvaard. In deze beschikkingen is opgenomen dat de concessie eindigt op 31 december 2005. Verder is bepaald dat indien naar het oordeel van de provincie blijkt dat de uitvoering van de concessie voldoende heeft bijgedragen aan de provinciale beleidsdoelstellingen, deze met maximaal twee jaar verlengd kan worden tot 1 januari 2008. Gesprekken over verlenging zijn thans niet aan de orde. Op basis van onderzoek kan worden geconcludeerd dat de huidige uitvoering van de concessies onvoldoende bijdraagt aan de gestelde beleidsdoelstellingen. Over de oorzaak daarvan wil de provincie een neutrale positie innemen. Enerzijds is geconstateerd dat de BBA en haar partners de nodige inspanningen hebben verricht om de uitvoering van de concessie tot een succes te maken. Anderzijds is de concessiehouder ook afhankelijk van de medewerking van andere actoren en externe factoren die de uitvoering van de concessie negatief kunnen beïnvloeden, zoals de recente rijksbezuinigingen.
Verder zijn de door de BBA uitgesproken verwachtingen niet uitgekomen. Mede in het kader van het te actualiseren Provinciale Verkeers en Vervoersplan zal de provincie Noord-Brabant zich over de beleidsdoelstellingen in het openbaar vervoer bezinnen. De provincie gaat er vanuit en heeft er vertrouwen in dat de BBA van de partij zal zijn bij een eerlijke en competitieve strijd in de race naar de nieuwe concessies.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Noord-Brabant