Advies ‘De waarde van Openbaar Vervoer’ uitgebracht

Den Haag – Het advies ‘De waarde van het Openbaar Vervoer’ gaat in op de vragen welke publieke belangen het openbaar vervoer dient en wat de rol van de overheid daarin is. Het gaat dan om zowel spoor als stads- en streekvervoer. De Raad stelt dat goed openbaar vervoer onmisbaar is in een verstedelijkte samenleving als Nederland. Het is noodzakelijk voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Daarnaast is goed openbaar vervoer nodig om deel te kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten. Denk aan onderwijs, werken en medische zorg. Een ander argument is dat zonder goed openbaar vervoer de leefbaarheid en verkeersveiligheid van steden zal afnemen.

Geef invloed aan de reiziger

Naast publieke belangen onderscheidt de Raad bij openbaar vervoer collectieve consumentenbelangen, zoals stiptheid en frequentie. De behartiging van deze belangen is volgens de Raad vooral een zaak tussen reiziger en vervoerder. Deze partijen moeten met elkaar kunnen onderhandelen over welke kwaliteit de vervoerder biedt voor welke prijs. Dat betekent dat de positie van de gebruiker van het openbaar vervoer versterkt moet worden.

Versterk de verantwoordelijkheid van regio’s

Volgens de Raad kunnen regio’s de publieke belangen van het openbaar vervoer het beste waarborgen. Daarvoor moeten zij meer bevoegdheden, verantwoordelijkheden en middelen krijgen. Regio’s moeten een prikkel krijgen om goed openbaar vervoer op maat te leveren, tegen zo laag mogelijke kosten. Om de kosteneffectiviteit te verhogen zullen in een aantal gevallen “dure” regionale spoorlijnen vervangen moeten worden door lightrail of busvervoer. De verantwoordelijkheid van de regio’s kan versterkt worden als zij naast de uitkering van het rijk, eigen middelen kunnen genereren. Voorbeelden daarvan zijn regionale belastingheffing, private financiering of contracten met instellingen. De Raad bepleit daarmee overigens geen kostenstijging voor de gebruiker. Regionale heffingen moeten andere type heffingen daarom vervangen, niet aanvullend daarop zijn.

Ook het rijk is verantwoordelijk

De verantwoordelijkheden van de rijksoverheid zijn in de visie van de Raad drieledig. Het gaat in de eerste plaats om het kernnet van het spoor. Bij dit net staat het ruimtelijk-economisch belang voorop. Het heeft primair een functie voor het vervoer van dikke stromen in sterk verstedelijkte regio’s en het vervoer tussen landsdelen. Verder is het rijk verantwoordelijk voor integrerende aspecten van het openbaar vervoer – zoals bewaking van de aansluiting tussen regionale netwerken – en de verdeling van rijksmiddelen. De Raad vindt dat door positieve prikkels de samenwerking tussen ProRail en NS versterkt moet worden.

De Raad zal zijn huidige visie uitwerken in een adviesrapport, dat naar verwachting in juni zal verschijnen. De nadere uitwerking zal onder meer betrekking hebben op de financieringsstructuur van het regionale openbaar vervoer, uitvoeringsmodellen voor kosteneffectief openbaar vervoer en het versterken van de samenwerkingsrelatie en het bevorderen van maatschappelijk presteren van NS en ProRail.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Raad voor Verkeer & Waterstaat

Advies ‘De waarde van Openbaar Vervoer’ uitgebracht | Infrasite

Advies ‘De waarde van Openbaar Vervoer’ uitgebracht

Den Haag – Het advies ‘De waarde van het Openbaar Vervoer’ gaat in op de vragen welke publieke belangen het openbaar vervoer dient en wat de rol van de overheid daarin is. Het gaat dan om zowel spoor als stads- en streekvervoer. De Raad stelt dat goed openbaar vervoer onmisbaar is in een verstedelijkte samenleving als Nederland. Het is noodzakelijk voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Daarnaast is goed openbaar vervoer nodig om deel te kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten. Denk aan onderwijs, werken en medische zorg. Een ander argument is dat zonder goed openbaar vervoer de leefbaarheid en verkeersveiligheid van steden zal afnemen.

Geef invloed aan de reiziger

Naast publieke belangen onderscheidt de Raad bij openbaar vervoer collectieve consumentenbelangen, zoals stiptheid en frequentie. De behartiging van deze belangen is volgens de Raad vooral een zaak tussen reiziger en vervoerder. Deze partijen moeten met elkaar kunnen onderhandelen over welke kwaliteit de vervoerder biedt voor welke prijs. Dat betekent dat de positie van de gebruiker van het openbaar vervoer versterkt moet worden.

Versterk de verantwoordelijkheid van regio’s

Volgens de Raad kunnen regio’s de publieke belangen van het openbaar vervoer het beste waarborgen. Daarvoor moeten zij meer bevoegdheden, verantwoordelijkheden en middelen krijgen. Regio’s moeten een prikkel krijgen om goed openbaar vervoer op maat te leveren, tegen zo laag mogelijke kosten. Om de kosteneffectiviteit te verhogen zullen in een aantal gevallen “dure” regionale spoorlijnen vervangen moeten worden door lightrail of busvervoer. De verantwoordelijkheid van de regio’s kan versterkt worden als zij naast de uitkering van het rijk, eigen middelen kunnen genereren. Voorbeelden daarvan zijn regionale belastingheffing, private financiering of contracten met instellingen. De Raad bepleit daarmee overigens geen kostenstijging voor de gebruiker. Regionale heffingen moeten andere type heffingen daarom vervangen, niet aanvullend daarop zijn.

Ook het rijk is verantwoordelijk

De verantwoordelijkheden van de rijksoverheid zijn in de visie van de Raad drieledig. Het gaat in de eerste plaats om het kernnet van het spoor. Bij dit net staat het ruimtelijk-economisch belang voorop. Het heeft primair een functie voor het vervoer van dikke stromen in sterk verstedelijkte regio’s en het vervoer tussen landsdelen. Verder is het rijk verantwoordelijk voor integrerende aspecten van het openbaar vervoer – zoals bewaking van de aansluiting tussen regionale netwerken – en de verdeling van rijksmiddelen. De Raad vindt dat door positieve prikkels de samenwerking tussen ProRail en NS versterkt moet worden.

De Raad zal zijn huidige visie uitwerken in een adviesrapport, dat naar verwachting in juni zal verschijnen. De nadere uitwerking zal onder meer betrekking hebben op de financieringsstructuur van het regionale openbaar vervoer, uitvoeringsmodellen voor kosteneffectief openbaar vervoer en het versterken van de samenwerkingsrelatie en het bevorderen van maatschappelijk presteren van NS en ProRail.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Raad voor Verkeer & Waterstaat