Modelschaderegeling regionale waterberging

Den Haag – De Unie van Waterschappen, de overkoepelende vereniging van alle 37 Nederlandse waterschappen, heeft dezer dagen een modelregeling vastgesteld ten behoeve van ondernemers en grondeigenaren die schade lijden door de toekomstige inrichting van regionale waterbergingsgebieden.

Het Rijk en de organisaties van provincies (IPO) en gemeenten (VNG) zijn akkoord gegaan met deze zogenoemde nadeelcompensatieregeling.

De modelregeling heeft alleen betrekking op de feitelijke ingebruikname van een gebied ten behoeve van reguliere waterberging.
Ondernemers/grondeigenaren krijgen de schade als gevolg van het onder water zetten van hun land volledig vergoed met uitzondering van schade die zij zelf hebben veroorzaakt. Zij dienen hun schade in dat geval zelf aan te tonen.

Aanbevolen wordt om per regio één loket in te richten voor dergelijke schadeverzoeken: óf bij de gemeente óf bij het waterschap. Dat verhoogt de doelmatigheid en de inzichtelijkheid. Waterschappen en gemeenten dienen afspraken te maken over de onderlinge verdeling van eventuele schade-uitkeringen.

De modelregeling geldt niet voor regionale noodoverloopgebieden, ook wel calamiteitenpolders genoemd. Hiervoor zijn Rijk, provincies en gemeenten verantwoordelijk. Noodbergingsgebieden komen gemiddeld eens in de honderd jaar in aanmerking voor inundatie als het reguliere watersysteem plotseling grote hoeveelheden water niet meer aankan. Waterbergingsgebieden daarentegen zijn bedoeld om de capaciteit van het watersysteem op reguliere wijze te vergroten.

De na uitgebreid juridisch onderzoek tot stand gekomen modelregeling van de Unie van Waterschappen is, zou je kunnen zeggen, een minimumvariant. Waterschappen en andere overheden kunnen – mede afhankelijk van specifieke omstandigheden in hun gebieden – zelf bepalen hoe ermee om te gaan. Enkele waterschappen in het noorden en midden van het land hebben bijvoorbeeld al met de betrokken pro-vincies een wat ruimere compensatieregeling afgesproken.

De modelregeling nadeelcompensatie regionale waterberging vloeit voort uit het vorig jaar overeengekomen Nationaal Bestuursakkoord Water. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben in dit convenant voor het eerst duidelijke afspraken gemaakt over het toekomstige waterbeheer.

Meer ruimte voor water, ook op het land, is één van de uitgangspunten in dit uiteindelijk miljarden euro’s kostende bestuursakkoord. Klimatologische veranderingen nopen namelijk tot meer (reguliere) waterberging op het land zelf. De kans op extreme neerslag in heel korte tijd neemt immers alsmaar toe.

Om waterberging op het land mogelijk te maken, dienen wel eerst allerlei zaken te worden geregeld. De afspraak was dat de Unie van Waterschappen in overleg met andere overheden genoemde modelschaderegeling zou ontwerpen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Unie van Waterschappen

Modelschaderegeling regionale waterberging | Infrasite

Modelschaderegeling regionale waterberging

Den Haag – De Unie van Waterschappen, de overkoepelende vereniging van alle 37 Nederlandse waterschappen, heeft dezer dagen een modelregeling vastgesteld ten behoeve van ondernemers en grondeigenaren die schade lijden door de toekomstige inrichting van regionale waterbergingsgebieden.

Het Rijk en de organisaties van provincies (IPO) en gemeenten (VNG) zijn akkoord gegaan met deze zogenoemde nadeelcompensatieregeling.

De modelregeling heeft alleen betrekking op de feitelijke ingebruikname van een gebied ten behoeve van reguliere waterberging.
Ondernemers/grondeigenaren krijgen de schade als gevolg van het onder water zetten van hun land volledig vergoed met uitzondering van schade die zij zelf hebben veroorzaakt. Zij dienen hun schade in dat geval zelf aan te tonen.

Aanbevolen wordt om per regio één loket in te richten voor dergelijke schadeverzoeken: óf bij de gemeente óf bij het waterschap. Dat verhoogt de doelmatigheid en de inzichtelijkheid. Waterschappen en gemeenten dienen afspraken te maken over de onderlinge verdeling van eventuele schade-uitkeringen.

De modelregeling geldt niet voor regionale noodoverloopgebieden, ook wel calamiteitenpolders genoemd. Hiervoor zijn Rijk, provincies en gemeenten verantwoordelijk. Noodbergingsgebieden komen gemiddeld eens in de honderd jaar in aanmerking voor inundatie als het reguliere watersysteem plotseling grote hoeveelheden water niet meer aankan. Waterbergingsgebieden daarentegen zijn bedoeld om de capaciteit van het watersysteem op reguliere wijze te vergroten.

De na uitgebreid juridisch onderzoek tot stand gekomen modelregeling van de Unie van Waterschappen is, zou je kunnen zeggen, een minimumvariant. Waterschappen en andere overheden kunnen – mede afhankelijk van specifieke omstandigheden in hun gebieden – zelf bepalen hoe ermee om te gaan. Enkele waterschappen in het noorden en midden van het land hebben bijvoorbeeld al met de betrokken pro-vincies een wat ruimere compensatieregeling afgesproken.

De modelregeling nadeelcompensatie regionale waterberging vloeit voort uit het vorig jaar overeengekomen Nationaal Bestuursakkoord Water. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben in dit convenant voor het eerst duidelijke afspraken gemaakt over het toekomstige waterbeheer.

Meer ruimte voor water, ook op het land, is één van de uitgangspunten in dit uiteindelijk miljarden euro’s kostende bestuursakkoord. Klimatologische veranderingen nopen namelijk tot meer (reguliere) waterberging op het land zelf. De kans op extreme neerslag in heel korte tijd neemt immers alsmaar toe.

Om waterberging op het land mogelijk te maken, dienen wel eerst allerlei zaken te worden geregeld. De afspraak was dat de Unie van Waterschappen in overleg met andere overheden genoemde modelschaderegeling zou ontwerpen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Unie van Waterschappen