Herzieningsverzoek milieuvergunning emplacement Venlo

Den Haag – In een brief van minister Peijs aan de Tweede Kamer schrijft zij dat zij ernaar streeft om tot overeenstemming te komen met de gemeente Venlo over onder andere een aangepaste milieuvergunning voor het spooremplacement Venlo. Daarom formuleert ProRail thans, in overleg met de gemeente Venlo, een herzieningsverzoek dat ertoe moet leiden dat de nog te verkrijgen definitieve vergunning voldoet aan het criterium dat de vergunningsvoorwaarden geen negatieve gevolgen hebben voor de externe veiligheid elders.

Dat wil in concreto zeggen:
· dat voor de periode tussen NU en 2007 een beperkte ruimte voor overschrijding van de oriënterende waarden van het groepsrisico wordt gevraagd, om nadelige gevolgen elders te voorkómen;
· voor de periode vanaf 2007 (c.q. vanaf enkele maanden na ingebruikneming van de Betuweroute) is geen overschrijding van de oriënterende waarden van het groepsrisico meer aan de orde.
Het is de bedoeling dat deze getrapte afbouw van de overschrijding van het groepsrisico naar ‘nul’ in 2007 in de vorm van plafondwaarden wordt vastgelegd in de vergunning, zo schrijft de minister.

De actuele situatie is nu dat vooralsnog tot 31 mei 2004 de beperkende voorwaarden van de gedoogbeschikking gelden. ProRail en Railion rapporteren dat, als gevolg van die voorwaarden op enkele andere spooremplacementen in Nederland en Duitsland méér rangeerwerk moet geschieden, en dat sommige treinen met gevaarlijke stoffen vanuit Limburg extra over de Brabantroute naar het rangeerterrein Kijfhoek (ten noorden van Dordrecht) moeten rijden, en vandaar na rangeren weer via de Brabantroute door Venlo naar Duitsland. In bijlage C bij deze brief zijn de door ProRail en Railion gerapporteerde gevolgen meer in detail weergegeven.
Na 31 mei 2004, als de gedoogbeschikking eindigt, gelden de nog meer beperkende voorwaarden van de inmiddels onherroepelijke vergunning van 25 februari 2003, en zullen de nadelige gevolgen elders verder kunnen toenemen, aldus minister Peijs.