NB: Grote zorgen bij noodoverloopgebied Beerse Maas

De provincie Noord-Brabant heeft grote zorgen bij de plannen van het Kabinet om het noodoverloopgebied Beerse Maas slechts te beperken tot het gebied tussen de A79 nabij Cuijk en de A59 nabij Ravenstein. Gedeputeerde Staten hebben staatssecretaris Schultz-Van Haegen en de regio in een brief gewezen op de gevolgen van de aanwijzing van alleen de oostelijke Beerse Maas als noodoverloopgebied. De beperking betekent onder meer dat in geval van overstroming het water in het nu aangewezen gebied veel hoger komt te staan. In 2002 adviseerde de commissie Luteijn het gebied van de gehele Beerse Maas (van Cuijk tot ’s-Hertogenbosch) te bestemmen als noodoverloopgebied.

Gedeputeerde voor milieu, natuur en water in de provincie Noord-Brabant, Lambert Verheijen, wil zo snel mogelijk met de bestuurders en instanties in de regio een gezamenlijk standpunt bepalen op de plannen van het Kabinet. “De gehele streek van Cuijk tot en met ‘s-Hertogenbosch is gebaat met duidelijkheid zodat de bewoners weten wat ze te wachten staat. Waar moeten ze rekening mee houden bij een overstroming, wat kan er nu nog wel en wat kan er nu nog niet in het gebied. Welke schade wordt straks vergoed?”.

Onvoorspelbaar
Een noodoverloopgebied is een gebied dat wordt ingezet als er meer water door de rivier komt dan waarop de dijken zijn ontworpen. Hoewel de kans klein is, kan een dergelijke situatie zich voordoen omdat de natuur onvoorspelbaar is. In een dergelijke situatie kan op een willekeurige plaats de dijk doorbreken met alle gevolgen van dien.
Het kabinet wil voorbereid zijn op dit soort extreme situaties omdat de schade en maatschappelijke ontwrichting door overstromingen enorm groot is. Om deze reden kiest het kabinet voor gecontroleerde overstroming in plaats van ongecontroleerde overstroming onder extreme situaties. Gecontroleerd betekent in dit geval dat het teveel aan water wordt geleid naar een van tevoren aangewezen en ingericht gebied. In dit gebied gelden dan bijzondere regels die onder meer moeten leiden tot het vergoeden van de geleden schade als er water wordt ingezet.

Groot genoeg zijn
De provincie Noord-Brabant is van mening dat de keuze voor een noodoverloopgebied moet inhouden dat het gebied groot genoeg is om een extreme afvoer te kunnen opvangen. Voor de Maas is dit 4600 kubieke meter per seconde. De dijken langs de Maas zijn ontworpen op waterstanden die horen bij een afvoer van 3800 kubieke meter per seconde.
Het door het kabinet aangewezen gebied kan ongeveer 100 miljoen kubieke meter water bergen. De commissie Luteijn die het kabinet in mei 2002 adviseerde over noodoverloopgebieden, berekende dat er ongeveer 400 miljoen kubieke meter nodig zou zijn.
Het aanwijzen van een te klein gebied betekent dat het water in dit gebied snel stijgt en behoorlijk hoog kan komen (nabij Ravenstein ongeveer 4 meter). Dit brengt de noodzaak met zich mee om de kernen in dit gebied, zoals bijvoorbeeld Grave, te beschermen met een dijk. Hierdoor wordt de hoeveelheid water die geborgen kan worden nog eens verkleind.
Een te klein gebied betekent bovendien dat benedenstrooms van het noodoverloopgebied alsnog een ongecontroleerde overstroming kan plaatsvinden. Als dit gebeurt loopt het water naar de stad ’s-Hertogenbosch en omgeving als laagst gelegen gebied. De grote schade die hierdoor dan ontstaat moet juist voorkomen worden door het aanwijzen en inrichten van noodoverloopgebieden.

Compartimenten
De betrokken gemeentebesturen, het waterschap en de provincie hebben in januari 2003 het Kabinet geadviseerd het gebied van de Beerse Maas (van Cuijk tot aan ’s-Hertogenbosch) in te delen in compartimenten. Voor een deel is het gebied van nature al ingedeeld in compartimenten omdat er hoogtes aanwezig zijn bijvoorbeeld in de vorm van wegen.
Deze compartimenten zorgen er voor dat niet al het water direct naar beneden stroomt. Het wordt opgevangen in zoveel compartimenten als er nodig zijn. Het water komt in de compartimenten niet erg hoog te staan (ca. 1 tot 1,5m).

Het kabinet heeft in haar standpunt ook nog niet aangegeven welke planologische regels er gaan gelden in het noodoverloopgebied en wat de precieze begrenzing van het gebied is. Voor de streek en de provincie is dit van belang met het oog op de vaststelling van reconstructieplannen en de uitwerkingsplannen van het streekplan.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht provincie Noord-Brabant