AVBB: Bouwprognoses schetst een te positief beeld

De Bouwprognoses 2003 – 2008 geven een te positief beeld van de werkelijkheid, vindt het AVBB. Het jaar 2003 is een omslagpunt voor de bouw, maar een terugkeer naar de hoogconjunctuur van voor 2000 zit er niet in.

De productiewaarde voor de totale bouw stijgt volgend jaar met 2,5 procent. De woningbouw trekt beperkt aan en compenseert de verwachte daling bij de andere sectoren. De woningbouw heeft afgezien van het verslechterende economische klimaat last van andere belemmerende factoren. Bureaucratische regels, onvoldoende geschikte bouwlocaties, gebrek aan deskundigheid bij gemeenten en de ongunstige prijs/kwaliteitsverhouding door te hoge grondprijzen zorgen voor aanzienlijke vertragingen bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten. Vermindering en vereenvoudiging van de wet- en regelgeving moet daarom snel plaatsvinden. Minister Dekker heeft al een stap in de goede richting gezet door 100 VROM-regels af te schaffen. De praktijk moet uitwijzen of deze maatregel voldoende is om de productie stevig op te krikken. Het AVBB vindt verder dat de minister van VROM hardere afspraken moet maken met decentrale overheden over verhoging van de woningbouwproductie om de toenemende woningnood te keren. Ook kwantitatieve afspraken met stedelijke regio’s moeten worden vastgelegd.

Het AVBB constateert een weinig gunstig perspectief voor de GWW-sector op korte termijn. Uit de jaarlijkse Monitoring Infrastructuur van het EIB blijkt dat de GWW-sector komend jaar rekening moet houden met een uitgavendaling van het Rijk van bijna 300 miljoen euro. Voor aanleg van nieuwe projecten is 500 miljoen euro minder beschikbaar. Wel is er 200 miljoen euro extra voor onderhoud aan wegen, rail en vaarwegen. Dit feit en slechtere prijzen leiden tot een forse werkgelegenheidsdaling. Vanaf 2006 is er volgens het MIT meer geld beschikbaar voor de aanleg van nieuwe wegen. Het AVBB concludeert dat de discontinuïteit in de GWW-sector toeneemt. Bouwbedrijven moeten in 2004 en in 2005 rekening houden met een verder terugvallende productie. Vanaf 2006 trekt de markt naar verwachting weer aan. Het AVBB vraagt zich nadrukkelijk af waar de in de Bouwprognoses geraamde groei van de GWW-investeringen – totaal bijna 500 miljoen euro in 2004 en 2005 – op gebaseerd is. Hoewel wordt gewezen op een toename van de bestedingen uit hoofde van de gebundelde doeluitkeringen door lagere overheden, geeft het MIT aan dat de totale uitgaven voor regionale en lokale infrastructuur in deze jaren per saldo teruglopen.

In een brandbrief heeft het AVBB een dringend beroep gedaan op Tweede Kamerleden om tijdens de behandeling van het MIT druk te zetten op alternatieve financiering van projecten. Bij gebrek aan overheidsgeld is een aantal projecten uitgesteld waarvan het AVBB vindt dat de behoefte eraan groot is. De bouwwerkgevers zijn het eens met de accentverschuiving van nieuwe aanleg naar beheer en onderhoud om de basiskwaliteit van de infrastructuur op niveau te houden. Tegelijkertijd echter vraagt het verbeteren van de bereikbaarheid in Nederland om meer middelen dan er beschikbaar zijn. Daardoor blijft het nu nog steeds een zaak van pappen en nathouden, aldus het AVBB. Peijs heeft aangegeven open te staan voor mogelijkheden van publiek-private samenwerking en andere financieringsconstructies. Het AVBB vraagt het kabinet dit concreet te maken door een beperkte lijst van projecten op te stellen die nog deze kabinetsperiode kunnen worden gestart. Daarnaast zou een deel van het geld in het Infrastructuurfonds apart gehouden moeten worden voor dit soort projecten. Het AVBB onderzoekt momenteel alternatieve financieringsmogelijkheden voor infrastructuurprojecten. Begin volgend jaar wil de organisatie met de resultaten naar buiten komen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht AVBB

AVBB: Bouwprognoses schetst een te positief beeld | Infrasite

AVBB: Bouwprognoses schetst een te positief beeld

De Bouwprognoses 2003 – 2008 geven een te positief beeld van de werkelijkheid, vindt het AVBB. Het jaar 2003 is een omslagpunt voor de bouw, maar een terugkeer naar de hoogconjunctuur van voor 2000 zit er niet in.

De productiewaarde voor de totale bouw stijgt volgend jaar met 2,5 procent. De woningbouw trekt beperkt aan en compenseert de verwachte daling bij de andere sectoren. De woningbouw heeft afgezien van het verslechterende economische klimaat last van andere belemmerende factoren. Bureaucratische regels, onvoldoende geschikte bouwlocaties, gebrek aan deskundigheid bij gemeenten en de ongunstige prijs/kwaliteitsverhouding door te hoge grondprijzen zorgen voor aanzienlijke vertragingen bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten. Vermindering en vereenvoudiging van de wet- en regelgeving moet daarom snel plaatsvinden. Minister Dekker heeft al een stap in de goede richting gezet door 100 VROM-regels af te schaffen. De praktijk moet uitwijzen of deze maatregel voldoende is om de productie stevig op te krikken. Het AVBB vindt verder dat de minister van VROM hardere afspraken moet maken met decentrale overheden over verhoging van de woningbouwproductie om de toenemende woningnood te keren. Ook kwantitatieve afspraken met stedelijke regio’s moeten worden vastgelegd.

Het AVBB constateert een weinig gunstig perspectief voor de GWW-sector op korte termijn. Uit de jaarlijkse Monitoring Infrastructuur van het EIB blijkt dat de GWW-sector komend jaar rekening moet houden met een uitgavendaling van het Rijk van bijna 300 miljoen euro. Voor aanleg van nieuwe projecten is 500 miljoen euro minder beschikbaar. Wel is er 200 miljoen euro extra voor onderhoud aan wegen, rail en vaarwegen. Dit feit en slechtere prijzen leiden tot een forse werkgelegenheidsdaling. Vanaf 2006 is er volgens het MIT meer geld beschikbaar voor de aanleg van nieuwe wegen. Het AVBB concludeert dat de discontinuïteit in de GWW-sector toeneemt. Bouwbedrijven moeten in 2004 en in 2005 rekening houden met een verder terugvallende productie. Vanaf 2006 trekt de markt naar verwachting weer aan. Het AVBB vraagt zich nadrukkelijk af waar de in de Bouwprognoses geraamde groei van de GWW-investeringen – totaal bijna 500 miljoen euro in 2004 en 2005 – op gebaseerd is. Hoewel wordt gewezen op een toename van de bestedingen uit hoofde van de gebundelde doeluitkeringen door lagere overheden, geeft het MIT aan dat de totale uitgaven voor regionale en lokale infrastructuur in deze jaren per saldo teruglopen.

In een brandbrief heeft het AVBB een dringend beroep gedaan op Tweede Kamerleden om tijdens de behandeling van het MIT druk te zetten op alternatieve financiering van projecten. Bij gebrek aan overheidsgeld is een aantal projecten uitgesteld waarvan het AVBB vindt dat de behoefte eraan groot is. De bouwwerkgevers zijn het eens met de accentverschuiving van nieuwe aanleg naar beheer en onderhoud om de basiskwaliteit van de infrastructuur op niveau te houden. Tegelijkertijd echter vraagt het verbeteren van de bereikbaarheid in Nederland om meer middelen dan er beschikbaar zijn. Daardoor blijft het nu nog steeds een zaak van pappen en nathouden, aldus het AVBB. Peijs heeft aangegeven open te staan voor mogelijkheden van publiek-private samenwerking en andere financieringsconstructies. Het AVBB vraagt het kabinet dit concreet te maken door een beperkte lijst van projecten op te stellen die nog deze kabinetsperiode kunnen worden gestart. Daarnaast zou een deel van het geld in het Infrastructuurfonds apart gehouden moeten worden voor dit soort projecten. Het AVBB onderzoekt momenteel alternatieve financieringsmogelijkheden voor infrastructuurprojecten. Begin volgend jaar wil de organisatie met de resultaten naar buiten komen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht AVBB