VROM: Nieuwe regeling om sneller te bouwen

Minister Dekker (VROM) wil het wetsvoorstel voor de fundamentele herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) aanvullen met een snelle procedure om te bouwen. De regeling, het zogenoemde projectbesluit, maakt het mogelijk bouwvergunningen te verlenen zonder eerst te moeten wachten op een wijziging van het bestemmingsplan. Een herziening van de WRO vindt de minister nog altijd actueel. De herziening is nodig voor het verwezenlijken van de doelstellingen voor de Nota Ruimte. Ook is de huidige wet te complex. Dat schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer na beoordeling van het wetsvoorstel.

De uitgangspunten voor de herziening van de WRO (minder regels, kortere/vereenvoudigde procedures) ondersteunen de Nota Ruimte. Dat stelt minister Dekker na beoordeling van het huidige wetsvoorstel. In de Nota Ruimte wordt ingezet op sterke steden en een vitaal platteland. Daarbij kiest de minister voor meer ruimte voor ondernemen, werken, wonen, recreëren, water en groen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: decentralisatie, deregulering, ontwikkelingsplanologie en duidelijkheid voor de burger.
Het wetsvoorstel voor de WRO vereenvoudigt onder meer de procedures en biedt ruimte voor decentralisatie. De minister onderschrijft het belang van de versterkte positie van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan, in de nieuwe wet verplicht voor het hele gemeentelijk grondgebied, moet actueel zijn en aangeven welk gebruik van grond en bouwwerken wel en niet is toegestaan. Dit biedt duidelijkheid, niet alleen voor het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, maar ook voor burgers. De minister hecht daar veel waarde aan.
Het wetsvoorstel ondersteunt ook ontwikkelingsplanologie; initiatieven waarbij marktpartijen, overheden en maatschappelijke organisaties de krachten bundelen.

Organisaties en instanties hebben de minister eveneens hun visie gegeven op het wetsvoorstel. De minister constateert dat er zorg bestaat over de werkbaarheid in de praktijk van onderdelen van het wetsvoorstel, vooral als het gaat om het tempo van besluitvorming over projecten.
Zij stelt voor:

– Het huidige wetsvoorstel aan te vullen met een projectbesluit om de besluitvorming over het ontwikkelen van bouwlocaties te versnellen. Voor het projectbesluit gelden dezelfde beroepsprocedures zoals die van kracht zijn voor een wijziging van een bestemmingsplan.
– In overleg met maatschappelijk partijen te kijken hoe – in geval van projectbesluiten – vervolgens een spoedige aanpassing/actualisering van het bestemmingsplan zelf is te waarborgen in de nieuwe WRO.

Terugblik
Het wetsvoorstel voor een fundamentele herziening van de WRO kent een lange voorgeschiedenis. In 1999 heeft de toenmalige minister van VROM, Pronk, toegezegd de wet in zijn geheel te herzien. Er is algemeen overleg in de Tweede Kamer gevoerd over de discussienota (juni 2000) en het voorontwerp (november 2001). Vrijwel alle fracties hebben toen de herziening onderschreven. Het wetsvoorstel is op 23 mei 2003 ingediend door de toenmalige minister van VROM, Kamp.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie VROM

VROM: Nieuwe regeling om sneller te bouwen | Infrasite

VROM: Nieuwe regeling om sneller te bouwen

Minister Dekker (VROM) wil het wetsvoorstel voor de fundamentele herziening van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) aanvullen met een snelle procedure om te bouwen. De regeling, het zogenoemde projectbesluit, maakt het mogelijk bouwvergunningen te verlenen zonder eerst te moeten wachten op een wijziging van het bestemmingsplan. Een herziening van de WRO vindt de minister nog altijd actueel. De herziening is nodig voor het verwezenlijken van de doelstellingen voor de Nota Ruimte. Ook is de huidige wet te complex. Dat schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer na beoordeling van het wetsvoorstel.

De uitgangspunten voor de herziening van de WRO (minder regels, kortere/vereenvoudigde procedures) ondersteunen de Nota Ruimte. Dat stelt minister Dekker na beoordeling van het huidige wetsvoorstel. In de Nota Ruimte wordt ingezet op sterke steden en een vitaal platteland. Daarbij kiest de minister voor meer ruimte voor ondernemen, werken, wonen, recreëren, water en groen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: decentralisatie, deregulering, ontwikkelingsplanologie en duidelijkheid voor de burger.
Het wetsvoorstel voor de WRO vereenvoudigt onder meer de procedures en biedt ruimte voor decentralisatie. De minister onderschrijft het belang van de versterkte positie van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan, in de nieuwe wet verplicht voor het hele gemeentelijk grondgebied, moet actueel zijn en aangeven welk gebruik van grond en bouwwerken wel en niet is toegestaan. Dit biedt duidelijkheid, niet alleen voor het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, maar ook voor burgers. De minister hecht daar veel waarde aan.
Het wetsvoorstel ondersteunt ook ontwikkelingsplanologie; initiatieven waarbij marktpartijen, overheden en maatschappelijke organisaties de krachten bundelen.

Organisaties en instanties hebben de minister eveneens hun visie gegeven op het wetsvoorstel. De minister constateert dat er zorg bestaat over de werkbaarheid in de praktijk van onderdelen van het wetsvoorstel, vooral als het gaat om het tempo van besluitvorming over projecten.
Zij stelt voor:

– Het huidige wetsvoorstel aan te vullen met een projectbesluit om de besluitvorming over het ontwikkelen van bouwlocaties te versnellen. Voor het projectbesluit gelden dezelfde beroepsprocedures zoals die van kracht zijn voor een wijziging van een bestemmingsplan.
– In overleg met maatschappelijk partijen te kijken hoe – in geval van projectbesluiten – vervolgens een spoedige aanpassing/actualisering van het bestemmingsplan zelf is te waarborgen in de nieuwe WRO.

Terugblik
Het wetsvoorstel voor een fundamentele herziening van de WRO kent een lange voorgeschiedenis. In 1999 heeft de toenmalige minister van VROM, Pronk, toegezegd de wet in zijn geheel te herzien. Er is algemeen overleg in de Tweede Kamer gevoerd over de discussienota (juni 2000) en het voorontwerp (november 2001). Vrijwel alle fracties hebben toen de herziening onderschreven. Het wetsvoorstel is op 23 mei 2003 ingediend door de toenmalige minister van VROM, Kamp.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie VROM