Samenwerkingsafspraken binnen regio Eindhoven

De randgemeenten van Eindhoven (Best, Geldrop, Mierlo, Nuenen c.a, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre ) gaan de helft van de Eindhovense woningbouwbehoefte opvangen. Ook gaan de gemeenten gezamenlijk 250 hectare bedrijventerreinen aanleggen. De noodzakelijke bovenregionale voorzieningen voor bijvoorbeeld bereikbaarheid zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat is de kern van de afspaken die bestuurders van de randgemeenten samen met Eindhoven, Helmond en de provincie hebben gemaakt. De afspraken zijn vastgelegd in de rapportage ‘Regionale samenwerking in het stedelijk gebied Eindhoven’. De hiervoor ingestelde bestuurlijke regiegroep heeft de rapportage aangeboden aan het college van Gedeputeerde Staten.

Congestievorming op de rijkswegen A2/A67 en A58 is zowel vanuit nationale optiek als vanuit de regionale bereikbaarheids-problematiek een groot probleem.
Plannen voor capaciteitsvergroting van deze slagaders naar de regio zullen dan ook met grote voortvarendheid moeten worden uitgewerkt. De problematiek van het sluiten van de ruit kent een hoge urgentie, die qua prioriteit het regionale niveau overstijgt. Het is van belang dat de regio op korte termijn komt tot een eenduidige opstelling richting de rijksoverheid. Verschillende opties worden onderzocht in de BOSE-studie. Gemeenten spreken af kort na het afronden van de BOSE-studie tot een gezamenlijke positiebepaling te komen. Dit zal concreet vertaald moeten worden in de fasering van de uitvoering van de BOSE-studie en de besluitvorming daarover in SRE-verband.

Ten gevolge van de noodzakelijke ontwikkeling van woningbouw en bedrijvenlocaties zal de druk op de infrastructuur navenant toenemen. Met name zal dit tot uiting komen in een verzwaring van de pendel tussen Eindhoven en de randkernen. De ontsluitingsproblematiek van het middengebied tussen Eindhoven en Helmond vraagt reeds nu om adequate oplossingen. Zowel de verbindingen tussen de kleinere kernen onderling, als de hart-op-hart-verbindingen tussen Eindhoven en Helmond kampen met toenemende congestie. Met de ontwikkeling van noodzakelijke nieuwe locaties in dit gebied worden die problemen alleen maar groter. Ook dit is onderwerp van de BOSE-studie. Aan de te kiezen oplossing dient dan ook grote uitvoeringsprioriteit gegeven te worden.

Versterking van openbaar vervoer is van fundamenteel belang voor vermindering van de congestie van het wegennet in de regio. De voorziene verzwaring van de pendel tussen Eindhoven en de randkernen kan mede worden opgevangen door uitbreiding van het HOV-lijnennet. Afhankelijk van de planning en fasering van nieuwe ontwikkelingslocaties kan juiste prioriteit in fasering van de te ontwikkelen lijnen worden gegeven. Het is van groot belang dat hier toereikend middelen voor beschikbaar worden gesteld.
Evenzo geldt dit voor het spoornetwerk. Verruiming van de capaciteit voor personenvervoer is bittere noodzaak willen vervoersconcepten als BrabantstadSpoor en HSL-shuttles binnen afzienbare tijd operationeel worden.

Aan de uiterste west- en zuidwestkant van de stedelijke regio is het van belang dat de N69 in combinatie met de westelijke ringweg Veldhoven op afzienbare termijn wordt gerealiseerd. Door de aanleg van een zeer omvangrijk bedrijventerrein over de grens bij Lommel zal de verkeersdruk in dit deel van de regio sterk toenemen. Tot op heden is onvoldoende rekening gehouden met de transnationale effecten van deze ontwikkeling. Voor de westelijk gedachte bouwlocaties voor woningbouw en bedrijvenontwikkeling is deze ontbrekende infrastructuur dan ook van groot belang.

Samenwerkingsafspraken binnen regio Eindhoven | Infrasite

Samenwerkingsafspraken binnen regio Eindhoven

De randgemeenten van Eindhoven (Best, Geldrop, Mierlo, Nuenen c.a, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre ) gaan de helft van de Eindhovense woningbouwbehoefte opvangen. Ook gaan de gemeenten gezamenlijk 250 hectare bedrijventerreinen aanleggen. De noodzakelijke bovenregionale voorzieningen voor bijvoorbeeld bereikbaarheid zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat is de kern van de afspaken die bestuurders van de randgemeenten samen met Eindhoven, Helmond en de provincie hebben gemaakt. De afspraken zijn vastgelegd in de rapportage ‘Regionale samenwerking in het stedelijk gebied Eindhoven’. De hiervoor ingestelde bestuurlijke regiegroep heeft de rapportage aangeboden aan het college van Gedeputeerde Staten.

Congestievorming op de rijkswegen A2/A67 en A58 is zowel vanuit nationale optiek als vanuit de regionale bereikbaarheids-problematiek een groot probleem.
Plannen voor capaciteitsvergroting van deze slagaders naar de regio zullen dan ook met grote voortvarendheid moeten worden uitgewerkt. De problematiek van het sluiten van de ruit kent een hoge urgentie, die qua prioriteit het regionale niveau overstijgt. Het is van belang dat de regio op korte termijn komt tot een eenduidige opstelling richting de rijksoverheid. Verschillende opties worden onderzocht in de BOSE-studie. Gemeenten spreken af kort na het afronden van de BOSE-studie tot een gezamenlijke positiebepaling te komen. Dit zal concreet vertaald moeten worden in de fasering van de uitvoering van de BOSE-studie en de besluitvorming daarover in SRE-verband.

Ten gevolge van de noodzakelijke ontwikkeling van woningbouw en bedrijvenlocaties zal de druk op de infrastructuur navenant toenemen. Met name zal dit tot uiting komen in een verzwaring van de pendel tussen Eindhoven en de randkernen. De ontsluitingsproblematiek van het middengebied tussen Eindhoven en Helmond vraagt reeds nu om adequate oplossingen. Zowel de verbindingen tussen de kleinere kernen onderling, als de hart-op-hart-verbindingen tussen Eindhoven en Helmond kampen met toenemende congestie. Met de ontwikkeling van noodzakelijke nieuwe locaties in dit gebied worden die problemen alleen maar groter. Ook dit is onderwerp van de BOSE-studie. Aan de te kiezen oplossing dient dan ook grote uitvoeringsprioriteit gegeven te worden.

Versterking van openbaar vervoer is van fundamenteel belang voor vermindering van de congestie van het wegennet in de regio. De voorziene verzwaring van de pendel tussen Eindhoven en de randkernen kan mede worden opgevangen door uitbreiding van het HOV-lijnennet. Afhankelijk van de planning en fasering van nieuwe ontwikkelingslocaties kan juiste prioriteit in fasering van de te ontwikkelen lijnen worden gegeven. Het is van groot belang dat hier toereikend middelen voor beschikbaar worden gesteld.
Evenzo geldt dit voor het spoornetwerk. Verruiming van de capaciteit voor personenvervoer is bittere noodzaak willen vervoersconcepten als BrabantstadSpoor en HSL-shuttles binnen afzienbare tijd operationeel worden.

Aan de uiterste west- en zuidwestkant van de stedelijke regio is het van belang dat de N69 in combinatie met de westelijke ringweg Veldhoven op afzienbare termijn wordt gerealiseerd. Door de aanleg van een zeer omvangrijk bedrijventerrein over de grens bij Lommel zal de verkeersdruk in dit deel van de regio sterk toenemen. Tot op heden is onvoldoende rekening gehouden met de transnationale effecten van deze ontwikkeling. Voor de westelijk gedachte bouwlocaties voor woningbouw en bedrijvenontwikkeling is deze ontbrekende infrastructuur dan ook van groot belang.