VROM en V&W verlangen zorgvuldige vergunningverlening

Overheden moeten nauwkeuriger zijn bij het verlenen van vergunningen voor de emissie of lozing van chemische stoffen. Pas wanneer voldoende duidelijk is welk effect een stof op het milieu heeft, mag een vergunning worden verstrekt.
Dat schrijven de staatssecretarissen Pieter van Geel (VROM) en Melanie Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) in hun verzoek aan gemeenten, provincies en waterschappen.

In deze circulaire geven zij aan dat het onverstandig is om een vergunning te verlenen als de precieze eigenschappen van een stof nog niet duidelijk zijn. Een recente uitspraak van de Raad van State onderstreept dat nog eens. De Raad van State vernietigde namelijk al verleende productievergunningen voor de broomhoudende vlamvertrager FR-720 omdat niet aan deze voorwaarde werd voldaan. De circulaire richt zich op stoffen waarvoor bedrijven een vergunning moeten aanvragen voor de emissie naar water en / of lucht.

Volgens de Wet Milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht moet een bedrijf bij de vergunningaanvraag alle benodigde gegevens overhandigen, zodat voldoende informatie beschikbaar is over bijvoorbeeld de giftigheid, de mate waarin het in het lichaam ophoopt en de afbreekbaarheid in het milieu. De vergunningverlener moet vervolgens beoordelen en motiveren dat voldoende informatie is aangeleverd. Pas als dat het geval is mag de vergunningverlener overgaan tot beoordeling van de gevolgen voor het milieu. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven verantwoordelijk zijn voor het aanleveren van informatie over de stoffen die zij uitstoten of lozen.

Deze circulaire zal in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Persbericht Ministerie VROM