Minster Peijs kiest voor sprinklers bij Betuweroute

Minister Peijs van V&W blijft bij haar keuze voor het uitvoeren van de tunneltechnische installaties van de Betuweroute met sprinklers. In een biref aan de Tweede Kamer van 10 oktober 2003 schrijft zij dat zij
nogmaals in overleg is getreden met de burgemeesters inzake de tunneltechnische installaties voor de Betuweroute. In constructieve sfeer is getracht tot een oplossing te komen en zijn de alternatieven besproken. Zij heeft de burgemeesters er uiteindelijk niet van kunnen overtuigen dat zware ventilatie een gelijkwaardig alternatief zou vormen voor sprinklers.

De minister is daarna opnieuw nagegaan wat het tijdsbeslag zou zijn van het doen vervangen van de bestaande bouwvergunningen. In alle gevallen leidt dit tot vele maanden vertraging zonder garantie ten aanzien van de uitkomst.

Gebaseerd op het bovenstaande blijft de minster bij haar keuze voor het uitvoeren van de tunneltechnische installaties van de Betuweroute met sprinklers, zoals vastgelegd in de bestaande bouwvergunningen. Ten einde vertraging van de ingebruikname van de Betuweroute te voorkomen zal Peijs ProRail uiterlijk op 24 oktober 2003 opdracht moeten geven sprinklers te installeren op de Betuweroute.

De minister wil dat bij de afweging over de aanleg van een brug of een tunnel, eerder dan nu gebeurt, het vereiste veiligheidsniveau en het daarvoor adequaat bevonden middelenpakket zal worden vastgelegd. Daarbij moet bij de afweging, de veiligheidsvoorzieningen in een redelijke verhouding staan tot de kans op een calamiteit.
Mocht dan in een latere fase van een project blijken dat het vastgestelde veiligheidsniveau ook met andere maatregelen kan worden bereikt dan moet dit mogelijk zijn. In de opzet van de Wet Aanvullende Regelgeving Tunnelveiligheid zal de minister dit standpunt meenemen.