Merwedebrug. Foto: Rijkswaterstaat

In stand houden infrastructuur vergt andere aanpak en meer geld

Het in stand houden van de bestaande Rijksinfrastructuur is een ‘forse opgave’ die om een heel andere aanpak vraagt dan het opbouwen van diezelfde netwerken. Bovendien hebben Rijkswaterstaat en ProRail op termijn meer geld nodig om de netwerken waar zij verantwoordelijk voor zijn op het vereiste kwaliteitsniveau te houden. 

Dat schrijven minister Cora van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer. Het betreft een vervolg op een brief van eerder dit jaar, met een update van de plannen voor het in stand houden van de bestaande Rijksinfrastructuur. Deze is in de vorige eeuw snel opgebouwd, maar voor het behouden ervan is een andere aanpak vereist. De nieuwste update gaat vooral over de financiële kant van het verhaal.

En die komt hierop neer: er moet de komende jaren heel wat geld bij, anders kunnen RWS en ProRail de bestaande infrastructuur niet op het benodigde kwaliteitsniveau houden. Dat is de uitkomst van uitgebreid onderzoek, schrijven de bewindsvrouwen: “De validaties hebben inzichtelijk gemaakt dat de budgetbehoefte aanzienlijk hoger ligt dan de beschikbare budgetten. Zonder aanvullende middelen stelt RWS dat het niet mogelijk is de kwaliteit van de netwerken op het noodzakelijke niveau te houden na 2023. Voor ProRail geldt dat vanaf 2026.”

700 miljoen en 1,4 miljard euro

De bal ligt hiervoor grotendeels bij een volgend kabinet, dat uit de verkiezingen in maart moet voortkomen. Maar omdat niet duidelijk is wanneer dat kabinet zal aantreden, heeft IenW nu al extra budget vrijgemaakt voor RWS en ProRail in de komende jaren. Bij Rijkswaterstaat is gekozen voor een zogenaamde kasschuif. Er wordt 700 miljoen budget uit latere jaren naar voren gehaald en gelijk verdeeld over 2022 en 2023. Dat moet de situatie tot en met die jaren beheersbaar houden voor RWS.

Voor het onderhoud aan het spoor wordt voor de periode 2022 tot en met 2025 een bedrag van 1,4 miljard euro toegevoegd aan de onderhoudsbudgetten. Er kan door ProRail in die periode dus voor 1,4 miljard euro meer aan onderhoudsproductie worden gepland. “ProRail staat nu voor de uitdaging om samen met stakeholders acties in gang zetten om de toegenomen productie daadwerkelijk te gaan realiseren”, aldus Van Nieuwenhoven en Van Veldhoven.

Gebruik vaker beperkt

In de brief wordt ook verwezen naar ‘Staat van de Infra’, een vorm waarin voortaan jaarlijks gerapporteerd zal worden. Met betrekking tot de RWS-infra schrijven de bewindslieden: “De verwachting is dat in de toekomst het gebruik of de bediening vaker beperkt zal moeten worden, mede doordat als gevolg van de toenemende belasting door verkeer en klimaatverandering de resterende levensduur van de assets korter wordt. Het kwaliteitsniveau staat dus onder druk. Gelet op het maatschappelijk belang van de infrastructuur moeten we daarom aan de slag, waarbij we oog dienen te blijven houden voor de juiste balans tussen ambities, de daartoe noodzakelijke kwaliteit en prestatieniveaus, de kosten en de risico’s.”

En als het om spoor gaat: “Richting de toekomst trekt ProRail de conclusie dat de staat van de spoorweginfrastructuur de komende jaren alleen goed blijft als daarin aanvullend wordt geïnvesteerd. Met de besluitvorming over de beschikbare middelen voor instandhouding van het Spoor voor de periode 2021 tot en met 2025 is deze opgave nagenoeg gedekt.” Daarbij is geen rekening gehouden met de verdere groei op het netwerk, omdat daarvoor aparte besluitvorming plaats moet vinden in het kader van de aanlegprogrammering, aldus de minister en staatssecretaris.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van Infrasite. Daarnaast is hij hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij online vakbladuitgeverij ProMedia.