800 miljoen extra nodig voor regionale fietsroutes

Om de fiets in 2030 op regionale routes optimaal te benutten en de doelen uit het Klimaatakkoord te halen is minimaal 800 miljoen euro aan extra investeringen noodzakelijk. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Fietsersbond. Deze investeringen komen bovenop het geld dat al is gereserveerd in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

Investeren in kwaliteit

Door het realiseren van bredere fietspaden en extra fietstunnels en -bruggen, worden zowel de doorstroming als de verkeersveiligheid bevorderd. Met deze maatregelen kunnen op deze routes ook snelle fietsers worden toegelaten. Dit is een belangrijke voorwaarde om meer mensen op de fiets te krijgen, een speerpunt in zowel het Klimaatakkoord als in het actieplan Tour de Force. Door te investeren in de kwaliteit van regionale fietsroutes kan de actieradius voor woon-werkverkeer opgerekt worden naar boven de 20 km. Met een woon-werkafstand van 22 km woont de gemiddelde forens dan op fietsafstand van zijn werk.

Steden en snelfietsroutes

Naast de investeringen in de regionale routes zal het fietsnetwerk in de steden een grotere capaciteit moeten krijgen. De vijftig grootste Nederlandse steden hebben de kosten voor deze schaalsprong berekend op 1,8 miljard euro extra. Hierin is ook het bedrag voor extra stallingsplekken meegenomen. Ook voor snelfietsroutes is meer geld nodig. Daarvoor worden in diverse regio’s al plannen gemaakt.

Deze inventarisatie is naar aanleiding van het klimaatakkoord uitgevoerd door de lokale en provinciale vrijwilligers van de Fietsersbond. De regionale routes die samenvallen met MIRT-projecten en het programma vervanging en renovatie zijn buiten beschouwing gelaten. Investeringen in deelfietssystemen, stallingen en overstaphubs zijn ook nog niet mee genomen in deze eerste inventarisatie.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Landelijk bureau Fietsersbond