Orderportefeuille bouw stabiel

EIB Conjunctuurmeting bouwnijverheid mei 2017

De werkvoorraad in de totale bouw bleef in mei 2017 met 8,5 maanden stabiel. De orderportefeuille in de woningbouw daalde ten opzichte van april met een tiende maand tot 9,9 maanden, terwijl de werkvoorraad in de utiliteitsbouw met twee tiende maand steeg naar 8,7 maanden. De totale orderportefeuille in de burgerlijke en utiliteitsbouw bleef hierdoor gelijk op een niveau van 9,4 maanden.

In de grond-, water- en wegenbouw steeg de werkvoorraad in mei 2017 naar 6,3 maanden, een toename van drie tiende maand. De orderportefeuille in de wegenbouw steeg met vier tiende maand tot 5,5 maanden, terwijl de orderportefeuille van de grond- en waterbouw met drie tiende maand tot 7,2 maanden toenam.

Ongeveer drie op de vier bouwbedrijven gaf aan geen stagnatie in onderhanden werk te ondervinden. Eén op de tien bouwbedrijven ondervond stagnatie als gevolg van onvoldoende personeel. In de burgerlijke en utiliteitsbouw was een tekort aan personeel de belangrijkste reden voor stagnatie in onderhanden werk. Voor de grond water- en wegenbouw was dit een tekort aan orders.

Ongeveer 60% van de bedrijven bedrijven beoordelen hun huidige orderpositie als normaal, ongeveer drie op de tien bedrijven beschouwt de positie als groot. Bijna zeven op de tien bedrijven verwacht geen personeel aan te trekken, terwijl ongeveer een op de drie bedrijven verwachten extra personeel in dienst te nemen. Circa 55% van de bedrijven verwacht dat de tarieven zullen stijgen, terwijl de rest verwacht de tarieven dat de tarieven gelijk blijven.

Dit blijkt uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juni 2017 van het Economisch Instituut voor de Bouw. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ongeveer 300 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB)