IPO: samen bouwen aan de toekomst van Nederland

Nederland staat er beter voor, de economie groeit en de werkgelegenheid neemt toe, maar om de vooruitgang te bestendigen, is samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partners van belang. Dat was één van de boodschappen van het kabinet tijdens Prinsjesdag 2016. Provincies onderschrijven deze gewenste samenwerking. Naast onderwijs, veiligheid en vluchtelingen dit jaar op Prinsjesdag ook veel aandacht voor provinciale thema’s als regionale economie en de energietransitie. Dit zijn thema’s waar provincies grote ambities op hebben en graag de krachten met het Rijk en andere partners bundelen.

Energietransitie
De provincies spelen een belangrijke rol in de energietransitie, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en handhaving. In de Prinsjesdagstukken veel aandacht voor de uitvoering van het Energieakkoord en hoe we de energietransitie kunnen bespoedigen, waarbij reductie van CO2 als doelstelling centraal komt te staan. De provincies zijn blij dat er ook bij het Rijk meer aandacht komt voor energiebesparing, zoals een energiebesparingsverplichting in de bebouwde omgeving en investeren in energiebesparing en energie-intensieve industrie. Provincies roepen het Rijk op samen met provincies, gemeenten en omgevingsdiensten een brede strategie op energiebesparing te ontwikkelen, zodat hier nog forser op kan worden ingezet. Energie besparen is namelijk ook ruimte sparen.

Regionale economie
Het innovatief midden- en kleinbedrijf is de motor van de Nederlandse economie. Het kabinet zet net als provincies komend jaar in op het verder versterken van het innovatieve bedrijfsleven. IPO betreurt het dat voor de MKB-Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren (MIT) in 2017 en verder niet structureel 35 miljoen euro is gereserveerd op de Rijksbegroting, maar 31 miljoen in 2017 aflopend naar 29 miljoen in 2021. De regeling, die het ministerie van Economische Zaken samen met de 12 provincies sinds 2015 uitvoert, heeft zijn succes inmiddels bewezen. Veel innovatieve MKB-ers maken er gebruik van en dat leidt tot economische spin off. Afgelopen jaar was ruim 55 miljoen beschikbaar, waarvan 35 miljoen door EZ en ruim 20 miljoen door de gezamenlijke provincies.

Het kabinet constateert een verschuiving van subsidies naar ondersteuning van financiering. In de meeste Europese landen wordt hierop ingespeeld met een ‘national promotional bank’ die instrumenten bundelt en zo snel en adequaat kan inspelen op nieuwe financieringsbehoeften. De provincies hebben samen met EZ de handen ineengeslagen en het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) opgericht, dat ondernemingen en publiek-private samenwerkingsverbanden van overheden bij toegang tot financiering, in het bijzonder in de risicovolle fases als de markt alleen het (nog) niet oppakt. In juni dit jaar hebben provincies kenbaar gemaakt dat zij de komende twee jaar jaarlijks ruim 1,1 miljoen gaan bijdragen aan het NIA.

Accressen
In de laatste begroting voor de verkiezingen komt het kabinet met diverse maatregelen op het gebied van veiligheid, defensie, zorg, onderwijs en armoedebestrijding. Via de normeringssystematiek (gelijk de trap op, gelijk trap af) profiteren ook de gemeenten en provincies hier indirect van met een iets hoger accres in 2016 en 2017 dan eerder geraamd bij de Voorjaarsnota 2016.

EMU-saldo
De Nederlandse overheidsfinanciën begeven zich voor het eerst sinds jaren weer op een houdbaar pad. Het EMU-saldo voor heel Nederland wordt voor 2016 geraamd op – 1,1 % bbp en voor 2017 op – 0,7 % bbp. Voor de langere termijn verbetert het EMU-saldo zelfs tot een overschot van 0,9 % bbp in 2021. Het EMU-saldo van de decentrale overheden komt in de ramingen uit op – 0,3 bbp in 2016 en 2017 en zou daarna volgens het CPB zelfs uitkomen op – 0,2 % bbp. Het blijven echter ramingen. Belangrijker is dat de investeringen van de decentrale overheden vanwege de EMU-normering niet in de knel komen. Het IPO gaat er vanuit dat het kabinet de motie Van Hijum onverkort uit blijft voeren, namelijk dat de Wet Hof niet mag leiden tot uitstel of afstel van investeringen van de decentrale overheden. Dat zou namelijk ten koste gaan van de economische groei en de werkgelegenheid in tijden dat we net weer wat groei kunnen zien.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Interprovinciaal Overleg (IPO)