BAM: Stijging opbrengsten en verbetering resultaten eerste halfjaar 2011

• Nettoresultaat eerste halfjaar 2011: € 66 miljoen (2010: € 51 miljoen)

• Alle sectoren winstgevend conform verwachting

• Pps-opbrengsten gestegen naar 6 procent van totale opbrengsten (2010: 4 procent)

• Orderportefeuille ultimo eerste halfjaar € 11,4 miljard (ultimo 2010: € 12,1 miljard)

• Marktomstandigheden moeilijk; aanhoudende prijsdruk

• Verwacht nettowinstniveau 2011 ongewijzigd: € 120 miljoen

Nico de Vries, voorzitter raad van bestuur van Koninklijke BAM Groep:

‘Alle sectoren van Koninklijke BAM Groep hebben het eerste halfjaar winstgevend afgesloten. Zij hebben onder moeilijke marktomstandigheden goede prestaties geleverd. De in deze periode door BAM geleverde prestaties bewijzen dat de Groep een gezonde en solide organisatie vormt, die in uiterst concurrerende markten projecten succesvol tot stand blijft brengen. Hoewel de onrust op de financiële markten voortduurt, de prijsdruk toeneemt en de onzekerheid aanhoudt, handhaven wij onze eerder uitgesproken winstverwachting.

Wij blijven ons richten op het verlagen van het geïnvesteerd vermogen, in het bijzonder in de sector Vastgoed, uiterste zorgvuldigheid bij het aannemen van nieuwe werken en een excellente uitvoering van onze projecten. Hierbij is het voortzetten – en waar mogelijk verbeteren – van de succesvolle integrale samenwerkingsvormen tussen BAM-bedrijven cruciaal.’

Winstverwachting 2011

Koninklijke BAM Groep verwacht – onvoorziene omstandigheden voorbehouden – in 2011 een nettowinstniveau van € 120 miljoen. De samenstelling van het verwachte nettowinstniveau in 2011 is gelijk aan de uitgesproken verwachting bij de publicatie van de jaarcijfers 2010 en het eerste kwartaalbericht 2011.

Sectorale verdeling van opbrengsten en resultaten

Bouw

• Opbrengsten Nederland en Duitsland gestegen

• Margebehoud in Verenigd Koninkrijk bij dalende opbrengsten

• België: Goede marge bij lagere opbrengsten

• Aanhoudende volume- en prijsdruk in alle markten

De Nederlandse werkmaatschappijen in de sector Bouw hebben in het eerste halfjaar 2011 bij hogere opbrengsten een lager, maar goed resultaat behaald. De opbrengsten bij de Nederlandse utiliteitsbouw namen toe; bij de Nederlandse woningbouw waren de opbrengsten vergelijkbaar met het eerste halfjaar van 2010. De goede prestaties in het eerste halfjaar zijn niet representatief voor de huidige marktomstandigheden. In de tweede helft van het jaar wordt een toenemende margedruk verwacht.

In het Verenigd Koninkrijk zijn in het eerste halfjaar van 2011 de opbrengsten, gemeten in Britse ponden, met 15 procent afgenomen ten opzichte van dezelfde periode in 2010, waarbij de marge bleef gehandhaafd. Het volume van de Britse utiliteitsbouwmarkt is sterk afgenomen, waardoor het prijsniveau onder zware druk is komen te staan. De terugval in de publieke sector wordt niet gecompenseerd door het licht herstel van de private sector, dat met name in het zuidoosten van Engeland waarneembaar is.

BAM Deutschland behaalde bij hogere opbrengsten een goed resultaat. Het Duitse utiliteitsbouwbedrijf is erin geslaagd in de moeilijke Duitse markt de orderportefeuille te doen stijgen. De vooruitzichten voor de tweede helft van het jaar zijn goed.

In België is met lagere opbrengsten een goede marge behaald. De opbrengsten zullen op korte termijn toenemen door de verder gestegen orderportefeuille. Voor de komende jaren wordt verdere groei verwacht.

Vastgoed

• Licht positief resultaat in eerste halfjaar voor sector Vastgoed, in lijn met verwachting voor het gehele jaar

• Goed resultaat in België, licht negatief resultaat in Nederland, Verenigd Koninkrijk en Ierland,

• Woningverkopen Nederland uit eigen ontwikkeling: 1.225 woningen (eerste halfjaar 2010: 1.227

woningen)

• Focus op verlagen geïnvesteerd vermogen

De Nederlandse vastgoedactiviteiten hebben in het eerste halfjaar van 2011 een licht negatief resultaat behaald. In het tweede kwartaal heeft een aantal transacties met investeerders plaatsgevonden, waardoor het aantal onverkochte opgeleverde woningen is afgenomen ten opzichte van het eerste kwartaal. Er heeft geen verandering plaatsgevonden met betrekking tot het lage transactieniveau op de Nederlandse woningmarkt. De focus ligt op het verlagen van het geïnvesteerde vermogen door verkoop van woningen, het verder uitontwikkelen van de portefeuille en verkoop van grondposities zonder ontwikkelpotentieel op korte of middellange termijn. BAM verwacht in 2011 ongeveer 2.200 woningen te verkopen in Nederland.

In het eerste halfjaar van 2011 heeft de Groep in Nederland 1.225 woningen uit eigen ontwikkeling verkocht (zelfde periode 2010: 1.227 woningen). De opgeleverde, onverkochte of onverhuurde voorraad van de Groep in Nederland is toegenomen en bedraagt per 30 juni 2011 174 woningen en circa 9.400 m2

commercieel vastgoed (ultimo 2010: 111 woningen en circa 2.300 m2 commercieel vastgoed). De toename van het commercieel vastgoed betreft vooral een winkellocatie. Het aantal onverkochte woningen in aanbouw is afgenomen en bedraagt per 30 juni 2011 331 (ultimo 2010: 642). Het totaal aantal onverkochte woningen in aanbouw of opgeleverd is per 30 juni 2011 met een derde afgenomen ten opzichte van het totaal aantal ultimo 2010 (505 ten opzichte van 753).

In het Verenigd Koninkrijk is het resultaat van BAM Properties in het eerste halfjaar licht negatief door onderdekking van algemene kosten. De onverkochte, onverhuurde voorraad commercieel vastgoed van de Groep in het Verenigd Koninkrijk bedraagt per 30 juni 2011 circa 22.175 m2 (ultimo 2010: 22.700 m2) en zal naar verwachting in de tweede helft van het jaar verder licht afnemen.

In Ierland biedt de vastgoedmarkt momenteel geen mogelijkheden. Dit resulteert in een licht negatief resultaat door onderdekking van algemene kosten en rentekosten.

In België is een goed resultaat behaald. Met een goed gevulde orderportefeuille met beperkte risico’s verwacht BAM de positieve resultaten dit boekjaar te handhaven.

Het totaal per 30 juni 2011 van de aan vastgoed gerelateerde investeringen in voorraden is toegenomen tot € 1.630 miljoen (ultimo 2010: € 1.540 miljoen), voornamelijk door investeringen benodigd voor het uitontwikkelen van de huidige portefeuille. Van dit totaal is € 1.307 miljoen geïnvesteerd in Nederland, € 173 miljoen in het Verenigd Koninkrijk, € 47 miljoen in Ierland en € 103 miljoen in België. Naar verwachting zullen de investeringen in de Nederlandse voorraden in de tweede helft van het jaar afnemen. De investeringen in voorraden zijn deels gefinancierd met recourse en non-recourse projectgerelateerde vastgoedleningen. Per 30 juni 2011 bedragen de recourse vastgoedleningen € 253 miljoen (ultimo 2010: € 307 miljoen) en de non-recourse vastgoedleningen € 411 miljoen (ultimo 2010: € 402 miljoen).

Infra

• Hogere opbrengsten en resultaten in Nederland, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België

• Positief resultaat in Ierland bij lagere opbrengsten

• Stijging orderportefeuille BAM International

• Ontwikkeling markt sterk afhankelijk van overheids- en pps-opdrachten

De Nederlandse infrabedrijven hebben in het eerste halfjaar van 2011 per saldo hogere opbrengsten en resultaten behaald. De Nederlandse inframarkt staat onder grote druk als gevolg van afnemende bestedingen van lagere overheden, toenemende concurrentie uit het midden- en kleinbedrijf, alsmede vanuit de utiliteits- en woningbouw en toenemende buitenlandse concurrentie bij grote projecten. De markt staat niet toe om nieuwe projecten op goede condities te acquireren. Hierdoor is de omvang van de orderportefeuille in het eerste halfjaar 2011 afgenomen.

Multidisciplinaire projecten nemen in omvang en aantal toe. Het belang van de succesvolle integrale samenwerking tussen BAM-bedrijven wordt hiermee ook steeds groter. De focus hierop blijft dan ook in de huidige markt cruciaal.

In het Verenigd Koninkrijk zijn in het eerste halfjaar van 2011 de opbrengsten sterk gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar van 2010, vooral als gevolg van de start van een aantal in 2010 verworven projecten. Het resultaat in het eerste halfjaar 2011 is vergelijkbaar met het eerste halfjaar 2010. Ook in het Verenigd Koninkrijk staan bij de verwerving van nieuwe opdrachten marges onder druk. De omvang van de orderportefeuille van BAM Nuttall is licht gedaald ten opzichte van de stand ultimo 2010. BAM Nuttall is goed gepositioneerd om the profiteren van eventuele positieve

veranderingen in de inframarkt.

De resultaten van de Belgische infrabedrijven zijn in het eerste halfjaar van 2011 sterk gestegen in lijn met de toegenomen opbrengsten. De orderportefeuille van de Belgische infrabedrijven is goed gevuld en biedt mogelijkheden voor de toekomst.

In Ierland zijn de opbrengsten van BAM Contractors in het eerste halfjaar verder afgenomen. Toch is BAM Contractors er wederom in geslaagd de verslagperiode positief af te ronden. Momenteel ondervindt de Ierse pps-markt hinder van het gebrek aan vertrouwen ten aanzien van de kredietwaardigheid van de Ierse overheid. Private financiering van het wegenbouwproject N17/N18 (waarvoor BAM preferred bidder was) bleek vooralsnog niet haalbaar.

Het Duitse infrabedrijf heeft in het eerste halfjaar van 2011 hogere opbrengsten behaald in vergelijking met het eerste halfjaar van 2010. Het resultaat was break-even. De orderportefeuille is in het eerste halfjaar gedaald. Ook op de Duitse inframarkt is sprake van zware concurrentie. Niettemin neemt Wayss & Freytag Ingenieurbau een goede uitgangspositie in voor de verwerving van enkele grotere projecten, die naar verwachting in de tweede helft van 2011 worden aanbesteed.

BAM International heeft, conform verwachting, bij lagere opbrengsten een goed resultaat behaald. In het eerste halfjaar is een aantal grote orders verworven waardoor de orderportefeuille sterk is gestegen. BAM International blijft werken aan het verstevigen van de positie in de drie primaire marktgebieden, Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten.

Publiekprivate samenwerking (pps)

• Opbrengsten pps-sector inmiddels 6 procent van Groepstotaal

• Operationele resultaten in lijn met verwachting

• Vijftien lopende biedingen

• Verwacht aanbod markt goed voor ten minste komende anderhalf jaar

Het operationele resultaat van BAM PPP is in het eerste halfjaar van 2011 – in lijn met de verwachtingen – neutraal. Het resultaat werd negatief beïnvloed door het niet doorgaan van het N17/N18-contract in Ierland, waarvan financiering vooralsnog niet haalbaar bleek. BAM PPP heeft in het eerste halfjaar van 2011 financial close bereikt voor twee nieuwe accommodatiecontracten in België. Tevens is BAM PPP in het eerste halfjaar geselecteerd als preferred bidder voor het N11/N7- contract in Ierland (waarbij de Ierse overheid en BAM gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het aantrekken van private financiering). Na het eerste halfjaar is BAM PPP geselecteerd als preferred bidder voor het A9-contract in Duitsland.

In mei, zoals in het tussentijdse bericht over het eerste kwartaal al meegedeeld, heeft BAM met pensioenfondsbeheerder PGGM overeenstemming bereikt over de oprichting van een 50/50 joint venture, voor investeringen in huidige en in toekomstige pps-contracten, na de bouwfase. Huidige en toekomstige pps-contracten zullen volgens een vooraf vastgestelde rekenmethode (yield) overgaan naar het samenwerkingsverband. De overeenstemming betreft de overgang van ongeveer € 150 miljoen aan huidige pps-contracten naar de joint venture in de periode 2011 tot en met 2014 en investeringen van ongeveer € 240 miljoen in toekomstige pps-contracten door de joint venture. Met betrekking tot de huidige projecten zal PGGM tachtig procent van het economisch eigendom verwerven. BAM verwacht hierbij ongeveer € 40 miljoen aan boekwinsten te realiseren in de periode 2011 tot en met 2014. Van deze € 40 miljoen boekwinsten heeft naar verwachting ongeveer € 10 miljoen betrekking op het tweede halfjaar van 2011.

De pps-contracten in de joint venture zullen op basis van het economisch eigendom partieel worden geconsolideerd in de balans en de winst-en-verliesrekening van BAM. Dit zal tot balansverlichting leiden en de solvabiliteit ten goede komen. De eerste tranche van naar verwachting vier inmiddels operationele contracten zal later dit jaar plaatsvinden en is in de balans per 30 juni 2011 voor het te verkopen gedeelte geherrubriceerd en opgenomen als activa aangehouden voor verkoop (€ 246

miljoen).

Het totaal van de aan pps-contracten gerelateerde vorderingen (inclusief kortlopend deel) en immateriële vaste activa (concessies) is per 30 juni 2011 afgenomen tot € 968 miljoen (ultimo 2010: € 1.019 miljoen) door de herrubricering van de contracten aangehouden voor verkoop. De pps-leningen per 30 juni 2011 bedragen € 886 miljoen (ultimo 2010: € 941 miljoen). De totale gecommitteerde netto-investering voor pps-contracten in portefeuille, exclusief de contracten aangehouden voor verkoop, bedraagt circa € 232 miljoen (ultimo 2010: € 240 miljoen). Hiervan is per 30 juni 2011, exclusief de contracten aangehouden voor verkoop, circa € 87 miljoen daadwerkelijk geïnvesteerd (ultimo 2010: € 87 miljoen).

Installatietechniek

• Lagere resultaten BAM Techniek bij hogere opbrengsten

BAM Techniek heeft in het eerste halfjaar van 2011 hogere opbrengsten behaald. Het resultaat en de marge zijn lager dan in het eerste halfjaar van 2010. Ook in de sector Installatietechniek resulteren een lager volume in de utiliteitsbouwmarkt en hogere aanbiedingskosten in margedruk. Het aandeel van installatietechnische werkzaamheden bij grote utiliteitsbouw- en infrawerken (zoals de verbreding van de A12) neemt nog steeds toe. De samenwerking tussen BAM Techniek en andere BAM-bedrijven resulteert in waardevolle synergie en is van grote betekenis voor de succesvolle totstandkoming van multidisciplinaire projecten.

Consultancy en engineering

• Margeverbetering in tweede kwartaal

Tebodin heeft in het eerste halfjaar van 2011 bij hogere opbrengsten een lager resultaat behaald, met name door hoge voorbereidingskosten voor een groot project, tegenvallende resultaten in Polen en Duitsland en door wisselkoerseffecten. Goede winstbijdragen kwamen uit Nederland, Rusland en het

Midden-Oosten. Er is goede vooruitgang geboekt bij de verdere uitbreiding in Zuidoost-Azië.

Baggeren

De participatie in baggerbedrijf Van Oord (21,5 procent) heeft in het eerste halfjaar 2011 een lagere bijdrage (€ 9,2 miljoen) aan het resultaat geleverd in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar (€ 11,3 miljoen).

Orderportefeuille

De orderportefeuille is in het eerste halfjaar van 2011 gedaald tot € 11,4 miljard (ultimo 2010: € 12,1 miljard), onder meer door het niet doorgaan van het Ierse N17/N18 pps-contract, lage orderontvangst in de sector Infra en een meer voorzichtige inschatting van de orderportefeuille in de sector Vastgoed. Naar verwachting wordt van de totale orderportefeuille nog € 3,7 miljard uitgevoerd in 2011 en € 7,7 miljard in de jaren 2012 tot en met 2015.

De orderportefeuille omvat orders voor de komende vijf jaar. Additioneel heeft de Groep ruim € 3 miljard aan opdrachten in portefeuille voor de periode na 2015. Dit betreft vooral onderhoudscontracten voor pps-contracten en concessie-inkomsten.

Financiële positie

De netto-liquiditeiten, het saldo van liquide middelen minus kortlopende bankkredieten, bedragen per 30 juni 2011 € 571 miljoen (ultimo 2010: € 913 miljoen). Deze daling betreft in hoofdzaak het

gebruikelijke seizoenspatroon.

De rentedragende schulden bedragen per 30 juni 2011 € 2.191 miljoen (ultimo 2010: € 2.271 miljoen) en de nettoschuldpositie € 1.615 miljoen (ultimo 2010: € 1.357 miljoen). Het grootste deel van de schulden bestaat uit non-recourse pps-leningen en non-recourse projectfinancieringen (€ 1.197 miljoen), recourse projectfinancieringen (€ 384 miljoen), een senior lening (€ 360 miljoen) en een achtergestelde lening (€ 200 miljoen). De daling van de schulden komt vooral door de herrubricering

van pps-contracten aangehouden voor verkoop.

De vaste activa zijn in het eerste halfjaar van 2011 gedaald mede door de herrubricering van pps-contracten en bedragen per 30 juni 2011 € 2.454 miljoen (ultimo 2010: € 2.560 miljoen). Het netto-werkkapitaal (exclusief liquiditeiten en kortlopende leningen) bedraagt per 30 juni 2011 € 683 miljoen (ultimo 2010: € 311 miljoen). De stijging van het netto-werkkapitaal volgt het seizoenspatroon. Het garantievermogen van de Groep bedraagt per 30 juni 2011 € 1.365 miljoen en is toegenomen ten opzichte van de stand ultimo 2010 (€ 1.302 miljoen) door toevoeging van het nettoresultaat. De solvabiliteit op basis van garantievermogen bedraagt per 30 juni 2011 19,1 procent en is daarmee hoger dan de stand ultimo 2010 (18,2 procent).

Convenanten

De Groep heeft convenanten waaraan moet worden voldaan voor de kredietfaciliteit (€ 475 miljoen), de senior lening (€ 360 miljoen) en de achtergestelde lening (€ 200 miljoen). Gebaseerd op berekeningen van de Groep wordt per 30 juni 2011 voldaan aan deze convenanten. De belangrijkste convenanten zijn de recourse leverage ratio met een limiet per 30 juni 2011 van < 2,75, de recourse interest coverage ratio met een limiet van > 4,0, de recourse solvency ratio met een limiet van > 15 procent en de current ratio met een limiet van > 1,0. Gebaseerd op berekeningen van de Groep bedroeg per 30 juni 2011 de recourse leverage ratio 1,5, de recourse interest coverage ratio 6,1, de recourse solvency ratio 25,3 procent en de current ratio 1,27.

Resultaat per gewoon aandeel

Door de verbeterde behaalde resultaten in het eerste halfjaar 2011 ten opzichte van de behaalde resultaten in het eerste halfjaar van 2010 is het nettoresultaat per gewoon aandeel uitstaand op 30 juni van desbetreffend jaar in het eerste halfjaar van 2011 gestegen tot € 0,28 (eerste halfjaar 2010: € 0,22). Ten opzichte van het gewogen gemiddelde aantal uitstaande gewone aandelen is het nettoresultaat in het eerste halfjaar van 2011 gedaald tot € 0,28 (eerste halfjaar 2010: € 0,29). Deze daling komt door de relatief lage weging van de in juni 2010 uitgegeven nieuwe aandelen.

Conversie van financieringspreferente aandelen en delisting

De raad van bestuur heeft, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, besloten tot conversie van de financieringspreferente aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk in nieuwe gewone aandelen met een nominale waarde van € 0,10 elk. De conversieverhouding bedraagt 1,27273 nieuw gewoon aandeel voor één financieringspreferent aandeel. Dit betekent dat de 346.276 uitstaande financieringspreferente aandelen zullen worden geconverteerd in ongeveer 440.715 nieuwe gewone aandelen. De conversie zal per heden van kracht worden. De effectieve datum van delisting van de financieringspreferente aandelen op NYSE Euronext in Amsterdam zal 26 augustus 2011 zijn.

Risico’s en onzekerheden

In het jaarrapport over het boekjaar 2010 zijn de risico’s die een materiële invloed kunnen hebben op de resultaten en financiële positie van de Groep, uitgebreid beschreven. In aansluiting hierop ziet BAM voor het resterende deel van het boekjaar 2011 met name de volgende risico’s en onzekerheden:

• Het risico dat de markten waar de Groep werkzaam is verder verslechteren. Verslechtering

van de bouw- en vastgoedontwikkelingsmarkt in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland

kan van invloed zijn op de omzet en resultaat en op de waardering van goodwill, voorraad

onverkocht vastgoed (in ontwikkeling, in aanbouw en opgeleverd) en onderhanden werk.

Voorts kunnen de gevolgen van een verslechtering van de markten de ontwikkeling van de

orderportefeuille beïnvloeden.

• Het risico dat relaties met toeleveranciers, partners en opdrachtgevers, die niet tot de Groep

behoren en die actief zijn in de keten van het bouwproces, niet meer kunnen worden

voortgezet waardoor de uitvoering van projecten stagneert en vorderingen mogelijk oninbaar

worden, kan van invloed zijn op omzet en resultaat en de waardering van debiteuren.

• Het risico dat de beschikbaarheid van krediet op de financiële markten verder afneemt,

waardoor het moeilijker wordt (vooruit)betalingen te ontvangen of investeringen in grondposities of vastgoedontwikkeling te (her)financieren, kan van invloed zijn op de

beschikbare financieringsmiddelen en/of de operationele cashflow.

Andere, niet bekende of momenteel als niet-materieel beschouwde risico’s kunnen later een (materiële) invloed blijken te hebben op de markten, doelen, omzetten, resultaten, activa, liquiditeiten of financiering van de Groep.

Klik hier voor het volledige persbericht!

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: BAM - Koninklijke BAM Groep nv