Infrastructuurmonitor; MIRT 2011

infrastructuurbudgetten spoor en water onder druk

Na 2010 nemen de financiële middelen van het rijk voor aanleg en onderhoud van infrastructuur af. Dit jaar is het budget € 8,4 miljard, in 2013 is dat afgenomen naar € 8,0 miljard. Vooral de uitgaven aan spoor- en water-infrastructuur dalen, het wegenbudget blijft nog een aantal jaren op peil. De daling is bij beheer en onderhoud van de infrastructuur groter dan bij aanlegprojecten.

Dit blijkt uit de analyse die het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in opdracht van Bouwend Nederland van het Meerjarenprogramma voor Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) heeft gemaakt. De resultaten zijn beschreven in het rapport ‘Infrastructuurmonitor; MIRT 2011’. In het MIRT staan alle grotere infrastructuurprojecten die op het gebied van wegen, spoor en water in Nederland worden voorbereid en uitgevoerd. 35% van de beschikbare middelen gaat naar de rijkswegen, 30% naar de railinfrastructuur. Het aandeel van watergerelateerde projecten is in vergelijking met twee jaar geleden toegenomen. In de komende jaren zal het aandeel van infrastructuurprojecten in de noordelijke Randstad en Oost-Nederland toenemen, ten koste van de zuidelijke Randstad en Zuid-Nederland.

In het onderzoek zijn circa 180 projecten geanalyseerd. Daarvan zullen 33 projecten (één op de vijf) later worden opgeleverd in vergelijking met de planning van vorig jaar. Dit betreft vooral projecten die nu nog in de planfase verkeren. Naar type project gaat het vooral om regionale/lokale projecten met een rijksbijdrage. Het percentage vertraagde projecten is de afgelopen twee jaar licht afgenomen. Vooral hoofdwegenprojecten in de voorbereidingsfase van het MIRT zijn nu doorgestroomd.

Om alle projecten die nu in de planstudiefase staan na afronding van de procedures te kunnen realiseren, zijn onvoldoende financiële middelen gereserveerd. In de periode 2011-2015 zou hiervoor € 2,3 miljard extra nodig zijn. Daarvan betreft € 1,4 miljard wegenprojecten en € 0,6 miljard spoorprojecten.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB)