Hirsch Ballin steunt proef camera s gezichtsherkenning in OV Rotterdam

nieuw wapen in de strijd tegen agressie in het openbaar vervoer

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties steunt een proef met camera’s met gezichtsherkenning in het openbaar vervoer in Rotterdam. Deze camera’s helpen om de notoire overlastplegers en geweldplegers die een OV-verbod hebben daadwerkelijk te weren uit het openbaar vervoer. De camera’s leveren ook een bijdrage aan de veiligheid van de vele reizigers die dagelijks gebruik maken van het openbaar vervoer. Dat heeft minister Hirsch Ballin (BZK) op 27 mei 2010 bekend gemaakt tijdens een werkbezoek aan Rotterdam.

Het ministerie en de RET trekken elk bijna 100.000 euro uit voor de proef, die medio dit jaar start en in het najaar van 2011 wordt geëvalueerd.

De proef gezichtsherkenning is voor de OV-sector een nieuw wapen in de strijd tegen agressie en geweld tegen werknemers in het openbaar vervoer. Het helpt het gat te dichten tussen het opleggen van het OV-verbod en het daadwerkelijk handhaven ervan. Veel OV-bedrijven voeren vanwege dat gat het OV-verbod niet in. Camera’s helpen bij het handhaven van het OV-verbod op lijn 2 van de RET in Rotterdam. Deze lijn wordt al geruime tijd geteisterd door een behoorlijk aantal agressie- en geweldsincidenten. Met succes zette de RET het OV-verbod in als instrument om notoire overlastgevers en geweldplegers te weren. De handhaving van dit verbod kost het bedrijf vele manuren extra. Met de camera’s wordt dit vergemakkelijkt. Degene met een OV-verbod wordt gedetecteerd en gesignaleerd. Werknemers van de RET krijgen een signaal dat een persoon met OV-verbod aan boord is en kunnen hiernaar handelen – vaak gebeurt dat in nauwe samenwerking met de politie.

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Taskforce: veilig openbaar vervoer vraagt inspanning alle partijen

Lees het eindrapport van de Taskforce Veiliger Openbaar Vervoer via Infrasite Documents Naar een veiliger openbaar vervoer voor werknemers

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties