Conjunctuurmeting bouwnijverheid juli 2008

Orderportefeuille bouwnijverheid onveranderd hoog

Amsterdam – De omvang van de orderportefeuille in de burgerlijke- en utiliteitsbouw is eind juni 2008 met 0,1 maand gegroeid tot 8,8 maanden. Zowel in de woningbouw als in de utiliteitsbouw nam de omvang van de orderportefeuille toe; en wel met respectievelijk 0,2 en 0,1 maand. Hiermee blijft de orderportefeuille in de b&u historisch gezien hoog. De orderportefeuille in de grond-, water- en wegenbouw nam met 0,3 maand af tot 7 maanden. De grootste afname vond plaats in de wegenbouw waar de orderportefeuille met 0,5 maand slonk; in de grond- en waterbouw was sprake van een afname met 0,3 maand. Desondanks blijft de omvang van de orderportefeuille ook in de gww in vergelijking met voorgaande jaren hoog. Voor de bouwnijverheid als geheel bleef de orderportefeuille eind juni onveranderd ten opzichte van vorige maand; 8,5 maanden.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmeting van juli 2008.

Eén op de negen bedrijven meldt eind juni een tekort aan personeel. Personeelstekort is dan ook de belangrijkste oorzaak van stagnatie in de voortgang van de werkzaamheden. In de b&u is het personeelstekort ten opzichte van vorige maand gestegen van 9 tot 13%. Ook in de gww steeg het aandeel bedrijven met een personeelstekort (van 5 tot 6%). Deze stijging wordt veroorzaakt doordat het personeelstekort in de wegenbouw toenam (van 2 tot 6%). In de grond- en waterbouw nam het personeelstekort licht af van 8 tot 7%.

De werkvoorraad wordt door bijna een kwart van de bedrijven als normaal voor de tijd van het jaar beoordeeld. Het percentage bedrijven dat het onderhanden werk als groot beoordeelt (20%) is echter wel beduidend groter dan het percentage dat de werkvoorraad klein vindt voor de tijd van het jaar (7%).

Ruim 26% van de bedrijven in de b&u verwacht dat zij de komende maanden meer personeel in dienst zullen nemen, terwijl 4% denkt dat hun personeelsbestand zal slinken. In de gww verschillen de verwachtingen betreffende de personele ontwikkeling sterk tussen de deelsectoren. In de grond- en waterbouw verwacht 19% een stijging van het aantal personeelsleden, terwijl dit percentage in de wegenbouw met 6% aanzienlijk lager ligt.

In de b&u ziet 55% van de bedrijven de afzetprijzen in de komende maanden stijgen. In de gww is er ook op dit punt een groot verschil tussen de subsectoren. In de wegenbouw is het aantal bedrijven dat een prijsstijging verwacht 16%, terwijl 84% een gelijkblijvend prijsniveau voorspelt. In de grond- en waterbouw bedragen deze percentages respectievelijk 42 en 57%.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van juli 2008 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.