EIB Bouwconjunctuur april 2008

Personeelstekort bij één op de tien bedrijven in de grond- en waterbouw

Amsterdam – Eind maart 2008 meldt 10% van de grond- en waterbouwbedrijven dat zij te weinig personeel hebben. Personeelstekort is voor deze bedrijven dan ook de belangrijkste oorzaak van stagnatie. In de wegenbouw wordt daarentegen door geen enkel bedrijf gerept over gebrek aan personeel. Hier was het natte weer in maart de belangrijkste stagnatieoorzaak (5%). De verwachtingen betreffende de personele ontwikkeling verschillen dan ook sterk tussen de deelsectoren in de gww. In de grond- en waterbouw verwacht 20% een stijging van het aantal personeelsleden, terwijl dit percentage in de wegenbouw met 9% aanzienlijk lager ligt.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmeting van april 2008.

Ook in de burgerlijke- en utiliteitsbouw is eind maart een tekort aan personeel de meest genoemde stagnatieoorzaak; in deze sector geeft 7% van bedrijven aan dat zij te kampen hebben met een personeelstekort. Ongeveer één op de vijf b&u-bedrijven verwacht dat zij de komende maanden meer personeel in dienst zullen nemen; slechts 1% denkt dat het personeelsbestand zal slinken.

In de gww is er ook op het punt van de verwachte prijsontwikkeling een groot verschil tussen de subsectoren. In de wegenbouw verwacht 12% een prijsstijging. Een jaar geleden gold dit nog voor 43% van de wegenbouwbedrijven. In de grond- en waterbouw bleef het percentage praktisch gelijk en komt nu uit op 43%. In de b&u voorziet 42% van de bedrijven de komende maanden een stijging van de afzetprijzen. Dit aandeel is lager dan een jaar geleden toen nog 61% van de b&u-bedrijven een prijsstijging voorspelde.

De werkvoorraad wordt door 71% van de bedrijven als normaal voor de tijd van het jaar beoordeeld. Het percentage bedrijven dat het onderhanden werk als groot beoordeelt (20%) is echter wel beduidend groter dan het percentage dat de werkvoorraad klein vindt voor de tijd van het jaar (9%).

Voor de tweede opeenvolgende maand bereikte de omvang van de orderportefeuille in de b&u eind maart 2008 een recordhoogte sinds het begin van de metingen door het EIB (september 1985); 9,1 maanden. Dit record zorgde er, net als een maand geleden, voor dat de orderportefeuille in de bouwnijverheid als totaal eveneens een recordhoogte bereikte; 8,7 maanden. De orderportefeuille in de gww groeide eind maart met 0,3 maand tot 7,2 maanden. Dit is net geen record, maar historisch gezien wel bijzonder hoog.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van april 2008 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.