Omvang orderportefeuille b&u tot recordhoogte gegroeid

EIB Bouwconjunctuur maart 2008

Amsterdam – Eind februari 2008 bedraagt de omvang van de orderportefeuille in de burgerlijke- en utiliteitsbouw 9 maanden. Sinds het begin van de metingen door het EIB (september 1985) is deze nog nooit zo hoog geweest. Dit record in de b&u zorgde ervoor dat de orderportefeuille in de bouwnijverheid als totaal eveneens een recordhoogte bereikte; 8,5 maanden. In de grond-, water- en wegenbouw nam de orderportefeuille licht af, maar is nog steeds bijzonder hoog.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmeting van maart 2008.

In de b&u geeft eind februari ongeveer 9% van bedrijven aan dat zij te kampen hebben met een tekort aan personeel. Personeelstekort is hiermee de belangrijkste oorzaak van stagnatie van de voortgang van de werkzaamheden in deze sector. In de gww verschilt de mate waarin het personeelstekort voor stagnatie zorgt sterk tussen de subsectoren. In de grond- en waterbouw meldt 12% van de bedrijven dat zij een personeelstekort hebben; in de wegenbouw geen enkel bedrijf. In deze subsector is het uitblijven van orders de belangrijkste stagnatieoorzaak (8%). Een jaar geleden was het weer zowel in de b&u (13%) als in de gww (24%) de meest genoemde stagnatieoorzaak.

Een kwart van de bedrijven in de b&u verwacht dat zij de komende maanden meer personeel in dienst zullen nemen, terwijl 2% denkt dat personeelsbestand zal slinken. In de gww voorspelt 16% van de bedrijven een toename van het personeelsbestand.

In de b&u ziet 43% van de bedrijven de afzetprijzen in de komende maanden stijgen. Dit aandeel is lager dan een jaar geleden toen nog 60% van de b&u-bedrijven een prijsstijging voorspelde. In de gww is er ook op dit punt een groot verschil tussen de subsectoren. In de wegenbouw is het aantal bedrijven dat een prijsstijging verwacht sterk gedaald van 44% een jaar geleden tot 15% nu. In de grond- en waterbouw bleef het percentage praktisch gelijk en komt nu uit op 37%.

De werkvoorraad wordt door 70% van de bedrijven als normaal voor de tijd van het jaar beoordeeld. Het percentage bedrijven dat het onderhanden werk als groot beoordeelt (23%) is echter wel beduidend groter dan het percentage dat de werkvoorraad klein vindt voor de tijd van het jaar (7%).

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van maart 2008 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.