Kamerbrief over verbreding A1 en A10-oost

Den Haag – Op 27 november 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met een brief aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen over verbreding A1 en A10-oost.

Hieronder leest u de volledig brief en de bijlage 2007/9336 Beantwoording brief inzake kabinetsbesluit verbreding A1 en de A10 oost Diemen. Kamerstuk | 2007-11-27.

Geachte voorzitter,

Conform uw verzoek van 2 november 2007 met kenmerk VW-07-565 ontvangt u bijgaand een afschrift van de brief aan het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Diemen.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

Geacht college,

Met belangstelling heb ik kennis genomen van uw brief van oktober 2007, inzake de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere. Hierbij vraagt U aandacht voor de woon- en leefomgeving rondom de A1 en A10 Oost. In reactie hierop het volgende:

In oktober 2006 en oktober 2007 heeft het kabinet in het kader van de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere besloten dat de verkeersproblematiek in de corridor zal worden gerealiseerd door de uitbreiding en verbeterde inpassing van het bestaande wegennetwerk A6, A1, A9 en A10-Oost. Over uitbreiding en inpassing van de betrokken wegen en financiële bijdrage daaraan van de regio hebben rijk en regio op 29 oktober 2007 een raamovereenkomst gesloten. Dit in het kader van Programma Randstad Urgent.

Zoals ik tijdens het werkbezoek aan de regio op 23 april 2007 heb aangegeven bestaat bij mij begrip voor de leefbaarheidssituatie in de gemeenten waarin de wegen gelegen zijn, zoals de gemeente Diemen. Het is hierbij van belang te bezien hoe de huidige en toekomstige situatie ten aanzien van de bereikbaarheid verbeterd kan worden, zonder verslechtering en mogelijk zelfs verbetering van de leefbaarheid.

In de overeenkomst planstudie SAA is daarom niet alleen aangegeven over welke inpassing er overeenstemming bestaat, maar is ook aangegeven dat hierover nader overleg plaatsvindt met de gemeente Diemen en ook de gemeenten Muiden en Weesp en Ouder-Amstel.

De volgende stap van de planstudie is de Trajectnota/MER. Hiervoor is het (concept) MER gereed in februari 2008. Hierbij worden verschillende varianten bekeken en ook bepaald wat de (milieu) effecten van de verschillende varianten zijn op de omgeving en wat de maatregelen zijn om deze effecten weg te nemen. Op basis hiervan zal de standpuntbepaling plaatsvinden door de minister van Verkeer en Waterstaat, in overleg met de minister van VROM.

Ten aanzien van de mogelijk te nemen milieumaatregelen en de precieze vormgeving daarvan wordt door de Stadregio een aparte studie opgestart waarin ook varianten van de door u voorgestelde overkappingen worden onderzocht. Om te komen tot een evenwichtige keuze voor de standspuntbepaling zal het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in deze studie participeren en de resultaten betrekken bij de afwegingen rond de Trajectnota/MER.

Voor de studie zijn voor het ministerie o.a. de volgende aandachtspunten van belang:

  • Het oplossend vermogen van de uitbreiding en inpassing van de betreffende wegen voor de verkeers- en leefbaarheidsproblemen, alsmede de financiering daarvan;
  • Het voldoen aan de veiligheideisen;
  • De effectiviteit van de (inpassings)maatregelen;
  • De gewenste vormgeving en het gebruik van de maatregelen. Om hierop tijdig een beeld te krijgen zal ook het Atelier Rijksbouwmeester in deze werkgroep participeren.

Naar aanleiding van de resultaten van deze studie zal worden bekeken in hoeverre de voorgestelde maatregelen meegenomen kunnen worden in de Trajectnota/MER van de A1, A6, A9 en A10 oost en de standpuntbepaling. De gemeente Diemen zal hierbij worden betrokken. Ik ga ervan uit dat we op deze wijze in onderlinge samenspraak een passende inpassing tot stand kunnen brengen.

Ik ga er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

Kamerbrief over verbreding A1 en A10-oost | Infrasite

Kamerbrief over verbreding A1 en A10-oost

Den Haag – Op 27 november 2007 heeft Minister Eurlings van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met een brief aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen over verbreding A1 en A10-oost.

Hieronder leest u de volledig brief en de bijlage 2007/9336 Beantwoording brief inzake kabinetsbesluit verbreding A1 en de A10 oost Diemen. Kamerstuk | 2007-11-27.

Geachte voorzitter,

Conform uw verzoek van 2 november 2007 met kenmerk VW-07-565 ontvangt u bijgaand een afschrift van de brief aan het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Diemen.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings

Geacht college,

Met belangstelling heb ik kennis genomen van uw brief van oktober 2007, inzake de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere. Hierbij vraagt U aandacht voor de woon- en leefomgeving rondom de A1 en A10 Oost. In reactie hierop het volgende:

In oktober 2006 en oktober 2007 heeft het kabinet in het kader van de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere besloten dat de verkeersproblematiek in de corridor zal worden gerealiseerd door de uitbreiding en verbeterde inpassing van het bestaande wegennetwerk A6, A1, A9 en A10-Oost. Over uitbreiding en inpassing van de betrokken wegen en financiële bijdrage daaraan van de regio hebben rijk en regio op 29 oktober 2007 een raamovereenkomst gesloten. Dit in het kader van Programma Randstad Urgent.

Zoals ik tijdens het werkbezoek aan de regio op 23 april 2007 heb aangegeven bestaat bij mij begrip voor de leefbaarheidssituatie in de gemeenten waarin de wegen gelegen zijn, zoals de gemeente Diemen. Het is hierbij van belang te bezien hoe de huidige en toekomstige situatie ten aanzien van de bereikbaarheid verbeterd kan worden, zonder verslechtering en mogelijk zelfs verbetering van de leefbaarheid.

In de overeenkomst planstudie SAA is daarom niet alleen aangegeven over welke inpassing er overeenstemming bestaat, maar is ook aangegeven dat hierover nader overleg plaatsvindt met de gemeente Diemen en ook de gemeenten Muiden en Weesp en Ouder-Amstel.

De volgende stap van de planstudie is de Trajectnota/MER. Hiervoor is het (concept) MER gereed in februari 2008. Hierbij worden verschillende varianten bekeken en ook bepaald wat de (milieu) effecten van de verschillende varianten zijn op de omgeving en wat de maatregelen zijn om deze effecten weg te nemen. Op basis hiervan zal de standpuntbepaling plaatsvinden door de minister van Verkeer en Waterstaat, in overleg met de minister van VROM.

Ten aanzien van de mogelijk te nemen milieumaatregelen en de precieze vormgeving daarvan wordt door de Stadregio een aparte studie opgestart waarin ook varianten van de door u voorgestelde overkappingen worden onderzocht. Om te komen tot een evenwichtige keuze voor de standspuntbepaling zal het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in deze studie participeren en de resultaten betrekken bij de afwegingen rond de Trajectnota/MER.

Voor de studie zijn voor het ministerie o.a. de volgende aandachtspunten van belang:

  • Het oplossend vermogen van de uitbreiding en inpassing van de betreffende wegen voor de verkeers- en leefbaarheidsproblemen, alsmede de financiering daarvan;
  • Het voldoen aan de veiligheideisen;
  • De effectiviteit van de (inpassings)maatregelen;
  • De gewenste vormgeving en het gebruik van de maatregelen. Om hierop tijdig een beeld te krijgen zal ook het Atelier Rijksbouwmeester in deze werkgroep participeren.

Naar aanleiding van de resultaten van deze studie zal worden bekeken in hoeverre de voorgestelde maatregelen meegenomen kunnen worden in de Trajectnota/MER van de A1, A6, A9 en A10 oost en de standpuntbepaling. De gemeente Diemen zal hierbij worden betrokken. Ik ga ervan uit dat we op deze wijze in onderlinge samenspraak een passende inpassing tot stand kunnen brengen.

Ik ga er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Camiel Eurlings