Kamervragen over stads- en streekvervoer Noord-Brabant

Den Haag – Op 19 september 2007 heeft Staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over het stads- en streekvervoer in Noord-Brabant.

Hieronder leest u de volledig brief br.6582. Kamervragen van het lid Duyvendak over het stads- en streekvervoer in Noord-Brabant. Kamerstuk | 2007-09-19.

Geachte voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Duyvendak aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over het stads- en streekvervoer in Noord-Brabant.

  • 1. Kent u het artikel ‘BBA in diepe crisis’?(1)

    1. Ja.

    (1)BN De Stem, BBA in diepe crisis, 2 augustus 2007

  • 2. Dreigt het busbedrijf Veolia/BBA financieel te bezwijken onder de vervoersconcessie voor Midden- en West-Brabant?

    2. Navraag bij Veolia/BBA heeft dit bericht niet bevestigd. Het is gebaseerd op een conclusie uit een rapport van de vakbonden FNV en CNV, die niet door Veolia/BBA wordt gedeeld. Volgens recente uitlatingen van gedeputeerde Moons van provincie Noord-Brabant is ze met de vervoerder in overleg over de financiële problemen en oplossingen.

  • 3. Wat zijn de gevolgen van een eventueel faillissement van de vervoerder? Wie gaat in dat geval het stads- en streekvervoer verzorgen? Wat zijn de gevolgen voor het personeel van de vervoerder?

    3. Mocht een vervoerder failliet gaan dan kan het vervoer worden voortgezet indien de curator het bedrijf voortzet. In het uiterste geval zal door de concessieverlener een nieuwe concessiehouder moeten worden gezocht die dan ook het (directe en herleidbare) personeel moet overnemen om het vervoer te verzorgen.

  • 4. Is u bekend of er (ook) in andere regio’s met verlies wordt gegund door (potentiële) vervoerders?

    4. Nee, dat is mij niet bekend.

  • 5. Dreigen in andere vervoersregio’s ook een of meer vervoerders in financiële problemen te komen? Bent u bereid om in dergelijke gevallen in te grijpen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?

    5. Mij is niet bekend dat vervoerders in financiële problemen dreigen te komen. Voor ingrijpen is geen aanleiding en dat ligt ook niet op mijn pad. Samen met de decentrale OV-autoriteiten heb ik wel belang bij voldoende gezonde vervoerbedrijven. Zo zetten we ons in voor de ontwikkeling van middelen en kennis om kwaliteitsaspecten meer gewicht te geven bij de aanbesteding en het beheer.

  • 6. Is in een of meer vervoersregio’s gebleken van onvoldoende expertise op het gebied van aanbestedingen? Zo neen, hoe verklaart u de regelmatige omissies op dit gebied? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

    6. Er zijn voorbeelden bekend waarbij fouten zijn gemaakt bij de aanbesteding van het stads- en streekvervoer, die ook deels verklaard kunnen worden door een gebrek aan expertise. Dit was bijvoorbeeld recentelijk het geval in de provincie Noord-Brabant. Ik heb het afgelopen half jaar al een aantal onderzoeken laten doen naar manieren om de aanbestedingen te verbeteren, zowel inhoudelijk (o.a. handreiking besteks- en concessievoorwaarden) als procesmatig (o.a. aanbestedingskalender en -monitor). Dit doe ik samen met het Kennisplatform Verkeer en Vervoer en de betrokken decentrale overheden. Ik bied zo dus actief ondersteuning aan de ontwikkeling en uitwisseling van kennis, ervaring en hulpmiddelen.

  • 7. Deelt u de mening dat het debacle van de aanbesteding in Noord-Brabant onderstreept dat vervoersregio’s zelf moeten beslissen over het al dan niet aanbesteden van het openbaar vervoer?

    7. Nee. Feit is dat openbare aanbestedingen bij het streekvervoer per saldo tot betere resultaten leiden. Dat heeft gedeputeerde Moons van Noord-Brabant ook gezegd bij de hoorzitting in de Kamer op 21 juni 2007. Zij pleitte toen niet voor keuzevrijheid.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

mw. J.C. Huizinga-Heringa