CNV-reactie op de Miljoenennota 2008

Odijk – Het CNV is positief kritisch over de Miljoenennota 2008. We zijn blij met de voorstellen die solidariteit, arbeidsparticipatie en duurzaamheid stimuleren. De koopkracht vraagt om aandacht. Het CNV begrijpt dat een sociaal beleid om solidaire keuzes vraagt. Maar op onderdelen zijn de maatschappelijke doelstellingen uit balans of onvoldoende uitgewerkt. De kabinetsdoelstellingen ‘ondernemende economie’ en ‘sociale samenhang’ worden ondermijnd door het voorstel om het ontslagrecht aan te passen. Dit geldt ook voor de verslechteringen in de WW.

Tenslotte wordt bij de nadruk op arbeidsparticipatie onvoldoende rekening gehouden met mensen die werk en zorg (bijvoorbeeld zorg voor kinderen) willen combineren.

Het kabinet werkt in de Miljoenennota 2008 vanuit het perspectief van vijf maatschappelijke doelstellingen (pijlers). Het CNV is positief over de aandacht voor sociale cohesie. Dit komt tot uitdrukking in een solidair koopkrachtbeleid en het goedkoper maken van arbeid. Het voornemen om te investeren in het onderwijs vanuit het belang van de kenniseconomie is van groot belang. De talenten van mensen vormen de basis van een innovatieve economie. Begrijpelijk is dat vanwege een schoner milieu en een gezonde leefstijl een bepaalde discipline op het gebied van koopkracht wordt gevraagd.

De vertaling van visie naar concreet beleid laat soms te wensen over. Het is onvoldoende helder of en hoe de voorgestelde beleidsmaatregelen precies leiden tot het behalen van de boogde maatschappelijke doelen. Met name het ter discussie blijven stellen van het huidige ontslagrecht, de voorstellen om mensen met een WW-uitkering onder hun niveau te laten solliciteren, het bezuinigen op de kinderbijslag en de eenzijdige nadruk op arbeidsparticipatie ten koste van tijd voor gezin, opvoeding en vrijwilligerswerk zijn niet te plaatsen in de bredere visie van het kabinet.

Werk en gezin

Een betaalde baan is niet de enige manier om mee te doen in de maatschappij. Voor maatschappelijke samenhang en betrokkenheid is er méér nodig. Het kabinet legt zichzelf, in tegenstelling tot de sociale partners, de doelstelling op van 80 procent arbeidsparticipatie in 2016. Het doel van 80 procent wordt onderschreven, maar niet al in 2016. Dit is te hoog gegrepen en onhaalbaar, ondanks de goede beleidsmaatregelen die met sociale partners zijn overeengekomen tijdens de Participatietop.

In de kabinetsplannen mist het CNV doelstellingen en maatregelen die mensen helpen om werk en zorgtaken (bijvoorbeeld in het gezin) te combineren. Waar is bijvoorbeeld een uitwerking van de afspraak in het Coalitieakkoord over het fiscaal ondersteunen van informele kinderopvang? Het invoeren van het kindgebondenbudget is sympathiek, maar het is merkwaardig dat uiteindelijk 100 miljoen euro wordt bezuinigd op de kinderbijslag. Het tegelijk gebruik kunnen maken van levensloop en spaarloon (met diverse levensloopdoelen) kan volgens het CNV bijdragen aan een betere balans tussen tijd en geld voor het gezin enerzijds en werk anderzijds. Daarnaast moeten de beide regelingen aantrekkelijker gemaakt worden voor mensen met lagere inkomens. Ook zou er uitbreiding moeten komen van het bevallingsverlof. Maar het kabinet pakt deze urgente wensen van het CNV helaas niet op.

WW-voorstellen

Het CNV is positief over het tot nul terugbrengen van de werknemerspremie voor de WWuitkering. Het CNV vindt al langer dat de WW-premies te hoog zijn omdat er overschotten zijn. Tegelijk worden maatregelen aangekondigd die de recente hervormingen van de afgelopen jaren verder aanscherpen en eerdere afspraken schenden. In de eerste plaats is de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsregeling voor volledig arbeidsongeschikten (IVA) van 70 naar 75 procent plotseling voorzien van de voorwaarde dat de instroom beperkt blijft tot 25.000 mensen. Hierdoor ontstaat voor de betrokken mensen opnieuw onzekerheid over hun inkomen.

Ten tweede wil het kabinet het begrip ‘passend werk’ in de WW verscherpen. Werklozen moeten dan sneller een baan zoeken en accepteren die niet bij hen past. De nieuwe baan past bijvoorbeeld niet bij het vertrouwde salaris, de opleiding, arbeidstijd, arbeidspatroon of contractvorm. Een passende baan weigeren betekent dan minder of geen WW-uitkering.

Hierdoor wordt het karakter van de WW, met in het kielzog de WGA, nogmaals fundamenteel aangetast. Afspraken die onder meer gemaakt zijn in het Centraal Akkoord van 2004 over de positie van mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, komen op de helling te staan. De verzekeringsgedachte van de WW wordt losgelaten. Werknemers zijn zo niet meer verzekerd voor het verlies van hun eigen loon.

Participatiebanen en brugbanen

Het CNV is positief over de intentie van het kabinet om banen te scheppen voor mensen die (tijdelijk) niet instaat zijn om geheel op eigen kracht actief te zijn op de arbeidsmarkt. Het kabinet stelt voor dat mensen met een ‘participatiebaan’ maximaal twee jaar met behoud van de bijstandsuitkering kunnen werken. Het CNV bepleit dat deze mensen zo snel mogelijk (uiterlijk na zes maanden) kunnen werken op basis van een arbeidsovereenkomst met beloning op ten minste minimumloonniveau. Bovendien wordt er terecht door het kabinet gesproken over scholing en een bonus voor deze groep. Maar daar is geen geld (extra) voor begroot. Ook streefcijfers om bijvoorbeeld 50 procent van deze groep binnen een periode van één jaar naar regulier werk te begeleiden ontbreken.

Het UWV kan middelen inzetten om aan werkgevers een tijdelijke loonkostensubsidie te verstrekken. De subsidie is maximaal 50 procent van het wettelijk minimumloon. De 10.000 brugbanen uit het Coalitieakkoord maken hier deel van uit. Voordat de leeftijdsgrens van WAO-herbeoordeelden was verlaagd van 50 naar 45, heeft het CNV berekend dat 30.000 mensen in aanmerking zouden moeten komen voor een brugbaan. Het CNV pleit daarom voor meer brugbanen.

Kenniseconomie

Het kabinet verschuift terecht het accent naar het goedkoper en aantrekkelijker maken van werken. De laatste decennia hebben ons echter geleerd dat het goedkoper maken van arbeid belangrijk is maar nooit dé oplossing kan zijn. Daarom pleit het CNV ook voor maatregelen die het innovatiever en dus ‘slimmer werken’ bevorderen. Recent heeft de Commissie Leraren het advies LEERKRACHT uitgebracht. Het CNV pleit voor een spoedige implementatie van de voorstellen. Dit mag niet ten koste gaan van andere overeengekomen investeringsplannen bijvoorbeeld in het hoger onderwijs.

Het kabinet investeert terecht in het onderwijs. Maar tegelijk komt het kabinet met diverse bezuinigingsvoorstellen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Deze voorstellen liggen het CNV zwaar op de maag. Ze dragen alles behalve bij aan de gewenste verhoging van de kwaliteit van het onderwijs en ze leiden slechts tot hogerem werkdruk.

Voor de realisatie van een echte kenniseconomie is méér nodig. Ook in ‘werkend Nederland’ moet geïnvesteerd worden. Werknemers die gevraagd worden ‘hun leven lang te leren’ mogen verwachten dat er goede fiscale faciliteiten zijn om hun scholingsactiviteiten te stimuleren, zeker als deze zijn gericht op loopbaanontwikkeling.

Een innovatieve overheid

Het kabinet is op onderdelen erg ambitieus, maar – zoals ook bij het onderwijs het geval is – staan de plannen soms haaks op elkaar. Zo wil het kabinet een bezuinigingsslag maken in de rijkssector en vraagt men tegelijkertijd om een verbetering van dienstverlening. In de zorgsector streeft het kabinet naar een uitbreiding van het personeelsbestand met zo’n 6000 tot 7000 plaatsen. Een prima zaak maar niet voldoende om het personeelsprobleem op te lossen. Het kabinet wil aan de ene kant uitbreiding voor de zorgsector maar zegt niet hoe de problemen in de thuiszorg opgelost moeten worden.

Defensie wordt geconfronteerd met grote tekorten. Ook vragen de personele problemen bij de politie om meer middelen. Ten aanzien van marktwerking in het publieke domein is het wenselijk om een heldere beleidslijn te kiezen. Het besluit om het openbaar vervoer alsnog niet uit te besteden in de grote steden geeft aan dat ook het kabinet zoekende is naar het juiste evenwicht.

Het CNV wil dat het kabinet komt met een ‘masterplan overheid’. Daarin moeten de maatregelen in onderlinge samenhang worden bezien. Het gaat hierbij om (a) de verbetering van de dienstverlening door de overheid, (b) de bezuinigingsvoorstellen op het personeel, en (c) de groeiende behoefte aan bekwaam personeel op een krapper wordende arbeidsmarkt.

Een samenhangende en integrale visie geeft de mogelijkheid om in de ‘resterende’ kabinetsperiode tot een inzichtelijke en daarmee vertrouwenwekkende aanpak te komen.

Koopkracht

Verschillende maatregelen van het kabinet hebben gevolgen voor de koopkracht van de werkenden en niet werkenden. Het kabinet heeft vervolgens een aantal maatregelen genomen om koopkrachtverlies te voorkomen. Het kabinet heeft daarbij als uitgangspunt genomen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Het CNV constateert dat er sprake is van een evenwichtig koopkrachtbeeld maar plaatst daar een kanttekening bij. In de koopkrachtplaatjes komt op geen enkele wijze tot uitdrukking dat ‘na het zure nu het zoet komt’. De stijgende ziektekostenpremies spelen hierin een rol. De koopkrachtplaatjes van het kabinet, waarbij amper sprake is van koopkrachtbehoud, ‘kloppen’ als er voor het komende jaar een gemiddelde loonsverhoging van 3,25 procent wordt gerealiseerd. Die benadering legt op voorhand een druk op het cao-overleg.

Topinkomens

Een trendbreuk is waarneembaar als het gaat om de aanpak van topinkomens. Eindelijk is er een kabinet dat met voorstellen komt. Nu vanuit coalitiepartners is aangegeven dat de voorgestelde plannen slechts een eerste stap zijn, wil het CNV graag met het kabinet overleggen hoe de voorgestelde maatregelen – aanpassing huurwaardeforfait en aftopping van de aftrekbaarheid van pensioenpremies – passen in het langere termijn beleid en of er naast (of in plaats van) deze voorstellen ook andere opties gewenst zijn.

Milieu en mobiliteit

Het kabinet wil duidelijk via belastingmaatregelen vergroenen. Het CNV staat in hoofdlijnen achter deze maatregelen. Zeker hier stelt het CNV de vraag hoe deze maatregelen bijdragen aan de doelstellingen van mobiliteit en duurzaamheid. Zeker omdat alternatieven (trein of meer telewerk) niet een volledige oplossing kunnen geven. Ook de maatregel voor invoering van de vliegbelasting, een maatregel die het CNV al eerder heeft bepleit, wekt in de uitvoering wat bevreemding. Vooral vliegverkeer op korte afstanden moet worden beperkt.

Het was dan ook logischer geweest deze belasting hoger te laten zijn dan vliegverkeer op de lange afstand. En ook is het logischer om te pleiten voor Europese afspraken ten behoeve van een eerlijke concurrentie op prijs (‘level playing field’).

Vervolg

Dit is een CNV-reactie op hoofdlijnen die verder uitgewerkt wordt op onderdelen. Het CNV zal bij de behandeling van de begroting van de ministeries verdere alternatieven en suggesties aandragen om ook in de uitwerking de positieve maatschappelijke doelstellingen (pijlers) van het kabinet te versterken.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Hout- en Bouwbond CNV