Kamerbrief over Tarieven vervoerbewijzen 2008

Den Haag – Op 30 augustus 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over de verhoging van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen in 2008.

Hieronder leest u de volledig brief br.5994 Tarieven nationale vervoerbewijzen 2008. Kamerstuk | 2007-08-30.

Geachte voorzitter,

Tijdens een Algemeen Overleg op donderdag 5 juli 2007 heb ik uw Kamer toegezegd dat ik de vaststelling van de verhoging van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen met 3,1% voor 2008(1) zou heroverwegen. Ik heb de argumenten die tijdens dit overleg zijn ingebracht hierin meegewogen. Bovendien zal ik in deze brief, op verzoek van uw Kamer, ingaan op het bereiken van de beoogde vervoergroei in het regionale openbaar vervoer.

Mijn beleid is er op gericht de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer te verbeteren en daarmee het gebruik er van te laten toenemen. Daarin past een besluit om de tarieven zo weinig mogelijk te verhogen. Tegelijkertijd stijgen de kosten onder meer als gevolg van de gestegen lonen. Ik heb daarom een afweging gemaakt en daarbij rekening gehouden met de opmerkingen uit het overleg. Ik heb besloten de tariefsverhoging te matigen en de tarieven van de nationale vervoerbewijzen met ingang van 1 januari 2008 te verhogen met 2,5%. Dit percentage komt overeen met de kostenontwikkeling. Hierdoor is het voor de verantwoordelijke decentrale overheden en de OV-bedrijven mogelijk om het aanbod in stand te houden en daarmee het product openbaar vervoer op peil te houden. Een lager percentage acht ik daarom niet verantwoord.

Met de maatregelen die er daarnaast zijn genomen, kan de door het kabinet beoogde vervoergroei worden bereikt. Ik noem u een aantal maatregelen:

  • 1. Het kabinet heeft voor het spoor een ambitie van 5% jaarlijkse groei in reizigerskilometers (aantal reizigers x gereisde afstand) uitgesproken. Om deze ambitie te verwezenlijken, zal enerzijds het gebruik van het regionaal openbaar vervoer gestimuleerd moeten worden. Anderzijds zal de verwachte jaarlijkse groei van het spoorvervoer het gebruik van het regionaal openbaar vervoer sowieso stimuleren, omdat een deel van de treinreizigers het regionaal OV als voor- en/of natransport gebruikt;
  • 2. De aanbestedingen in het regionale openbaar vervoer die tot op heden hebben plaatsgevonden leiden tot een groei van het openbaar vervoer. Zo is bij de ZuidTangent sinds de start in 2002 een reizigersgroei van 25 tot 30% gerealiseerd. De Stadsdienst Maxx in Almere groeit jaarlijks met ongeveer 10%. Bij de aanbestedingen worden veel offertes uitgebracht met daarin een vervoergroei (bijvoorbeeld Amstelland-Meerlanden met een geprognostiseerde groei van 60% in de periode 2007 – 2015);
  • 3. De projecten voor gratis en goedkoper openbaar vervoer, die thans zijn gestart, leiden tot meer gebruik van het openbaar vervoer;
  • 4. Verbetering van de reisinformatie zoals de multimodale reisinformatie van 9292 zal meer reizigers wijzen op de mogelijkheden die het openbaar vervoer kan bieden als alternatief voor de auto op drukke routes;
  • 5. Acties in nieuwe woonwijken, zoals in de regio Waterland, waar nieuwe bewoners in het kader van het project Fileproof een gratis abonnement krijgen om het openbaar vervoer te proberen;
  • 6. Het groeiende gebruik genereert extra inkomsten die aangewend kunnen worden om het aanbod, en daarmee het gebruik, nog verder te stimuleren;

Met het vorenstaande zet het kabinet in op een duidelijke kwaliteitsslag voor het gehele OV. Dat zal leiden tot een positieve spiraal in de ontwikkeling van de reizigersomvang in het regionale openbaar vervoer van minimaal 2,1%. Het kabinet verwacht dat deze groeicijfers, als gevolg van het versterkende effect van de genomen maatregelen, nog hoger kunnen uitvallen.

Wellicht ten overvloede wijs ik u er op dat ik contractueel verplicht ben de tarieven van de nationale vervoerbewijzen uiterlijk 15 september 2007 vast te stellen.

Naar ik aanneem heb ik u hiermee voldoende geïnformeerd.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT
mw. J.C. Huizinga-Heringa

br.5994 bijlage Tarieven nationale vervoerbewijzen 2008. Bijlage | 2007-08-30.

Kamerbrief over Tarieven vervoerbewijzen 2008 | Infrasite

Kamerbrief over Tarieven vervoerbewijzen 2008

Den Haag – Op 30 augustus 2007 heeft staatssecretaris mw. J.C. Huizinga-Heringa van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over de verhoging van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen in 2008.

Hieronder leest u de volledig brief br.5994 Tarieven nationale vervoerbewijzen 2008. Kamerstuk | 2007-08-30.

Geachte voorzitter,

Tijdens een Algemeen Overleg op donderdag 5 juli 2007 heb ik uw Kamer toegezegd dat ik de vaststelling van de verhoging van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen met 3,1% voor 2008(1) zou heroverwegen. Ik heb de argumenten die tijdens dit overleg zijn ingebracht hierin meegewogen. Bovendien zal ik in deze brief, op verzoek van uw Kamer, ingaan op het bereiken van de beoogde vervoergroei in het regionale openbaar vervoer.

Mijn beleid is er op gericht de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer te verbeteren en daarmee het gebruik er van te laten toenemen. Daarin past een besluit om de tarieven zo weinig mogelijk te verhogen. Tegelijkertijd stijgen de kosten onder meer als gevolg van de gestegen lonen. Ik heb daarom een afweging gemaakt en daarbij rekening gehouden met de opmerkingen uit het overleg. Ik heb besloten de tariefsverhoging te matigen en de tarieven van de nationale vervoerbewijzen met ingang van 1 januari 2008 te verhogen met 2,5%. Dit percentage komt overeen met de kostenontwikkeling. Hierdoor is het voor de verantwoordelijke decentrale overheden en de OV-bedrijven mogelijk om het aanbod in stand te houden en daarmee het product openbaar vervoer op peil te houden. Een lager percentage acht ik daarom niet verantwoord.

Met de maatregelen die er daarnaast zijn genomen, kan de door het kabinet beoogde vervoergroei worden bereikt. Ik noem u een aantal maatregelen:

  • 1. Het kabinet heeft voor het spoor een ambitie van 5% jaarlijkse groei in reizigerskilometers (aantal reizigers x gereisde afstand) uitgesproken. Om deze ambitie te verwezenlijken, zal enerzijds het gebruik van het regionaal openbaar vervoer gestimuleerd moeten worden. Anderzijds zal de verwachte jaarlijkse groei van het spoorvervoer het gebruik van het regionaal openbaar vervoer sowieso stimuleren, omdat een deel van de treinreizigers het regionaal OV als voor- en/of natransport gebruikt;
  • 2. De aanbestedingen in het regionale openbaar vervoer die tot op heden hebben plaatsgevonden leiden tot een groei van het openbaar vervoer. Zo is bij de ZuidTangent sinds de start in 2002 een reizigersgroei van 25 tot 30% gerealiseerd. De Stadsdienst Maxx in Almere groeit jaarlijks met ongeveer 10%. Bij de aanbestedingen worden veel offertes uitgebracht met daarin een vervoergroei (bijvoorbeeld Amstelland-Meerlanden met een geprognostiseerde groei van 60% in de periode 2007 – 2015);
  • 3. De projecten voor gratis en goedkoper openbaar vervoer, die thans zijn gestart, leiden tot meer gebruik van het openbaar vervoer;
  • 4. Verbetering van de reisinformatie zoals de multimodale reisinformatie van 9292 zal meer reizigers wijzen op de mogelijkheden die het openbaar vervoer kan bieden als alternatief voor de auto op drukke routes;
  • 5. Acties in nieuwe woonwijken, zoals in de regio Waterland, waar nieuwe bewoners in het kader van het project Fileproof een gratis abonnement krijgen om het openbaar vervoer te proberen;
  • 6. Het groeiende gebruik genereert extra inkomsten die aangewend kunnen worden om het aanbod, en daarmee het gebruik, nog verder te stimuleren;

Met het vorenstaande zet het kabinet in op een duidelijke kwaliteitsslag voor het gehele OV. Dat zal leiden tot een positieve spiraal in de ontwikkeling van de reizigersomvang in het regionale openbaar vervoer van minimaal 2,1%. Het kabinet verwacht dat deze groeicijfers, als gevolg van het versterkende effect van de genomen maatregelen, nog hoger kunnen uitvallen.

Wellicht ten overvloede wijs ik u er op dat ik contractueel verplicht ben de tarieven van de nationale vervoerbewijzen uiterlijk 15 september 2007 vast te stellen.

Naar ik aanneem heb ik u hiermee voldoende geïnformeerd.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT
mw. J.C. Huizinga-Heringa

br.5994 bijlage Tarieven nationale vervoerbewijzen 2008. Bijlage | 2007-08-30.