Symposium Vervoersgedrag beinvloeden met geld

4 oktober 2007: IPR – DHV-symposium: "Vervoersgedrag beïnvloeden met geld"

IJsselstein – Beïnvloeding van het mobiliteitsgedrag met geld zou moeten leiden tot minder drukte, betere benutting van de infrastructuur, een optimale keuze van het vervoermiddel, een betere kwaliteit van de leefomgevings en een betere bereikbaarheid. Het doel van het symposium is, te verkennen welke effecten, vanuit een breder kader bezien, in de toekomst te verwachten zijn van dit financiële instrumentarium, en hoe toepassing geoptimaliseerd kan worden om het doel te bereiken. Het resultaat van het symposium moet de discussies rond ‘rekeningrijden’ in een breder kader plaatsen waardoor keuzes helder en samenhangend gemaakt kunnen worden.

Voorlopig programma

  • 1 Opening met een inleiding over DHV en over het symposium (probleemschets en beoogd resultaat);
  • 2 Inleidingen: de probleemstelling, praktijkervaringen en ideeën tot nu, niet alleen vanuit de weg- en railsector, maar ook bij andere modaliteiten, de noodzaak en de mogelijkheden van gedragbeïnvloeding;
  • 3 Het schetsen van een ‘pad’ in de tijd van de verschillende maatregelen en hun onderlinge samenhang;
  • 4 Een plenaire discussie;
  • 5 "Open podium" (tussentijds); tijd voor 5 5-minuten-sprekers met een vrij onderwerp;
  • 6 In de pauzes zijn er "info-points" voor mensen/organisaties die een idee willen laten zien.

Opgeven voor het open podium en/of info-point via info@innovatieplatformrail.nl

Vervoersgedrag beïnvloeden met geld; toelichting op het thema
Samen willen we de mobiliteit in stand houden en tegelijk de negatieve neveneffecten minimaliseren. Daarvoor is het nodig om het gedrag van de “mobiliteitsconsument”, dat wil zeggen de weggebruiker, de vervoerder, de reiziger, aan te passen. Om die consument zover te krijgen, worden soms drastische maatregelen toegepast, zoals gebruiksverboden of gebruiksbeperkingen.

Voorbeeld: de routering gevaarlijke stoffen zorgt ervoor, dat gevaarlijke stoffen door Nederland vervoerd kunnen worden zonder dat er onaanvaardbare veiligheidsrisico’s voor de omgeving ontstaan.

Ander voorbeeld: als de capaciteit van een autosnelweg onvoldoende is, laten we bewust files ontstaan, om daarmee te bewerkstelligen dat mensen op een ander tijdstip van die autosnelweg gebruik gaan maken, waarmee de beschikbare capaciteit beter benut wordt.

Gedragsbeïnvloeding is zoals bekend een kwestie van belonen of straffen. Een passend en geaccepteerd middel om te belonen en te straffen is geld. Via de financiële dimensie wordt de stimulans gecreëerd om gedrag aan te passen.

Voorbeeld: wie sneller rijdt dan de maximumsnelheid loopt het risico op een bekeuring. Voorwaarde voor dat systeem van straffen is, dat de overtreding ook daadwerkelijk wordt waargenomen. Doel is, dat de weggebruikers zich aan de maximumsnelheid houden.

Ander voorbeeld: door de London Congestion Charge moeten automobilisten een aanzienlijk bedrag betalen om in de binnenstad van Londen per auto binnen te komen. Doel is, om het aantal vervoersbewegingen per particuliere auto te verminderen en het collectief vervoer te stimuleren en daarmee de binnenstad bereikbaar en leefbaar te houden.

De partijen die in de mobiliteit van belang zijn (de overheid, de infrabeheerder, de vervoerder, de reiziger, de voertuigeigenaar) hebben veelal contractuele en financiële relaties met elkaar. Door ingrepen in de randvoorwaarden van die financiële relaties ontstaan prikkels tot gedragsverandering. In het symposium van 4 oktober 2007 willen we, aan de hand van voorbeelden uit de praktijk van verschillende vervoerssystemen, de mogelijkheden en kansen, maar ook de beperkingen van zulke prikkels verkennen. Doel is om van elkaars ervaringen te leren om zodoende het concept van “vervoersgedrag beïnvloeden met geld” effectiever en misschien vaker te kunnen inzetten.