Informatie over grote projecten wordt niet goed gebruikt

Nut en noodzaak van nieuwe projecten en wijzigingen in lopende projecten niet altijd evenwichtig en op tijd gepresenteerd

In de politieke discussie over grote beleidsprojecten wordt niet alle relevante informatie over nut, noodzaak, uitvoering en resultaten van deze projecten gebruikt. De daarvoor vereiste informatie is bij zes onderzochte grote projecten doorgaans wel op de departementen beschikbaar. De manier waarop zij wordt gepresenteerd is echter niet altijd evenwichtig. Ook komt de informatie soms te laat. Daarnaast is het door de onduidelijke manier waarop de doelen van grote projecten zijn geformuleerd vaak moeilijk te bepalen of een lopend project nog op koers ligt of dat een afgerond project succesvol is geweest. De Tweede Kamer heeft deze informatie nodig om haar controlerende taak goed te kunnen uitvoeren. Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in het rapport Staat van de beleidsinformatie 2007, dat op 16 mei 2007 is gepubliceerd.

Het rapport Staat van de beleidsinformatie 2007 spitst zich toe op de beleidsinformatie die beschikbaar is over zes zogenoemde grote projecten. De onderzochte projecten zijn: ‘Ruimte voor de rivier’, ‘Mainportontwikkeling Rotterdam’, ‘Maaswerken’, ‘Vervanging pantservoertuigen’, ‘ICT in het onderwijs’ en ‘Groepsgrootte en kwaliteit basisonderwijs’. We zijn nagegaan of de Tweede Kamer voldoende gegevens van de betrokken minister ontvangt over nut en noodzaak, voortgang en resultaten van deze zes projecten, om haar controlerende taak naar behoren te kunnen uitoefenen.

Informatie over nut en noodzaak project vaak onevenwichtig
De informatie die een minister naar de Tweede Kamer stuurt bij aanvang van een groot beleidsproject moet álle relevante informatie bevatten – niet alleen de gegevens die aansluiten bij de wens van de minister of de Tweede Kamer.

Een voorbeeld van het niet goed voeren van de discussie over het nut en de noodzaak van een project heeft zich voorgedaan bij het project ‘Groepsgrootte en kwaliteit basisonderwijs’. In de rapportages die de minister van OCW over dit project naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, was niet opgenomen dat kleinere klassen pas positief effect op de leerprestaties van kinderen hebben als het maximale aantal leerlingen per groep aanzienlijk lager zou zijn dan het aantal waar de minister op inzette.

Iets soortgelijks heeft zich voorgedaan bij het het project ‘Mainportontwikkeling Rotterdam’. Bij de onderbouwing die de Tweede Kamer ontving over de omvang de van de tweede Maasvlakte werd uitgegaan van 1.000 hectare. Hoewel een rapport van het Centraal Planbureau wel werd aangehaald in de rapportage van de minister, was de lagere raming van de benodigde oppervlakte die het Centraal Planbureau berekend had, niet opgenomen in de informatie aan de Tweede Kamer.

Informatie gepresenteerd als voldongen feit
Ministers moeten zowel bij de start als tijdens de uitvoering van een project expliciet maken aan de Tweede Kamer wat de status is van de uitgangspunten waarmee gewerkt wordt.

Een voorbeeld van waar dat laatste minder goed is gegaan, is de informatievoorziening over de onderbouwing van het project ‘Ruimte voor de rivier’. Bij de start van dit project stelde de minister van VenW dat het kabinet met het oog op toekomstverwachtingen rekening wilde houden met een hogere waterstand dan de wet voorschrijft en dat de grenzen van traditionele oplossingen om te voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen waren bereikt. Beide uitgangspunten werden gepresenteerd als feiten, maar eigenlijk waren het, zoals de minister later ook erkende, beleidskeuzes.

Doelen moeten scherper worden geformuleerd
De beleidsdoelen van grote projecten zijn vaak niet nauwkeurig geformuleerd. Zoiets wreekt zich tijdens de uitvoering, omdat dan niet is aan te geven of men nog wel op koers ligt. Het leidt er ook toe dat achteraf niet is vast te stellen of de gewenste doelen zijn gehaald. Een voorbeeld vormt het grote project ‘ICT in het onderwijs’. De doelstellingen van dit project waren geformuleerd in algemene, moeilijk toetsbare termen als “een voorsprong op de ons omringende landen in doeltreffend gebruik van ICT realiseren” en “een volledige integratie van ICT in het onderwijs bereiken”. Hoewel de minister van OCW de doelstellingen gaandeweg aan nieuwe inzichten aanpaste, werden ze niet duidelijker. Hierdoor heeft de minister geen goede informatie kunnen verstrekken over de voortgang van het project.

Informatie over voortgang projecten doorgaans goed
Als de Tweede Kamer groen licht geeft voor grote projecten, is dat vaak op basis van voorlopige ramingen. De Kamer gaat er daarbij van uit dat zij ingelicht wordt als er kostenoverschrijdingen aankomen of als de planning in gevaar komt.

Een voorbeeld waar dit goed is gedaan is het project `Maaswerken’. Dat er soms nog wel verbetering mogelijk is, illustreert het project ‘Vervanging pantservoertuigen’. De Tweede Kamer is op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in het totale budget, maar daarbij is ten onrechte niet expliciet gemeld dat de pantservoertuigen per stuk veel duurder (een kostenstijging van 47,5%) zullen zijn dan in het begin werd gedacht.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Algemene Rekenkamer