EIB Bouwconjunctuur februari 2007

Stemming onder bouwbedrijven onveranderd positief

Amsterdam – Eind februari 2007 zijn de bouwbedrijven evenals voorgaande maanden positief in hun oordeel over de bouwconjunctuur. Een kwart van de bedrijven beoordeelt de hoeveelheid werk als groot voor de tijd van het jaar terwijl 9% dit als klein bestempelt. In de utiliteitsbouw is men echter iets minder positief; hier vindt 19% de werkvoorraad groot tegenover 16% dat deze als klein beoordeelt.

Dit constateert het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de conjunctuurmeting over de maand februari 2007.

Ongeveer 16% van de bedrijven geeft aan dat het natte weer in februari voor de grootste hinder zorgde bij de voortgang van de werkzaamheden. In de wegenbouw geldt dit zelfs voor één derde van de bedrijven. Ten opzichte van vorige maand is het aandeel bedrijven dat een personeelstekort heeft in de burgerlijke- en utiliteitsbouw gestegen van 6 naar 8%. In de grond-, water en wegenbouw is dit aandeel in vergelijking met een maand eerder echter gedaald (van 9 naar 2%).

Een kwart van de bedrijven in de b&u verwacht eind februari 2007 dat de komende maanden meer personeel in dienst genomen zal worden. Slechts 2% van de bedrijven in deze sector denkt dat het personeelsbestand zal slinken. In de gww verwacht 19% van de bedrijven een groei van het aantal personeelsleden terwijl geen enkel bedrijf verwacht personeel te moeten laten gaan.

Ruim 60% van de b&u-bedrijven denkt dat de afzetprijzen in de komende periode zullen stijgen. Er zijn in deze sector geen bedrijven die een daling van de prijzen voorspellen. In de gww voorspelt 41% van de bedrijven een prijsstijging. Ook hier zijn er amper bedrijven te vinden die een daling van de prijzen verwachten; alleen in de wegenbouw verwacht 1% van de bedrijven een prijsdaling.

De omvang van de orderportefeuille in de bouwnijverheid is eind februari 2007 met 0,2 maand afgenomen tot 8,1 maanden. Deze afname werd veroorzaakt door een inkrimping van de orderportefeuilles in zowel de b&u als de gww. Uit figuur 1 blijkt dat de omvang van de orderportefeuille in de b&u met 0,2 maand afnam tot 8,5 maanden. In de gww slonk de omvang van de orderportefeuille met 0,3 maand tot 6,7 maanden.

Deze gegevens blijken uit de conjunctuurmeting in de bouwnijverheid van februari 2007 van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Deze meting wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. Aan de conjunctuurmeting verlenen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden hun medewerking.