EC: Hoogste boete ooit voor kartel liften, roltrappen

IP/07/209
Mededinging: de Commissie legt deelnemers aan kartel op het gebied van liften en roltrappen geldboeten op van ruim 990 miljoen euro

Brussel, België – De Europese Commissie heeft de concerns Otis, KONE, Schindler en ThyssenKrupp boeten opgelegd van 992 miljoen euro voor hun deelname aan kartel inzake de installatie en het onderhoud van liften en roltrappen in België, Duitsland, Luxemburg en Nederland, deze kartels vormden een duidelijke schending van de regels van het EG-Verdrag op grond waarvan beperkende ondernemerspraktijken verboden zijn (artikel 81). In de beschikking worden 17 dochterondernemingen van de bovengenoemde concerns genoemd, evenals Mitsubishi Elevator Europe B.V. dat aan het Nederlandse kartel deelnam. Liften en roltrappen nemen een belangrijke plaats in in het moderne stadsleven – Otis raamt dat het equivalent van de gehele wereldbevolking elke negen dagen gebruik maakt van zijn liften, roltrappen en rolpaden. Bedoelde ondernemingen maakten zich, tenminste van 1995 tot 2004 schuldig aan het knoeien met offertes voor opdrachten, het vaststellen van prijzen en de onderlinge verdeling van projecten, het verdelen van markten en het uitwisselen van commercieel belangrijke en vertrouwelijke informatie. De gevolgen van deze kartels kunnen nog 20 tot 50 jaar doorwerken omdat het onderhoud dikwijls wordt verzorgd door de ondernemingen die de uitrusting hebben geïnstalleerd; door een kartel met betrekking tot de installatie van uitrusting op te zetten verstoorden de ondernemingen de markten voor vele jaren. Aan de dochterondernemingen van KONE werd op grond van de clementieregeling van de Commissie volledige immuniteit tegen geldboeten verleend met betrekking tot de kartels in België en Luxemburg, omdat zij als eersten informatie over deze kartels verstrekten. Ook Otis Nederland heeft volledige immuniteit verkregen met betrekking tot het Nederlandse kartel. De geldboeten die aan de ondernemingen van ThyssenKrupp werden opgelegd werden met 50% verhoogd omdat deze onderneming een recidivist is. Dit zijn de hoogste boetes die ooit door de Commissie voor kartelovertredingen zijn opgelegd.

Neelie Kroes, lid van de Commissie voor Concurrentie, verklaarde: "Het is schandalig dat de bouw- en onderhoudskosten van gebouwen, inclusief ziekenhuizen, door deze kartels kunstmatig zijn verhoogd. De bestuursleden van deze ondernemingen op nationaal niveau wisten dat het verkeerd was wat zij deden, maar zij probeerden hun praktijken geheim te houden en gingen er hoe dan ook mee door. De schade die deze kartels hebben veroorzaakt zal nog vele jaren doorwerken omdat de kartels niet alleen betrekking had op de aanvankelijke levering maar ook op het daaropvolgende onderhoud van liften en roltrappen – daarom moet deze boete de ondernemingen net zo lang heugen."

De Commissie heeft het onderzoek op eigen initiatief gestart op basis van informatie die onder haar aandacht werd gebracht. Hierop werden in januari 2004 onaangekondigde inspecties gehouden in de lokalen van lift- en roltrappenproducenten in heel Europa. In reactie op deze inspecties dienden veel ondernemingen verzoeken in om immuniteit tegen geldboeten of om een vermindering van geldboeten ingevolge de clementieregeling van de Commissie van 2002 (zie IP/02/247 en MEMO/02/23 ).

De kartels
Uit het tijdens de inspecties aangetroffen materiaal blijkt dat de ondernemingen deelnamen aan onwettige kartels in België, Duitsland, Luxemburg en Nederland. Dit werd bevestigd door talrijke documenten en verklaringen van de indieners van clementieverzoeken.

De ondernemingen verdeelden aanbestedingen en andere contracten voor de verkoop, de installatie, het onderhoud en de modernisering van liften en roltrappen met het doel marktaandelen te bevriezen en prijzen vast te stellen. Tevens werden bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke informatie over biedgedrag en prijzen tussen de deelnemers aan de kartels uitgewisseld. Tot de projecten waarbij van fraude sprake was behoorden projecten voor liften en roltrappen voor ziekenhuizen, stations, winkelcentra en kantoorgebouwen.

De verdeling van projecten gebeurde in alle vier de lidstaten op dezelfde wijze. De ondernemingen lichtten elkaar in over aanbestedingen en coördineerden hun offertes overeenkomstig vooraf overeengekomen quota’s. Er werden door de ondernemingen die niet geacht werden de opdracht in de wacht te slepen, nepoffertes ingediend die te hoog waren om te worden aanvaard om de indruk te wekken dat er van daadwerkelijke mededinging sprake was. De ondernemingen hielden bijgewerkte projectlijsten bij voor België, Duitsland en Luxemburg en wisselden deze onderling uit. In Duitsland en Nederland werd dikwijls overeengekomen dat de onderneming die langdurige of goede contacten had met een bepaalde klant de meeste contracten met die klant moest krijgen; dit werd door de ondernemingen het beginsel van de "bestaande klant" genoemd.

In alle vier de kartels namen leidinggevende personen (zoals managing directors, sales en services directors en het hoofd van klantenafdelingen) deel aan regelmatige bijeenkomsten en discussies. Er zijn bewijzen dat de ondernemingen wisten dat hun gedrag onwettig was en zij voorzorgsmaatregelen namen om ontdekking te voorkomen; zij ontmoetten elkaar gewoonlijk in bars en restaurants, zij reisden naar het platteland of zelfs naar het buitenland, en zij gebruikten pre-paid telefoonkaarten om opsporing te voorkomen.

In hun antwoord op de mededeling van punten van bezwaar van de Commissie betwistten de ondernemingen de door de Commissie vastgestelde feiten niet, en geen van hen verzocht om een hoorzitting.

Geldboeten
Deze gedragingen vormen een zeer ernstige inbreuk op de antitrustregels van het EG-Verdrag. In de geldboeten komt de omvang van de productmarkten, de duur van de kartels en de omvang van de betrokken ondernemingen tot uiting. De boeten voor de relevante ondernemingen van ThyssenKrupp werden met 50% verhoogd, omdat deze onderneming recidiveert.

De Commissie heeft de gewoonte haar beschikkingen aan alle rechtspersonen te richten die voor het onwettige gedrag verantwoordelijk zijn. Volgens vaste rechtspraak maken, indien de moederonderneming binnen een concern beslissende invloed uitoefent op het commerciële gedrag van haar dochteronderneming, beiden deel uit van dezelfde economische entiteit. Verondersteld kan worden dat een moederonderneming beslissende invloed uitoefent op haar volledige dochteronderneming. De wettelijke aansprakelijkheid voor de inbreuk en de ermee samenhangende boete kunnen zowel aan de dochteronderneming worden toegekend die daadwerkelijk aan het kartel heeft deelgenomen als aan de moederonderneming of -ondernemingen die een beslissende invloed uitoefenden op het commerciële gedrag van die dochteronderneming in de betrokken periode.

Door de Commissie opgelegde boeten en toegekende verminderingen kunt u vinden op
ec.europa.eu

Schadeclaims
Personen of ondernemingen die schade hebben ondervonden van de concurrentieverstorende praktijken zoals in deze zaak omschreven, kunnen bij de nationale rechter een verzoek tot schadevergoeding indienen, waarbij zij de gegevens van de gepubliceerde beschikking als bewijs kunnen aanvoeren dat deze praktijken hebben plaatsgevonden en dat zij onwettig waren. Zelfs indien de Commissie de betrokken ondernemingen geldboeten heeft opgelegd, kan toch schadevergoeding worden toegekend zonder dat deze hoeft te worden verlaagd omdat de Commissie al een geldboete heeft opgelegd. Er is een Groenboek over private handhaving gepubliceerd (zie
IP/05/1634 en
MEMO/05/489 ).

Voor nadere informatie over het optreden van de Commissie tegen kartels, zie MEMO/07/70

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Europese Commissie