Verkenning kustuitbreiding Scheveningen-HvH gereed

Den Haag – Op 16 februari 2007 heeft staatssecretaris Schultz van Haegen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over de verkenning kustuitbreiding Scheveningen-Hoek van Holland.

Hieronder leest u de volledig brief br.144 verkenning kustuitbreiding Scheveningen-Hoek van Holland; afrondende rapportage | Kamerstuk | 2007-02-16.

Geachte voorzitter,

Bij de Begrotingsbehandeling Verkeer en Waterstaat 2004 heeft uw Kamer de regering in de motie 29200 XII nr. 53 (verder te noemen Motie Geluk) gevraagd een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden voor kustuitbreiding tussen Scheveningen en Hoek van Holland. Over de tussentijdse resultaten van deze verkenningen hebben wij u geïnformeerd bij brieven van 21 januari 2005 (Kamerstuk 29800 XII, nr 55) en van 11 mei 2006 (Kamerstuk 30300 XII, nr 49). In deze brief informeren wij u over de eindresultaten van de verkenning.

Allereerst wordt samengevat geschetst wat de belangrijkste conclusies zijn van de tussentijdse resultaten met betrekking tot de financiële haalbaarheid en het maatschappelijk draagvlak, zoals eerder aan u gerapporteerd in de genoemde brieven.

Daarna volgt een uitgebreidere toelichting op de resultaten van de na mei 2006 uitgevoerde verdere verkenning. Het gaat daarbij om de grote behoefte aan de ruimte voor natuur ten behoeve van recreatie in de Zuidvleugel en de mogelijke bijdrage die een kustuitbreiding zou kunnen hebben bij het oplossen van het tekort. In het bijzonder is gekeken naar de kosten van recreatieruimte in een kustuitbreiding ten opzichte van het creëren van nieuwe recreatiemogelijkheden elders in de Zuidvleugel.

Tot slot geven we aan dat het resultaat van deze verkenning naar mogelijkheden voor kustuitbreiding tussen Scheveningen en Hoek van Holland een belangrijke bouwsteen vormt voor het vervolgtraject waarin de provincie Zuid-Holland de haalbaarheid van kustontwikkeling verder uitwerkt, in samenwerking met onder meer de meest betrokken departementen, gemeenten en het hoogheemraadschap.

De gehele verkenning is in nauwe samenwerking met het college van GS van de provincie Zuid-Holland uitgevoerd. De inhoud van deze brief wordt ook door GS onderschreven.

Bevindingen in het eerste deel van de verkenning (tot mei 2006)
De belangrijkste eerdere conclusies van de verkenning waren:

  • Kustuitbreiding zonder Rijksbijdrage, op basis van een PPS-constructie is alleen financieel haalbaar onder een aantal voorwaarden. De belangrijkste kostendrager zal moeten bestaan uit woningbouw (Kamerstuk 29800 XII, 55);
  • Een belangrijke voorwaarde waaronder financiering vanuit woningbouw mogelijk zou zijn, is dat er sterke beperkingen zouden moeten gelden op andere woningbouwprojecten in de regio. Deze voorwaarde is te zwaar om maatschappelijk draagvlak te verkrijgen (Kamerstuk 30300 XII, 49);
  • Een kustuitbreiding bij Delfland, aanvullend op de versterking van de zwakke schakel, zoals voor de komende jaren voorzien, is voor de kustveiligheid niet noodzakelijk. Maatschappelijk draagvlak en nut en noodzaak zullen gezocht moeten worden in een inrichting van de kustuitbreiding ten behoeve van ruimte voor natuur, recreatie en toerisme (Kamerstuk 30300 XII, 49). Uiteraard zal e.e.a. ook geplaatst moeten worden in het licht van verwachte klimaatverandering op de lange termijn.

Resultaten van de onderzoeken in het tweede deel van de verkenning (na mei 2006)
Nadat was vastgesteld dat draagvlak en nut en noodzaak gezocht moeten worden in nieuwe recreatiemogelijkheden voor de Zuidvleugel (Kamerstuk 30300 XII, 49) is vervolgens onderzocht wat het tekort is aan recreatiemogelijkheden in de Zuidvleugel. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Stichting Recreatie (2006). Concreet is onderzocht wat de tekorten zijn voor fietsen en wandelen, zonnen en zwemmen, en golfen in de Zuidvleugel. Uit deze analyses blijkt dat er een tekort is van 37000 ha aan recreatief groen in grote delen van de Zuidvleugel, naast de groenprojecten die al gepland zijn en waarvoor de financiële dekking is geregeld. De conclusies voor de Delflandse kust zijn:

  • er is nabij de Delflandse kust behoefte aan circa 6000 ha extra recreatief groen;
  • er is markt voor een golfbaan nabij de Delflandse kust.

De rapportage van de Stichting Recreatie is als bijlage bij deze brief gevoegd.

Daarnaast is de Delflandse kust in een benchmarkstudie (Bureau Must, 2006) vergeleken met andere verstedelijkte kusten in de wereld (te weten Stockholm, Kopenhagen, Liverpool, Marseille en Barcelona). De conclusie van deze studie is dat de Delflandse kust moeilijk bereikbaar is en onvoldoende een rol speelt voor de Zuidvleugel. Als het gewenst is dat de Delflandse kust wél een bijdrage levert aan het verbeteren van het woon- en investeringsklimaat in de Zuidvleugel dan zal actieve sturing op het gewenste programma, inrichting en ontsluiting noodzakelijk zijn.

De conclusie van het onderzoek door de Stichting Recreatie is dat het recreatietekort in de Zuidvleugel in de orde van 37 000 ha ligt. Dat is een zo groot tekort dat het niet realistisch is te veronderstellen dat dat tekort in zijn geheel opgelost kan worden.

Ter vergelijking: de nu geplande en financieel gedekte groenprojecten in de Zuidvleugel beslaan samen ruim 10 000 ha in een Zuidvleugel die ruim 160 000 ha groot is. Het is duidelijk geworden dat er een grote behoefte is aan extra ruimte voor de recreatie.
Het recreatietekort kan op verschillende manieren en op verschillende plaatsen worden teruggebracht. Om de effectiviteit van investeren in een uitbreiding van de Delflandse kust te kunnen vergelijken met andere gebieden in de Zuidvleugel, zijn vier gebieden geselecteerd waar ook door een recreatieve herinrichting en ontsluiting een deel van het recreatietekort van de Zuidvleugel weggewerkt kan worden. Het betreft de gebieden Vlietland (nabij Voorschoten), omgeving Zuidplaspolder, Midden Delfland, IJsselmonde / Hoekse Waard (zie bijlage kaart). Globaal is per voorbeeldgebied uitgegaan van 1000 ha nieuw recreatiegebied.

Door het Bureau Witteveen+Bos is onderzocht wat de kosteneffectiviteit is voor de vijf voorbeeldgebieden. De resultaten zijn beschreven in het rapport Kosteneffectiviteits-analyse Recreatie Zuidvleugel. Het rapport is eveneens als bijlage bij deze brief gevoegd.

De gebieden zijn vergeleken op de grootte van het recreatietekort (in dagtochten), kosten van inrichting en beheer en kosten per toegevoegde recreatiemogelijkheden. Uit deze studie blijkt dat de verschillen tussen de gekozen alternatieven op al deze aspecten groot zijn:

  • Het realiseren van extra recreatie in de gebieden IJsselmonde / Hoekse Waard en Midden Delfland kost respectievelijk 2,9 en 3,8 euro per toegevoegde recreatiemogelijkheid. Dit kost voor Vlietland 17,2 euro. Recreatieruimte in de Zuidplaspolder kost 22 euro per toegevoegde recreatiemogelijkheid. Voor de Delflandse kust zijn de kosten minstens 50 euro per recreatiemogelijkheid;
  • De gebieden IJsselmonde / Hoekse Waard, Delflandse Kust en Midden Delfland scoren hoog waar het gaat om het aantal recreatiemogelijkheden per oppervlakte-eenheid. Vlietland en Zuidplaspolder scoren in dat opzicht laag.

Voor de Delflandse kust kan geconcludeerd worden dat gerealiseerd “groen” intensief gebruikt zal worden, maar dat de kosten daarvan relatief hoog zijn.
Uit gevoeligheidsanalyses is gebleken dat de kosten en de kosteneffectiviteit van de Delflandse kust sterk afhankelijk is van ingeschatte kosten voor landaanwinning. Wanneer de kosten lager liggen dan 500.000 euro per ha (dit is de helft van waarmee nu is gerekend) is kustuitbreiding concurrerend met gebieden zoals de Zuidplaspolder. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of kustuitbreiding kan plaatsvinden tegen veel lagere kosten. Innovatieve aanpak van kustontwikkeling waar het gaat om werk met werk maken, slimme uitvoeringsmethoden, innovatieve aanbestedingsvormen en gebruik maken van werken met de natuur moeten in dat geval perspectief gaan bieden.
Tot slot is het van belang te onderkennen dat er meer gebieden nodig zijn om het totale tekort aan recreatiemogelijkheden in de Zuidvleugel op te vangen. Immers, ook als de vijf beschouwde gebieden worden benut wordt nog slechts 17% van de totale behoefte afgedekt.

Samenvattende conclusie
Een kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen heeft een grote opvangcapaciteit en kan samen met andere gebieden in de Zuidvleugel de tekorten aan recreatieruimte in de Zuidvleugel helpen terugdringen. Afhankelijk van de wijze van realisatie zou kustuitbreiding kosteneffectiever kunnen zijn dan uit de analyse tot nu naar voren is gekomen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de aanlegkosten sterk kunnen worden teruggedrongen. Dit is mogelijk sterk afhankelijk van de wijze waarop kustuitbreiding kan worden gerealiseerd. Verdere verkenning van de mogelijkheden voor ontwikkeling van de Delflandse kust zal worden uitgevoerd onder leiding van de provincie Zuid-Holland. We willen dan ook de planologische reservering, die bij de behandeling van de Nota Ruimte op verzoek van uw Kamer is gelegd op de Delflandse kust, in stand laten.

Wij achten de verkenning van een kustuitbreiding van de Delflandse kust, zoals gevraagd in de Motie Geluk, met deze derde rapportage afgerond. De resultaten worden door de provincie Zuid-Holland gebruikt als bouwsteen bij de verdere ontwikkeling van de Zuidvleugel en de Delflandse kust. De provincie heeft op basis van de voorliggende rapportages daartoe reeds initiatieven ontwikkeld. Er is een stuurgroep Haalbaarheid Kustontwikkeling in het leven geroepen waarin onder meer geparticipeerd wordt door onze beide departementen, het departement van LNV, het Hoogheemraadschap van Delfland en de betrokken kustgemeenten. Onder leiding van de provincie Zuid-Holland wordt de economische analyse verder uitgewerkt in de vorm van een maatschappelijke kosten- en batenanalyse (mkba). De kengetallenanalyse zal tezamen met deze nadere uitwerking moeten leiden tot een mkba waarin ook lange-termijneffecten en innovatie voldoende gewicht krijgen. Deze mkba kan nu nog niet goed worden gemaakt omdat het project nog niet voldoende is uitgewerkt om kosten en baten goed in beeld te brengen, temeer daar deze sterk afhangen van de te kiezen realisatiewijze. Over de voortgang van de verdere ontwikkelingen zal uw Kamer geïnformeerd worden in reguliere rapportages.

Hoogachtend,

DE STAATSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
mw drs M.H. Schultz van Haegen
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER,
Dr. P. Winsemius

Bijlage 1 en 2 br.144 verkenning kustuitbreiding Scheveningen-Hoek van Holland; afrondende rapportage | 2007-02-16

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Kustuitbreiding zonder grootschalige woningbouw (11-05-2006)