Kamervragen over nieuw tracé Almere-Amsterdam

Den Haag – Op 14 februari 2007 heeft Minister Peijs van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin de beantwoording van de kamervragen van het lid Duyvendak over nieuw tracé Almere-Amsterdam.

Hieronder leest u de volledig brief br.215 kamervragen lid Duyvendak over nieuw tracé Almere-Amsterdam | Kamerstuk | 2007-02-14.

Geachte voorzitter,

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de vragen van het lid Duyvendak over het onderzoek naar een nieuw tracé tussen Almere en Amsterdam.

  • 1. Bent u bekend met het artikel ‘Nieuw tracé voor verbinding Almere-Amsterdam in onderzoek’?
    1. Ja, ik ben bekend met het artikel in de Cobouw van 1 februari 2007.
  • 2. Klopt het dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat of Rijkswaterstaat nieuwe varianten onderzoekt voor de oplossing van de files tussen Almere en Amsterdam?
    2. Op 13 oktober 2006 heb ik u bij brief met kenmerk DGP/WV/u.06.02330 geïnformeerd over de besluitvorming in het kabinet inzake de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere. In deze brief heb ik onder meer aangegeven, dat in overleg met de regio zou worden onderzocht wat de precieze vormgeving is van de tracé onderdelen A6, A1, A10-Oost en wat het oplossend vermogen is van de uitbreiding en inpassing van de Gaasperdammerweg en de A9 bij Amstelveen. In het onderzoek zijn varianten op het zogenaamde Stroomlijnalternatief onderzocht. Op 7 februari 2007 heb ik u bij brief met kenmerk DGP/WV/u.07.00209 de onderzoeksresultaten toegezonden.
  • 3. Klopt het dat het ministerie van Verkeer en Waterstaat of Rijkswaterstaat een onderzoek doet naar de zogenoemde ‘kamelenvariant’, welke tussen de Gaasperdammerweg en de ondertunnelde snelweg langs het Naardermeer zou slingeren?
    3. In het in antwoord op vraag 2 genoemde onderzoek is door rijk en regio gezamenlijk gezocht naar varianten van het Stroomlijnalternatief, die een goede inpassing waarborgen. De zogenoemde Kamelenvariant is zo’n goed ingepaste variant specifiek voor de A9 Gaasperdammerweg. Er is géén sprake van een nieuw tracé.
  • 4. Klopt het dat de zogenoemde kamelenvariant hoge ogen gooit bij zowel lokale bestuurders als Rijkswaterstaat?
    4. In het onderzoek is de zogenoemde Kamelenvariant als kansrijke variant naar voren gekomen. Op 22 januari 2007 heb ik u echter bij brief met kenmerk DGP/WV/u.07.00197 geïnformeerd, dat het kabinet geen nader besluit zal nemen over de planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere, maar dit overlaat aan het volgend kabinet.
  • 5. Waarom heeft u de Kamer niet geïnformeerd over het feit dat er nieuwe varianten worden onderzocht, nadat u op 13 oktober 2006 aan de Kamer schreef dat het kabinet kiest voor uitbreiding van de capaciteit van het bestaande netwerk in de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere en waarin u meedeelde “een nieuwe verbinding tussen de A6 en de A9 (Verbindingsalternatief) valt hiermee af”?
    5. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 zijn conform de brief van 13 oktober 2006 alleen varianten van het Stroomlijnalternatief onderzocht en is de Tweede Kamer over de resultaten geïnformeerd. Aangezien geen nieuw tracé is onderzocht was er ook geen reden de Tweede Kamer tussentijds te informeren.
  • 6. Acht u een studie naar een dergelijk controversieel tracé passen bij de demissionaire status van het kabinet? Zo ja, waarom?
    6. Ik concludeer dat uitsluitend onderzoek is uitgevoerd naar varianten van het Stroomlijnalternatief, die een goede inpassing waarborgen. Er is géén sprake van een nieuw tracé.
  • 7. Kunt u deze vragen op korte termijn beantwoorden?
    7. Ik heb aan uw verzoek voldaan en de vragen op zo kort mogelijke termijn beantwoord.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Karla Peijs

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
Ontsluiting Almere via uitbreiding bestaande wegen (13-10-2006)

Kamerbrief over Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere (08-02-2007)

Nieuw kabinet beslist over Schiphol- Amsterdam-Almere (23-01-2007)