Kamervragen over tarieven vervoersbewijzen

Den Haag – Op 23 januari 2007 heeft Minister Peijs van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer met daarin antwoorden op de vragen van het lid Roemer heeft gesteld over prijsverhogingen van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen door invoering van de OV-chipkaart.

Hieronder leest u de volledig brief br.422 kamervragen lid Romer over prijsverhogingen van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen door invoering van de OV-chipkaart | Kamerstuk | 2007-01-23.

Geachte voorzitter,

Hiermee beantwoord ik de vragen die het lid Roemer heeft gesteld over prijsverhogingen van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen door invoering van de OV-chipkaart.

  • 1. Is het waar dat de provincies bij u een verzoek hebben gedaan om de 1- en 2-sterabonnementen extra in prijs te verhogen om de klap van de OV-chipkaart minder hard aan te laten komen? Zo ja, wat is uw mening.
    1. De provincies en stadsregio’s met bevoegdheden voor het openbaar vervoer hebben geconstateerd dat de kortingen die thans aan gebruikers van sterabonnementen worden geboden niet gelijkmatig over de verschillende sterwaarden zijn verdeeld. Zij hebben daarvoor aandacht gevraagd. Bovendien hebben ze gevraagd of het mogelijk is bij de verdeling van de tariefstijging van de tarieven voor de nationale vervoerbewijzen in 2008 te bezien of het mogelijk is een zekere differentiatie tussen de verschillende kaartsoorten aan te brengen, met het doel de tarieven van de 1- en 2-sterabonnementen wat meer in prijs te verhogen dan de andere kaartsoorten.
    Ik heb de overheden toegezegd dat ik hun ideeën zal meenemen in de berekeningen voor de tarieven van de nationale vervoerbewijzen in 2008. Deze berekeningen zullen vervolgens, zoals gebruikelijk, worden besproken met vertegenwoordigers van de overheden, de vervoerbedrijven en de consumentenorganisaties, waarna ik in mei 2007 een besluit zal nemen. Dat besluit zal ik, overeenkomstig de afspraak, uiterlijk 1 juni 2007 aan uw Kamer melden.
  • 2. Deelt u de mening dat het verhogen van de tarieven het draagvlak van de OV-chipkaart aantast? Kunt u uw antwoord toelichten?
    2. Nee. Ik ben van mening dat de tarieven van de nationale vervoerbewijzen, zoals die thans worden gebruikt, moeten worden aangepast aan de kostenontwikkeling. Dit om te voorkomen dat er minder geld voor het openbaar vervoer beschikbaar komt. Het aanbod van het openbaar vervoer zou dan onder druk kunnen komen te staan.
  • 3. Bent u bereid zoveel mogelijk tariefsverhogingen te voorkomen in aanloop naar de OV-chipkaart. Zo neen, waarom niet?
    3. Ja, daarom heb ik de afgelopen jaren de tariefsverhogingen van de nationale vervoerbewijzen steeds beperkt tot de bedragen die nodig zijn om de kostenontwikkeling te volgen. Er is thans geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen. De decentrale overheden willen geen extra verhoging maar een andere verdeling van de aanpassing van de tarieven aan de kostenontwikkeling over de verschillende kaartsoorten. Ik zal bezien in hoeverre dat mogelijk is.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Karla Peijs