Kamerbrief over OV-chipkaart

Den Haag – Op 18 januari 2007 heeft Minister Peijs van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een brief gezonden aan de Tweede Kamer over de OV-chipkaart.

Hieronder leest u de volledig brief br.426 OV-chipkaart | Kamerstuk | 2007-01-18.

Geachte voorzitter,

Inleiding
Met mijn brief van 9 januari 2007 heb ik om uitstel van het Algemeen Overleg OV-chipkaart gevraagd, met als reden dat ik de resultaten van het bestuurlijk overleg van
31 januari 2007 mee wilde nemen in het Algemeen Overleg. U heeft dit verzoek tot uitstel gehonoreerd, echter onder de voorwaarde dat de landelijke communicatiecampagne eveneens uitgesteld wordt.

Start landelijke communicatiecampagne op 1 februari 2007
De start van de informatievoorziening is een cruciale stap in het totale introductieproces. Bij de ontwikkeling en planning van de campagne is zorgvuldig rekening gehouden met een opbouw die bestaat uit verschillende boodschappen per fase. De eerste fase richt zich nu op een grotere bewustwording van het feit dat er één nieuwe kaart komt voor het gehele openbaar vervoer. In deze fase wordt de basis gelegd voor de verdere informatievoorziening. De gefaseerde overgang naar de OV-chipkaart is ook op het gebied van voorlichting en informatieverstrekking een grote operatie waarmee niet vroeg genoeg kan worden begonnen. De grote informatiebehoefte bij reizigers bevestigt dit beeld.

Bovendien speelt mee dat in een aantal gebieden waaronder Rotterdam en Amsterdam de kaart al enige tijd verkrijgbaar is en 300.000 reizigers de kaart in hun bezit hebben. Ook voor deze groep reizigers is een dergelijk campagne hoogst zinvol. Specifiek voor het launchgebied Rotterdam geldt dat een grote groep reizigers op korte termijn gevraagd wordt om de kaart actief te gaan gebruiken. Deze intensivering is noodzakelijk om het systeem in de volle breedte te testen met grote groepen reizigers en grote aantallen transacties, een laatste test voor de verdere landelijke uitrol. Ook elders in het land vinden pilots plaats en is landelijke communicatie van groot belang.

Elk uitstel van die stap zou mogelijk vertraging kunnen geven voor de totale uitrolplanning. Ik wil u ook wijzen op het feit dat de publiekscampagne een gezamenlijke activiteit is van de OV-bedrijven/TLS, decentrale overheden en het Rijk. Het ministerie is een van de partijen en als betrouwbare overheid wens ik de afspraken na te komen die met de partners zijn gemaakt. Bovendien heeft het uitstellen van de campagne ook financiële gevolgen, omdat er al wel mediaruimte is ingekocht – bijvoorbeeld Postbus51 – en bij annulering dienen de bijhorende kosten wel betaald te worden. Tenslotte kan de campagne bij uitstel pas over bijna 6 maanden alsnog gestart worden.

Overgangsfase en de gevolgen voor de reizigers
Duale fase

Zoals bekend is de introductie van de OV-chipkaart een complex project dat door de verantwoordelijke partijen gefaseerd wordt uitgevoerd. De overgang van het ‘strippenkaart-tijdperk’ naar het ‘OV-chipkaart-tijdperk’ gaat niet van de ene op de andere dag. Het is daarbij van belang de verwachtingen van de reizigers zo goed mogelijk te managen.

De reizigers ervaren nog niet alle gemak. Dit is bijvoorbeeld het gevolg van het gegeven dat zowel het huidige ‘strippenkaartysteem’ als het nieuwe ‘OV-chipkaartsysteem’ ondersteund moet worden. Dat betekent dat er zowel een zichtfunctie (‘strippenkaart’/NVB-abonnement/NS-kaartjes en -abonnementen) als een kaartleesfunctie (OV-chipkaart) beschikbaar moet zijn om reizigers de mogelijkheid te bieden om met een geldig vervoersbewijs te reizen. Dit leidt tot complexere producten en minder eenvoudige distributiemogelijkheden.

Daarnaast worden in verschillende regio’s pilots gedaan en zitten vervoerders in testomgevingen met zogenaamde testkaarten, die alleen werken in de voertuigen van de desbetreffende vervoerder in het eigen concessiegebied. Hier geldt dat de reiziger nog niet de gemakken van de OV-chipkaart ondervindt, omdat bij de overstap naar een vervoerder zonder OV-chipkaart er gebruik gemaakt moet worden van de strippenkaart of een NVB-abonnement. Het gemak van één kaart voor de hele OV-keten geldt hier dus nog niet. Vervoerbedrijven hebben toegezegd deze situatie zo veel mogelijk te voorkomen. Wanneer hier – omwille van het testen – wel sprake van is, informeren de vervoerbedrijven de reizigers zo goed mogelijk over deze tijdelijke situatie.

Een aantal zaken is ook nog niet opportuun in de overgangsfase, zoals bijvoorbeeld de wegwerpkaarten die bedoeld zijn voor de incidentele reizigers (zoals toeristen). Deze reizigers kunnen nu nog reizen met de strippenkaart. In de gebieden waar op een gegeven moment de acceptatie van de strippenkaart (en de NVB-abonnementen) wordt afgeschaft, zijn wegwerp-OV-chipkaarten wel beschikbaar. In Rotterdam is dit nu al het geval.

We zitten derhalve in een overgangsfase waarin de reizigers nog niet het gemak van de OV-chipkaart ervaren en zelfs met problemen geconfronteerd worden. Daarom blijft de vertrouwde strippenkaart tijdens de overgangsfase ook gewoon geldig. Tegelijkertijd is het van groot belang dat zoveel mogelijk reizigers met de OV-chipkaart gaan reizen In Rotterdam. Alleen dan kan het systeem definitief getest worden op grote groepen en grote aantallen transacties. Na een succesvolle afronding van deze test kan de verdere landelijke uitrol plaatsvinden. De Stadsregio Rotterdam en zijn vervoerders zijn daarom gestart met extra promotie- en kortingsacties om zoveel mogelijk reizigers in het bezit van de OV-chipkaart te krijgen en deze te laten gebruiken.

Tarieven
Met de komst van de OV-chipkaart kunnen de decentrale overheden hun wettelijke tariefverantwoordelijkheid gaan invullen. Ik heb met hen de afspraak gemaakt dat dit opbrengstneutraal gebeurt. Ik heb u eerder uitgebreid geïnformeerd over de overgang van NVB-tarieven naar decentraal vastgestelde tarieven. De decentrale overheden maken nu onderling afspraken om de reizigers niet te confronteren met een wir-war van regionale tarieven en proposities. In het belang van de overzichtelijkheid voor de reizigers is er een set van afspraken gemaakt, die zorgen voor een zekere uniformiteit en herkenbaarheid. Zo zijn er afspraken over een gelijke vaste voet (opstaptarief), geen nieuw opstaptarief bij overstap binnen 35 minuten, één definitie voor spits en dal, huidige kortingen voor kinderen t/m 3 jaar (gratis), kinderen van 4 t/m 11, voor studenten en voor 65-plussers blijven gehandhaafd en komen er twee landelijke voorstellen voor de huidige sterabonnementen.

Voor zover er sprake is van geruchten dat er nu al extra prijsverhogingen worden voorgesteld, is dit niet juist. De 19 decentrale overheden ontwikkelen juist voorstellen om te voorkomen dat reizigers in het OV-chipkaart-tijdperk gemiddeld genomen met tariefstijgingen worden geconfronteerd. Deze overheden willen geen extra verhoging van de tarieven van de nationale vervoerbewijzen in 2008, maar de indexering op een andere manier verdelen over de verschillende kaartsoorten. Ik heb de overheden toegezegd dat ik hun ideeën zal meenemen in de berekeningen voor de tarieven van de nationale vervoerbewijzen in 2008. Deze berekeningen zullen vervolgens, zoals gebruikelijk, worden besproken met vertegenwoordigers van de overheden, de vervoerbedrijven en de consumentenorganisaties, waarna ik in mei 2007 een besluit zal nemen. Over dit besluit zal ik, overeenkomstig de afspraak, de Tweede Kamer uiterlijk 1 juni 2007 informeren.

Tot slot
Uitstel van de communicatiecampagne acht ik om redenen zoals hierboven toegelicht dan ook onwenselijk, omdat de landelijke communicatiecampagne een logische stap is in de verdere voortgang van de landelijke implementatie van de OV-chipkaart. Die landelijke implementatie is gebaseerd op mijn Go-besluit, waar u op 28 juni 2006 mee heeft ingestemd. Hoe meer reizigers kennis nemen van de OV-chipkaart en hem gaan gebruiken, hoe beter de voortgang van de verdere landelijke uitrol.

Ik ben uiteraard bereid een nadere toelichting te geven vóór 1 februari 2007, opdat de landelijke communicatiecampagne volgens planning kan starten. Een uitgebreide stand van zaken zal ik u na afloop van het bestuurlijk overleg van 31 januari 2007 toesturen.

Tenslotte wil ik u melden dat de recente uitlatingen in de media van reizigersvereniging Rover mij enigszins hebben verbaasd. Ik voer periodiek overleg met de vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties, waaronder Rover, in het Landelijk Consumentenoverleg. Dit overleg is tot nu toe constructief en open geweest. De recente uitlatingen zijn daarmee niet in lijn. Ik vind dat jammer. De vertegenwoordigers in het Landelijk Consumentenoverleg hebben afgesproken dat zij eind februari gezamenlijk over dit onderwerp met mij willen praten.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Karla Peijs

Achtergrondinformatie (verzorgd door de redactie van Infrasite)
ROVER luidt noodklok over OV-chipkaart
Kamerbrief over Stand van zaken OV-chipkaart