Vlaamse Regering: Besluiten Liefkenshoekspoortunnel

Op voorstel van Dirk VAN MECHELEN, Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening en Kris PEETERS, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, besliste de Vlaamse Regering over de tracékeuze, de milderende maatregelen/ natuurcompensaties en de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor een tweede spoorontsluiting onder de Schelde, ook wel ‘Liefkenshoekspoortunnel’ genoemd.

De ‘Liefkenshoekspoortunnel’ betreft een nieuw aan te leggen goederenspoorlijn (spoorlijn 10) van 17 à 18 km, die de spoorbundel Zuid op de Linkerscheldeoever rechtstreeks verbindt met de spoorinfrastructuur op de Rechterscheldeoever, in het bijzonder met het vormingsstation Antwerpen-Noord en de bestaande goederenassen (spoorlijnen 12 en 27A via spoorlijn 11). Op termijn kan er op de Linkerscheldeoever ook een verbinding met spoorlijn 77 gemaakt worden richting Gent en Zeebrugge. Deze nieuwe spoorlijn 10 kruist ondergronds het Waaslandkanaal (via de bestaande Beverentunnel), de Schelde en het Kanaaldok B1-B2. Een bundeling met bestaande weginfrastructuren (N49 en R2) wordt nagestreefd.

In de beleidsnota Openbare Werken 2004-2009 wordt de Liefkenshoekspoortunnel naar voor geschoven als noodzakelijke spoorweginvestering in het kader van de hinterlandontsluiting van de haven van Antwerpen, eventueel te realiseren met prefinanciering of bijdrage vanuit het Vlaamse Gewest. De Vlaamse Regering hechtte reeds op 26 november 2004 haar goedkeuring aan het voorstel van de Federale Regering houdende een PPS-constructie voor de realisatie van de Liefkenshoekspoortunnel, en besliste een budget van 107 miljoen euro ter beschikking te stellen gelijk aan de intrestlasten overeenkomstig de prefinancieringsconfiguratie.

De aanleg van het Deurganckdok is niet voldoende opdat Antwerpen zijn rol als internationale speler kan blijven waar maken. Een goede multimodale hinterlandontsluiting van dit dok en van de ganse Waaslandhaven (Linkerscheldeoever van de haven van Antwerpen) is primordiaal voor een degelijke functionering ervan, zodat de goederen op een snelle en efficiënte manier hun eindbestemming kunnen bereiken (vooral in zuidelijke en oostelijke richting georiënteerd). De aanleg van de ‘Tweede spoorverbinding onder de Schelde’ komt aan deze capaciteitsproblemen tegemoet.

Vandaag besliste de Vlaamse Regering dan ook dat de ‘Tweede spoorontsluiting onder de Schelde’ een project betreft van dwingende redenen van groot openbaar belang. Aangezien het project de aanleg van een spoorlijn voor spoorverkeer over een lengte van 10 km en meer betreft, moet er voor dit project een project-MER opgemaakt worden. Rekening houdend met al de geformuleerde opmerkingen werd het definitief project-MER "Tweede spoorontsluiting onder de Schelde" op 24 juli 2006 voor beoordeling voorgelegd aan de dienst Milieueffectrapportering, die het project-MER goedkeurde.

Op basis van dit project-MER kan worden besloten dat het alternatief met basistracé en zonder dwarsing van de westelijke watergangen, mits realisatie van de hieraan verankerde milderende en natuurcompenserende maatregelen, als beste alternatief wordt voorgedragen. Uit de passende beoordeling blijkt dat het project geen significante effecten heeft op het habitatgebied, daar de spoorlijn ter hoogte van het habitatgebied via een ondergrondse boring wordt aangelegd. Ook voor het vogelrichtlijngebied blijkt uit de passende beoordeling dat de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in het gedrang komen door de uitvoering en de exploitatie van het voorkeursalternatief, mits de in de passende beoordeling beschreven milderende en natuurcompenserende maatregelen strikt worden uitgevoerd. Het betreft hier de creatie van een natuurgebied "Rietveld Kallo" en de realisatie van een beplante geluidswerende volumebuffer tussen de spoorlijn en de Grote Watergang.

Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) voorziet de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (of de aanpassing van het gewestplan) voor de terreinreservering van de Liefkenshoekspoortunnel, die onderdeel zal uitmaken van het hoofdspoorwegennet. Vandaag besliste de Vlaamse Regering onder meer over het principieel programma voor dit gewestelijk uitvoeringsplan.

De opmaak van het GRUP ‘Liefkenshoekspoortunnel’ dringt zich op daar het spoorgoederenvervoer gegenereerd door de gefaseerde ingebruikname van het Deurganckdok tegen 2012 niet meer op een aanvaardbare manier afgevoerd kan worden langs de Kennedytunnel. Opdat de Liefkenshoekspoortunnel tijdig een oplossing zou kunnen bieden aan dit probleem, moet zo snel mogelijk aangevangen worden met de bouw van deze tunnel.

"De Vlaamse Regering heeft het dossier goed voorbereid en zich geëngageerd tot pré-financiering. Met de principiële keuze van het tracé kan nu ook formeel gestart worden met het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, dat de ruimtelijke basis voor de Liefkenshoekspoortunnel legt" aldus minister Dirk Van Mechelen. "Door de realisatie van de Liefkenshoekspoortunnel zal op termijn een belangrijke bijdrage worden geleverd in de ontsluiting van de goederenstromen op de Linkerscheldeoever," aldus minister Kris Peeters.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Vlaamse Regering