SER: mobiliteitsmanagement minder vrijblijvend

SER in ontwerpadvies: BEDRIJFSLEVEN MEDEVERANTWOORDELIJK VOOR MOBILITEITSMANAGEMENT

Den Haag – Het is aan overheid en bedrijfsleven om er voor te zorgen dat mobiliteitsmanagement minder vrijblijvend wordt. Daarbij hoort een voorkeur voor het bereiken van doelstellingen op basis van wilsovereenstemming boven het eenzijdig opleggen van verplichtingen, omdat dat het meest effectief is. De rijksoverheid schept hiertoe de voorwaarden, maar het moet gebeuren op regionaal en lokaal niveau. Daar zijn resultaatgerichte afspraken tussen decentrale overheden en bedrijfsleven voor nodig. Mogelijkheden om de bereikbaarheid en de leefbaarheid door middel van mobiliteitsmanagement te bevorderen zijn onder meer afhankelijk van de grootte en het type bedrijf.

Dat staat in een ontwerpadvies dat de SER op vrijdag 15 december 2006 zal vaststellen. Het is een reactie op een adviesaanvraag van minister Peijs van Verkeer en Waterstaat van 29 maart 2006.

De SER ziet mobiliteitsmanagement als het geheel van activiteiten van overheden en sociale partners die – waar mogelijk en wenselijk – gericht zijn op het stimuleren van bewust keuzegedrag van werknemers of en wanneer de reis wordt gemaakt en met welk vervoermiddel.

Mobiliteitsmanagement is niet alleen van belang voor de bereikbaarheid van bedrijven en daarmee voor economische groei, maar ook voor het milieu en de leefbaarheid. Bovendien kan het werknemers ten goede komen, omdat zij door een kortere reistijd tijd overhouden voor bijvoorbeeld zorgtaken. Goed mobiliteitsmanagement heeft dus een positieve uitstraling op maatschappelijk niveau, op bedrijfsniveau en op het niveau van de individuele werknemer. Samenwerking tussen de verschillende partijen op regionaal en lokaal niveau is een belangrijk middel om die positieve effecten te realiseren.

Het ontwerpadvies over mobiliteitsmanagement legt nadrukkelijk een accent op maatregelen op regionaal en lokaal niveau, met name in stedelijke gebieden. De SER vindt het van groot belang dat op dat niveau resultaatgerichte afspraken worden gemaakt die gedragen worden door alle aan het overleg deelnemende partijen. Dat commitment moet ook gedeeld worden door de regionale (branche-)organisaties van ondernemers en werknemers. Transacties en convenanten, gedragen door de relevante partijen die wederzijds verplichtingen aangaan en die elkaar binden aan de gemaakte afspraken, zijn volgens de SER van groot belang voor de verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio’s.

Deze wederzijds verplichtende afspraken dienen volgens de SER door de rijksoverheid te worden ondersteund door een algemeen kader, zodat die afspraken in vruchtbare aarde vallen. Dat algemeen kader bestaat uit verschillende, wettelijk geregelde beleidsvelden, zoals het terrein van de werktijden van werknemers en de openingstijden van bedrijven en instellingen, milieu en ruimtelijke ordening. De SER vindt dat de rijksoverheid die beleidsvelden zodanig moet wijzigen dat er een stimulerende werking op mobiliteitsmanagement vanuit gaat. Verder kan mobiliteitsmanagement ondersteunend werken bij de invoering van het gedifferentieerde kilometertarief.

Sociale partners zijn zich bewust van de verschillende mogelijkheden van mobiliteitsmanagement, maar toch kan het bedrijfsleven er vanuit zijn medeverantwoordelijkheid voor de bereikbaarheid van zijn locatie wel een tandje bij zetten. Daarbij kan vooral worden gedacht aan eigen initiatief van met name grotere bedrijven om tot regionale en lokale afspraken te komen en aan afspraken in CAO’s.

Uiteindelijk is mobiliteitsmanagement op de werknemer gericht: van hem wordt gevraagd zijn verplaatsingsgedrag aan te passen. Daarbij beveelt de SER aan om de mogelijkheden van een individueel, door de ondernemer beschikbaar te stellen mobiliteitsbudget te verkennen. Tot nu toe gaat het bij zo’n budget om het zakelijk verkeer gekoppeld aan het woon-werkverkeer, maar de SER zou het ook willen toepassen op het woon-werkverkeer in het algemeen.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: SER Sociaal-Economische Raad