KNV: volg buitenland in accijnsverlaging

Den Haag – Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) pleit in een brief aan staatssecretaris Wijn van Financiën om het toegestane Europese minimumniveau voor brandstofaccijns te hanteren. Dit betekent een concrete verlaging met 6 cent per liter diesel. In landen als Frankrijk en Italië hebben de regeringen de accijnzen al verlaagd voor het vervoerend bedrijfsleven. Uit oogpunt van gelijkwaardige concurrentievoorwaarden kan Nederland niet achter blijven, stelt KNV.

De beroepsvervoerders – touringcars, taxi’s, openbaar vervoer en goederenvervoerders – hebben meer dan welke bedrijfstak ook te lijden onder de gestegen brandstofprijzen. Het aandeel van brandstofkosten in de totale kostprijs is voor de beroepsvervoerders 14,40%, terwijl dat bij het overige bedrijfsleven 2,50% is. Elke cent die meer wordt betaald voor een liter brandstof, betekent op jaarbasis een kostenverhoging van ruim 43 miljoen euro voor de vervoerders. Sinds 2003 heeft de stijging van de energieprijzen de vervoerders al meer dan 800 miljoen euro extra gekost.

In het beroepsvervoer zijn meer dan 200.000 mensen werkzaam. Die zijn allemaal afhankelijk van de economische prestaties in hun bedrijfstak. Over het algemeen kan gesteld worden dat de marges in het beroepsvervoer zeer smal zijn en dat de kostenstijgingen die zo omvangrijk zijn, vrijwel niet op te vangen zijn. Dit wordt nog eens versterkt doordat landen binnen de Europese Unie wel een accijnsdempend beleid voeren. Daarmee wordt het Nederlandse vervoer ten opzichte van de buitenlandse concurrentie nog duurder. Een demping van de kostenstijging zal de redding zijn voor veel banen in de vervoerssector.

KNV verzoekt staatssecretaris Wijn om gebruik te maken van de mogelijkheid om de brandstoffenaccijns terug te brengen op het Europese minimumniveau dat ruim 6 cent per liter lager ligt dan nu in Nederland wordt gehanteerd. Hiermee wordt de werkgelegenheid in Nederland gediend.

Auteur: Redactie Infrasite

Bron: Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV)